Bewustzijn

(met semi-bewustzijn en onderbewustzijn)



Bewustzijn laat zich onderverdelen in bewustzijn, semi-bewustzijn en onderbewustzijn. Bewustzijn kan omschreven worden als de mate waarin je weet hebt van de gebeurtenissen om je heen en in jezelf. Er zijn logische redenen waarom deze driedeling bestaat. In de onderstaande tekst worden de eigenschappen van deze drie bewustzijnsvormen uitgelegd en wordt vervolgens de sprong gemaakt naar de Schepping. Bewustzijn blijkt de drijvende kracht te zijn van de zich ontplooiende schepping!

Met het volgende voorbeeld worden de drie bewustzijnsniveaus geïllustreerd.
Stel, je staat in een kamer in een huis. Je bewustzijn is beperkt tot wat zich in die ruimte bevindt. Je ziet het meubilair, je kunt de wanden aftasten, er is een deur met een sleutelgat waardoorheen licht in de kamer valt.
Geluiden van buiten dringen tot in de kamer door, ook de deur veronderstelt dat er buiten de kamer nog meer is. Je kunt je echter geen duidelijk beeld vormen van wat er buiten de kamer is. In deze analogie is het bewustzijn omtrent de ruimte buiten de kamer, het semi-bewuste.
De andere kant van de stad of het volgende melkwegstelsel behoort vervolgens tot het onderbewuste.

Dit voorbeeld, de indeling van de ruimte om ons heen in de drie bewustzijnsniveaus, is ook van toepassing op de niveaus van de scheppingsstraal. Dit is een opstap om de diepere betekenis van de bewustzijnsniveaus verder te begrijpen.

Ons bewustzijn beperkt zich tot de Aarde en de Maan. Zij zijn onze wereld, onze ruimte. Naar de maan kunnen we reizen en het is niet onmogelijk naar de naburige planeten te gaan. De wetten die hier in deze ruimte gelden, kennen we.
Over de middenruimte van sterrenclusters, melkwegstelsels en zonnen zijn we semi-bewust. In analogie met het bovenstaande voorbeeld, nemen we er niet meer van waar dan het zonlicht dat door het sleutelgat van de deur van de kamer valt. Slimmeriken komen met ijzerdraadjes om door het sleutelgat te steken en zodoende de ruimte erachter te onderzoeken. Er worden kloptechnieken tegen de deur ontwikkeld om de grootte van de ruimte erachter te bepalen. Zo kan bijvoorbeeld het bestaan van zwarte gaten alleen indirect aan de hand van verschijnselen worden beredeneerd.

Totaal onbewust zijn we over het wezen van het goddelijke. Dit is een blinde vlek in ons waarnemingsveld.

We kunnen waarnemen en begrijpen dat er drie bewustzijnslagen zijn.
Wat zijn de logische consequenties van dit systeem?

We kunnen begrijpen dat als de bewustzijnslagen niet als het ware door sluiers gescheiden zijn, weten en niet-weten samenvallen. Als alles geweten wordt, dan staat de schepping stil; als er niets geweten wordt, dan staat de schepping ook stil. We zijn aan het begin vóór de imaginaire schepping beland, waarin iets dat we God zouden kunnen noemen, eeuwig en onveranderlijk is, zich niet bewust van tijd. “Ik ben die ik ben” laat de schrijver van de Bijbel God zeggen in een imponerende setting. En toch zoekt God de mens op om geweten te worden.
Het lijkt erop dat de schepping expliciet de schepping van bewust, semi-bewust en onbewust inhoudt. En het semi-bewuste is onontbeerlijk om de samenhang en de informatiestroom tussen de drie gebieden te onderhouden. Bewustzijn heeft betekenis tegen de achtergrond van het onbewust zijn. Een mogelijke consequentie is dat God zich niet direct bewust is van zijn eigen materiële schepping, net zo als de mens zich niet bewust is van het zijn van God. Er is echter wel uitwisseling, waardoor de mens God kan kennen en God zijn schepping kan ervaren. Hiermee wordt God zich bewust van zichzelf, de reden achter de schepping. De hele schepping is de schepping van bewustzijn.

