Feitelijke informatie
bijgewerkt 15/4/2006
Aan het einde van de zesde of vijfde eeuw voor onze jaartelling begeeft een adellijke jongeman Siddhattha Gotama (Sanskriet: Siddharta Gautama) zich op een spirituele zoektocht die eindigt met een diep inzicht over het leven. Geheel in de traditie van het Hindoeďstische wereldbeeld is hij erin geslaagd de cyclus van steeds weer geboren worden te doorbreken en het niet te benoemen Nibanna (Sanskriet: Nirwana) te bereiken. In plaats van dit leven te verlaten, wordt hij (dan de Boeddha = de 'Verlichte' of de 'Ontwaakte') volgens de legende overgehaald de aardse stervelingen zijn inzichten (de Dharma) te onderwijzen. Aldus ontstaat er een schare volgelingen (Sangha) die de aanwijzingen van Boeddha bestuderen en proberen na te volgen.
Over deze wereldreligie is veel geschreven. Dit artikel beperkt zich tot de omschrijving van de kernbegrippen van de Dharma en in hoeverre zij aansluiten bij de andere onderwerpen in deze 'Tafelen'. Wij, mensen, zijn allen één model in een zich ontwikkelende evolutie. Naar wat we moeten geloven, in een evolutie van ontwakend bewustzijn. Zonder twijfel is de Boeddha een baken van inspiratie voor velen en heeft hij bijgedragen aan het ontwaken van de mensheid.
Dit artikel bevat de volgende hoofdstukken:
De Vier Edele Waarheden
Het Achtvoudige Pad
De belangrijkste stromingen van het Boeddhisme
De Verbanden met de andere artikelen in de Tafelen
De Esoterische Betekenis van het Boeddhisme
Aansluitende sites
Klik de afbeelding voor een recitatie van de hartsutra in Tibetaanse stijl.
In de afbeelding verschijnt een 'stop'
knop en een 'repeat'knop voor herhaald afspelen.
Aan een groep nieuwsgierigen begint Boeddha zijn Dharma uit te leggen volgens de methode van de artsen uit die tijd, namelijk door het probleem van het leven (de ziekte) aan te duiden, de oorzaak aan te wijzen, vervolgens vast te stellen dat het te genezen is en ten slotte de therapie voor genezing uit te leggen. Dit is bekend geworden als de 'Vier Heilige Waarheden'.
terug naar de inhoud
In het Nederlandse taalgebied wordt het woord 'dukkha' vertaald met 'lijden'. Het verwijst naar alles wat onplezierig is, niet perfect, onbevredigend, kortom alles waaronder wij lijden. Boeddha formuleerde de eerste Waarheid als volgt:
In het Boeddhisme (en het Hindoeďsme) wordt alles wat veranderlijk is gezien als de bron van het lijden. Verandering is pijnlijk, dus het bestaan op aarde, een plaats van voortdurende verandering, is een toestand van voortdurend lijden. Er zijn vreugdevolle momenten, maar ook dit kan gezien worden als een bron van pijn, want zij zijn óf tijdelijk óf buiten bereik.
De nadruk bij dit deel ligt meestal op dukkha, maar er zijn nog twee kenmerken van alles dat bestaat
die essentieel zijn:
anicca, tijdelijkheid, waadoor dingen ervaren worden als dukkha en
anatta, zelfloos, dit wil zeggen, de bestaand dingen hebben geen permanent zelf.
Dit is een niet zo vreugdevolle kijk op het leven. Boeddha en zijn tijdgenoten leefde in een periode ("Spiltijd" K.A.) waarin grote maatschappelijke veranderingen plaats vonden. De losse stamverbanden maakten langzaam plaats voor een feodaal systeem. Het was een tijd met veel onzekerheden waarin de geldende waarden en normen niet toepassbaar bleken. Boeddha bracht met deze Waarheid niet iets nieuws, maar verwoordde de heersende opvatting. Voor een Westerling is het leven misschien niet zo zwaar, voor de spiritueel zoekende echter zijn er toch weinig aanknopingspunten voor een bevredigend leven in een consumptiemaatschappij.
