Boviswaarde

december 2007

De Fransman André Bovis ontwikkelde een schaalverdeling (1930) om de vitaliteit van mensen en voedingsmiddelen te bepalen. Dit deed hij omdat hij een eenvoudige methode zocht voor bepaling van de kwaliteit van levensmiddelen, die dan onderling te vergelijken is. Hij ging ervan uit dat alle materie straling uitzendt. De frequentie/golflengte van deze straling mat hij met een pendel. Hij ging er ook van uit dat de golflengte in ångström uit te drukken is van 0 tot 10.000. Hij maakte een schaalverdeling en kon, door een pendel over deze schaalverdeling te bewegen, de waarde van het gemeten product aflezen. Bovis noemde zijn instrument de 'biometer'. De ingenieur Simonéton kwam er achter dat er iets anders werd gemeten en noemde de waarde simpelweg Boviswaarde.

Gezonde mensen hebben een waarde van 6500 tot 8000 op de Bovisschaal. Onder de 6500 wordt de mens vatbaar voor ziekten. Een optimale boviswaarde wordt geacht bij de 11.000 te liggen. Niet alleen voedsel en organismen blijken een boviswaarde te hebben, ook plaatsen, symbolen, handelingen en rituelen kunnen op boviswaarden gemeten worden. Heilige plaatsen kunnen makkelijk 18.000 Boviswaarde hebben. Daarmee is de Boviswaarde waarschijnlijk eerder een maat voor de heelheid of heiligheid van iets. Met andere woorden een indicatie voor de mate van integratie van de drie-eenheid: vorm, functie en essentie.

De Boviswaarde wordt gemeten met een pendel boven een schaalverdeling van 0 tot 20.000. De oorspronkelijke Bovis-schaal staat hieronder afgebeeld tot 10.000 ångström, met andere indicatoren uit het electromagnetische spectrum.

bovisschaal

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.