Lao Tse heeft dit ook geschouwd en begrip omgezet in verzen. Van gedichten zou je kunnen zeggen dat ze het onbewuste beroeren. In een gedicht wordt meer gezegd dan de woorden alleen. De kracht van wat er tussen de regels gezegd wordt, is minstens zo groot als de tekst zelf. Vers 40 (XL) :

Omkeer is de beweging van de weg.
Zwakheid is de werkwijze van de weg.
Hemel en aarde en de tienduizend dingen zijn
gesproten uit het Zijn;
Het Zijn is gesproten uit het Niet-zijn.


De Onderlinge Relaties

Om het systeem bewustzijn, semi-bewustzijn en onderbewustzijn te laten werken, is er een informatiestroom nodig tussen deze drie werelden. Deze informatiestroom kan voorgesteld worden met pijlen tussen twee aanliggende bewustzijnsvormen. Er zijn twee mechanismen te onderscheiden:

In het eerste beeld worden we ons allereerst bewust van een prikkel van buiten. In het plaatje is dit een boom die we ergens zien staan. We zijn ons bewust van wat we waarnemen via onze zintuigen. Het bewuste is in deze kringloop het ontvangende.
Deze prikkel verplaatst zich naar het semi-bewuste, alwaar het geneutraliseerd wordt en opgenomen in ons systeem. Hoe het opgenomen wordt, daar zijn we ons niet meer bewust van. Het residu zinkt verder naar het onderbewustzijn. Hier komen de gerelateerde prikkels samen, die als zij sterk genoeg zijn naar de oppervlakte komen in de vorm van gevoelens, die ons tot daden kunnen zetten. Deze daden komen in de tastbare werkelijkheid terecht, waar ze weer voeding geven aan het naar binnen gaande signaal. Als deze signalen niet begrepen en geplaatst worden, accumuleert dit signaal in ons onderbewustzijn tot mogelijk niet te hanteren proporties. Een klein incident kan daardoor aanleiding zijn voor soms heftige reacties (extrovert of introvert). Het onbewuste is in dit geval het uitgaande.

In dit tweede beeld vindt een andere kringloop plaats.
Een prikkel uit het ongeziene, een essentie, komt binnen via het onbewuste, dat nu het ontvangende is. In het plaatje wordt dit aangegeven met een "boomessentie", symbolisch weergegeven door een boom in een wolk gehuld.
Dit signaal verplaatst zich naar het semi-bewuste, waar het omkleed wordt met referenties die hiermee in resonantie zijn. Dit kunnen zijn herinneringen, feiten van onze feitenkennis, kleurassociaties, alles is mogelijk.
Nu kunnen we ons bewust worden van dit van oorsprong ongeziene signaal en we ervaren dit als intuïtief weten, een inzicht of inspiratie.
We kunnen bewust een petitie uitzenden naar ons onderbewustzijn om een signaal op te vangen. Dat kan zijn in de vorm van een gebed, een intentie of een vraag waar we ons mee bezighouden, bijvoorbeeld via meditatie. Het bewuste is in deze kringloop het uitgaande.

Het is in de situatie van de tweede kringloop, dat het onderbewustzijn soms ook aangeduid wordt met het bovenbewustzijn.

Voor de verschillende lichamen die de mens samenstellen, kunnen verschillende gebieden aangewezen worden waar zij toegang tot hebben. De ziel (en/of astraal lichaam) heeft bijvoorbeeld toegang tot het bewustzijn en het semi-bewustzijn. De geest opereert vanuit het semi-bewustzijn en het onderbewustzijn. De termen bewust, semi-bewust en onderbewust(bovenbewust) gelden ten opzichte van het normale bewustzijn. Voor de geest is het onderbewustzijn juist het domein van bewustzijn.

Door de overlappende werkgebieden van de menselijke lichamen ontstaat een boeiende constructie, waarin wij mensen in principe toegang hebben tot drie bewustzijnsgebieden, maar nooit meer dan twee tegelijk. We kunnen ons bewust worden van een gedachte die ooit geboren is in het onderbewustzijn. Deze gedachte heeft woorden gekregen als een kleed, als een voertuig om deze gedachte bewustzijn te geven. Het bewustzijn is een klein sleutelgat van perceptie van alles wat er omgaat, van God tot de hartklop van een molecuul. Onze semi-bewuste filters maken het mogelijk of onmogelijk iets waar te nemen of die signalen te verwoorden. Gelukkig dat die filters er zijn. Ons brein is waarschijnlijk te klein om alles te bevatten.

Zie ook: alfagolven

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.