Boeddha leert zien dat de oorzaak van het lijden in de begeerte (tanhă = dorst) huist. Boeddha formuleert drie soorten "dorst":
Later ontwikkelde Boeddha nog een leerstuk, dat de oorzaak van het lijden verklaart. Het staat bekend als "Keten van Onderlinge Afhankelijke Oorzaken en Gevolgen" (Paticcasamuppada).
De Keten schetst de levenscyclus van een met bewustzijn behept wezen in twaalf stappen .
Uitleg:
In deze Keten van Oorzaak en Gevolg worden er twee "zwakke" schakels gezien, waardoor invloed kan worden uitgeoefend op de Keten als geheel. Dit zijn "Spirituele Onwetendheid" en "Verlangen".

terug naar de inhoud
In deze Waarheid wees Boeddha op de mogelijkheid het 'dukkha' te beëindigen. Deze staat is gelijk aan Nibbăna (Sanskriet: Nirwana). Nibbăna betekent letterlijk 'uitdoven' zoals dat voor een vuur geldt. Deze staat van zijn wordt verder niet nader omschreven, behalve in wat het niet is. Alle woorden komen voort uit het bestaan hier en dragen in zich al 'dukkha'. Soms wordt Nibbăna omschreven als 'leegte', d.w.z. de afwezigheid van gehechtheid, haat, misleiding. Nibbăna is de tegenstelling van verandering, het is permanent en eeuwig. Het feit dat we lijden ervaren, geeft aan dat er iets in ons huist dat permanent is en niet onderhevig aan 'dukkha'. Dat is het wat zich laat zien als verlangen naar het stoppen van al het lijden. De laatste beproeving en taak moet dan ook zijn ook dít verlangen te beëindigen.
De weg van het Boeddhisme ziet meer heil in het beschrijven van de weg naar verlossing dan verder nauwkeurig omschrijven hoe de staat van het Nibbăna eruitziet. Er zijn wel aanwijzingen in latere geschriften dat het Nibbăna een getransformeerde staat van bewustzijn is. Iets wat niet vreemd is als we de relatie met het artikel over het bewustzijn erbij betrekken (zie ook: Verbanden met de Tafelen).
De staat van Nibbăna kan bereikt worden gedurende een leven of na het sterven. Als dit gedurende
een leven wordt bereikt, dan bereikt men een staat van 'niet meer lijden' onder de gebeurtenissen van het leven.
"Ik heb pijn" wordt getransformeerd naar een observatie van de wezensdelen die iets is overkomen, maar het
'ik' dat zich ermee zou kunnen identificeren en eraan hechten bestaat niet meer.
De Boeddha liet zich niet verder uit over zijnstoestanden van een Verlichte na het fysieke leven.

terug naar de inhoud
De Boeddha geeft als weg om verlossing uit dit lijden te bereiken het Achtvoudige Pad (Magga):
Deze acht paden laten zich verdelen in drie groepen, traditioneel genoemd in deze volgorde:
Het juiste begrip pareert de eerste stap in de Keten van Onderlinge Afhankelijke Oorzaken en Gevolgen.
Het omvat allereerst kennis van de Vier Edele Waarheden en verder alles wat zou kunnen helpen om
de (esoterische) mechanismen van het leven en je eigen positie daarin beter te begrijpen. Een beter begrip leidt tot:
Het juiste denken. Dit omvat de juiste uitgangspunten, attitude en geloof alsmede mededogen en welwillendheid.
Het juiste spreken, het juiste handelen, de juiste levensvoorziening zijn de daaruit voortvloeiende consequente
daden. Deze geven een juist platform om in de volgende drie stappen voortgang te maken.
De juiste inspanning is het richten van de 'mind' door het ontwikkelen van meditatievaardigheden.
De juiste geesteshouding wordt gezien als essentieel in meditatie. Het is de ontspannen oplettende waakzaamheid naar alle optredende
fenomenen, zowel van geestelijke als fysieke aard. De juiste concentratie refereert aan de
verschillende staten (jhănas) die met het mediteren bereikt kunnen worden.
Meditatie leidt vervolgens naar nieuwe niveaus van inzicht, waarmee de cirkel van het Achtvoudige Pad wordt gesloten.
terug naar de inhoud

Er worden door de Boeddhisten zelf drie grote stromingen onderscheiden. De beoefenaren van deze stromingen zijn redelijk open naar elkaar toe. In Boeddhistische centra van studie kunnen studenten van de drie stromingen naast elkaar worden aangetroffen. In het Westen is in de laatste honderd jaar het Boeddhisme ook doorgedrongen, en maakt hier een eigen ontwikkeling door. Door sommige onderzoekers wordt de Westerse expressie van het Boeddhisme aangeduid met Navayăna, het nieuwe voertuig.
In het algemeen wordt ingezien dat de Boeddhistische praktijk niet voor iedereen hetzelfde is. Ook de Boeddha gaf aan zijn toehoorders verschillende interpretaties van lessen, afhankelijk van niveau en culturele achtergrond. Deze kunst om voor ieder individuele student van het Boeddhisme de gepaste weg aan te bieden wordt aangeduid met upăya. Daarmee is er al een algemene uitgangspunt dat er meerdere waarheden en wegen zijn om tot verlichting te komen.
De drie Boeddhistische stromingen zijn:
Deze stroming zegt over zichzelf dat het het meest oorspronkelijkst is. De mediterende monnik in de setting van een klooster orde die de vermeende oorspronkelijke sutra's bestudeerd staat hierin centraal. De beoefenaar probeert op die manier de weg van de Boeddha te volgen en het Nirwana te bereiken en een Arahat te worden. Door beoefenaren van het Măhăyăna wordt deze weg ook (kleinerend) Hinayăna, het kleine voertuig genoemd.
Deze stroming is het meest verbreid en ontstaan tussen circa 110 vChr en 150 na Chr. Binnen deze stroming kunnen er vele andere stromingen en gebruiken gevonden worden, onder andere afhankelijk van de culturele ondergrond waar het Boeddhisme zich heeft genesteld. Wat de stromingen allemaal gemeen hebben is het streven een Boddhisatva te worden, de Arahat, die in de voetsporen van de Boeddha tredend, terugkeerd naar het aardse om verlossing te bieden aan anderen die nog vastzitten in de illusie. In het Măhăyăna is de gedachte (of inzicht ? zie esotersiche betekenis) ontstaan dat iedereen reeds een boeddha-natuur heeft, of nog een stap verder al een boddhisatva is, maar juist door het mededeogen opnieuw aan de illusie van de werkelijkheid geklonken.
In het Măhăyăna zijn in de loop der tijd vele nieuwe sutra's en andere verhandelingen verschenen, die verondersteld worden geďnspireerde werken zijn van verlichte geesten. Verering en devotie van de Boeddha, Boddhisatva's, goden en halfgoden, die dan gezien worden als reďncarnaties van de Boeddha of Boddhisatva's is een gebruikelijke beoefening en afhankelijk van de lokale tradities.
Bekende stromingen in het Măhăyăna zijn het Zen-boeddhisme en Het Zuiver Land Boeddhisme.
De beoefenaren proberen via rituelen verlichting te bereiken. Deze is voortgekomen uit het Măhăyăna. Deze stroming is gebaseerd op een uitgebreide verzamelingteksten 'Tantra's'genoemd, die een uitgebreid programma van meditaies, ritueel, magie en symboliek bevatten. Deze kennis en vaardigheden zijn geabsorbeerd uit het tantrisch Hindoeďsme en lokale veelal agrarische gebruiken. Een andere naam voor deze stroming is Mantra-yăna vanwege de mantra's (woorden van kracht) die veelvuldig gebruikt worden. De meest beroemde is 'Om mani padme hum'.
Bekende stromingen die hieronder vallen zijn het Tibetaands Boeddhisme en Tantrisch Boeddhisme
terug naar de inhoud
In de diverse vertalingen van het Pali (en waarschijnlijk ook in het Pali zelf) worden de begrippen
denken, zintuigen, mind, mentaal lichaam, geest en bewustzijn niet consequent vanuit één
referentiekader gehanteerd. Ook de Sutras kennen verschillende varianten en
commentaren met verschillende uitleg.
Wat nu volgt is een weergave van de kern van het Boeddhisme in het referentiekader van de 'Tafelen'.
De kern van het Boeddhisme bestaat uit 'De Vier Edele Waarheden' en 'Het Achtvoudige Pad'. Een vaststaand feit voor de Indiër is de reďncarnatie van het Aard-gebonden astraal lichaam. Een bestaan op Aarde in de materie behelst automatisch het overwinnen van weerstand. Voeg hieraan toe de als onplezierig ervaren onzekerheid vanwege voortdurende veranderingen, dan begrijpen we de wens van spiritueel zoekenden uit die tijd om het reďncarneren te stoppen (zie Esoterische Betekenis).
Eén van de oorzaken van het lijden is de groep van vijf khanda's of agregaten. Het heet dat de
Boeddha dit inzicht gaf op vragen over een onsterfelijke ziel. Boeddha ontkende zulk een bestaan, maar
wees daarvoor in de plaats de vijf khanda's aan als actoren waardoor een mens herkend wordt en in interactie
is met zijn omgeving. Het is misschien gevaarlijk om modellen van de werkelijkheid uit verschillende
systemen met elkaar te vergelijken. Het is echter niet onaannemelijk om te veronderstellen dat er
slechts één werkelijkheid is, maar de interpretaties en uitleggingen zullen varieren. Het is daarom interessant
om naar overeenkomsten te zoeken, alleen al om een soort statistisch bewijs te krijgen van een
vermoedelijke wezenlijke waarheid van het al. Het noemen van vijf khanda's of agregaten als zijnde
de vorm waarin een mens opereert en herkenbaar is, doet denken aan het
pentagram, een model
met dezelfde intentie: het systeem waarmee een mens in de werkelijkheid van de Aarde opereert. Dit model kan gezien worden als de werkende
onderdelen van de ziel. Je zou kunnen zeggen dat Boeddha de focus wegleidde van de onsterfelijke ziel,
omdat deze hooguit tot wedergeboorte leidt; en dus tot dukkha.
De vijf agregaten bestrijken vijf niveau's van het fysieke lichaam tot en met de geest
(zie lichaam, elke khanda op een ander niveau.
De Tweede Waarheid behandelt de "Keten van Onderlinge Afhankelijke Oorzaken en Gevolgen". Deze verhandeling sluit erg goed aan bij het artikel over het bewustzijn, paragraaf "de Onderlinge Relaties".
In het kort de Keten:
1. Onwetendheid > 2. Bepalende activiteiten > 3. Bewustzijn > 4. Mind en Lichaam > 5. Zintuigen en Mentaal lichaam > 6.
Contact > 7. Gevoel >
8. Verlangen > 9. Gehechtheid > 10. Bestaan > 11. Geboorte > 12. Dukkha.
Aan de hand van het schema dat de onderlinge relaties van bewustzijn, semi-bewustzijn en het onderbewustzijn illustreert, kan de 'Keten' worden begrepen:
![]() |
De eerste stap is de onwetendheid die er bestaat over de inhoud van het semi-bewuste en het onderbewuste. Zij bepalen
het gedrag (stap 2), waarvan we ons vervolgens bewust kunnen zijn (stap 3) |
Het Boeddhisme stelt zich voor deze cyclus te doorbreken door óf het bijsturen óf het veranderen van de bovengenoemde cyclus door de spirituele weg. De eerstgenoemde mogelijkheid is de aanbevolen weg voor de persoon die in het gewone leven wil blijven staan, de tweede weg is voor de intensievere zoeker die de weg van meditatie wil volgen.
In de eerste methode ziet het Boeddhisme twee mogelijkheden om in te grijpen. De opheffing van
onwetendheid door het innemen van de juiste informatie is hier één van. Door het innemen van informatie door het bewustzijn
worden de onbewuste delen van het bewustzijn gevoed en daarmee wordt het gedrag beďnvloed.
Een ander middel om de 'Keten' te sturen is het moment van handelen als gevolg van wat je voelt. Hierin is een
keuzemoment (men moet kiezen uit vermijden of opzoeken en welke handeling het best aansluit bij de keus). Hiervoor
is denken noodzakelijk, een langzaam proces in het bewustzijn, waardoor ingrijpen
mogelijk is. Het is wenselijk de belangrijkheid van behoeften te relativeren en ze niet in verband te
brengen met de eigen identiteit.
De tweede methode is die van meditatie. Bovengenoemde relatie-cyclus van het bewustzijn krijgt de kans zich om te keren. Mediteren verstilt de eerste relatie-cyclus. Het bewustzijn kan dan direct het onderbewustzijn beďnvloeden, waardoor nieuw inzicht het gehele systeem voedt.

terug naar de inhoud

In het Hindoeďsme, waaruit het Boeddhisme ontstond, was weinig oog voor het ontsnappen uit de kringloop van wedergeboorte. De focus lag op het vermijden van slecht Kamma (Karma). Wel werd de aanwezigheid van een goddelijke geest(spirit) (atman) erkend. De toen al bestaande Upanisads (Hindoe geschriften met esoterisch getinte kennis) omschreven wel de mogelijkheid van de ontsnapping uit de kring van wedergeboorte, maar kennelijk met weinig middelen en techniek. Technieken in het Hindoeďsme leunen zwaar op het Boeddhisme. Boeddha wees erop dat het mogelijk was om uit de kringloop van wedergeboortes te ontsnappen. Zijn methode komt neer op het niet hechten aan de illusies van deze wereld (je niet identificeren met zaken die tot het aardse behoren), maar door meditatie ruimte te geven aan de aanwezigheid van de geest (spirit en mind) en door goede daden en een juiste houding het geestlichaam te voeden en te sterken. Het gaf echter verder geen erkenning of uitleg aan een onsterfelijke geest, vanuit de zienswijze dat het niet belangrijk is te weten over het goddelijke, maar het is belangrijk te weten hoe je er komt.
Is Bhoeddha de eerste geweest die deze weg openbaarde? Het is goed denkbaar dat het voordien misschien ook niet mogelijk was. De Boeddha is naar alle waarschijnlijkheid een wegbereider geweest die een nieuwe permissie in de evolutie van de mensheid openbaar maakte en deze mogelijkheid in het bewustzijn van de mensheid bracht.
In het Măhăyăna heeft het Boeddhisme zichzelf aangepast aan de evolutie van Model I naar Model II mens. door de het introduceren van het besef dat ieder mens een boeddha-natuur heeft en eigenlijk al een boddhisatva is. Deze ontwikkeling loopt paralel met het onstaan van het Christendom en de verkondiging hierin van de individuele relatie met het goddelijke en de aanwezigheid van de heilige geest
Het Boeddhisme is een 'gouden religie', die dus gebruik maakt van de kosmische gouden energie. Expressie van 'goud' in deze religie kunnen we vinden in de verstilde beelden van de Boeddha, zittend, met de ruggegraat ferm geplant op de Aarde, vaak met bladgoud afgewerkt. De Boeddhist keert zich af van de veranderlijke wereld ('zilver') en richt zich op dat wat permanent is ('goud').
Numerologisch is het Boeddhisme te scharen onder '4', ook een uitdrukking van 'goud'. Vier kan gezien worden als een 'Neter', een Goddelijke kracht die voeding en inspiratie geeft. Het uit zich in het Boeddhisme in de innerlijke stilte, de meditatie, de inzichten die ontstaan door het schouwen van cyclische verschijnselen (het leven, de seizoenen, de natuur, de rivier). (Zie: saffraan)
terug naar de inhoud

Buddha.net - met geschiedenis, sutra-teksten, audio-files, interactieve lessen.
Buddha-Light - met humoristische Boeddhistische verhalen.
Zen Boeddhisme - met achtergronden over en technieken van het Zen Boeddhisme.
Boeddhistische suttra's
© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.