Feitelijke informatie
december 2006
Het Chistendom, net als ieder andere religie, kent vele lagen van verschijningen. Het Christendom in de kerk is zeker anders dan het eigenlijke verschijnen van het "Christelijk" signaal rond het begin van onze jaartelling. Het staat vrij voor een ieder elke theologie te geloven, maar de bedoeling van deze encyclopedie is in ieder geval trachten de essentie te benoemen.
Het Chistendom heeft zich geëvolueerd in verschillende verschijningsvormen. Allereerst het verschijnen van het
Christendom volgens de Katholieke kerk, zoals dit in de loop van de 4e en 5e eeuw is geformuleerd.
De Protestantse stromingen zijn 'protest' bewegingen in reactie
op sommige uitingen van het Katholiek Christendom, maar borduren voort op het katholieke Christendom. In 'Stromingen'
wordt een overzicht geven van de belangrijkste stromingen en de theologische uitgangspunten.
Historisch wetenschappelijk (bijbel)onderzoek, en onderzoek van de geschriften die in de vorige eeuw
aan het licht gekomen zijn (Nag Hammadi, Berlijn Codex, Dode zee rollen) laten een
ander Christendom zien. Hieruit zijn door moderne onderzoekers aanwijzingen gevonden voor de oorspronkelijke
boodschap van Jesus. Daarover in hoofdstuk 2.
Ten slotte is er het Christendom als signaal van nieuwe mogelijkheden in de evolutie van de mensheid. In sommige kringen wordt gesproken over een kosmisch Christusbewustzijn dat zich toegankelijk heeft gemaakt aan mensen. Jesus is hierin (een) vertolker en aankondiger van dit nieuwe signaal. Dit ontwaken van dit bewustzijn kan echter ook gesignaleerd worden in culturen die niet of nauwelijks beïnvloed zijn door het Joods-Christelijk erfgoed.
Het Katholiek Christendom is gevormd in de vierde en vijfde eeuw uit één van de vele Christelijke gemeenschappen die het daglicht zagen in het Romeinse Imperium. Deze vorming hing nauw samen met de religieuze tradities en de sociale en politieke en economische structuur van het Romeinse rijk. Er zijn een aantal factoren die van invloed zijn geweest op de overwinning van wat het Katholieke (=universele) Christendom zou gaan heten, ten kosten van heel wat andere gemeenschappen:
In 367 vaardigde Athanasius een paasbrief uit met daarin de door de kerk goedgekeurde geschriften. Dit werd bekrachtigd op het concilie van Hippo Regius in 393. Dit werd de definitieve canon van de Bijbel, met het Nieuwe- en Oude Testament. Andere geschriften (die tot dan even legitiem waren) werden de Apocriefe boeken, verboden om nog verder te kopieren.
De belangrijkste geloofspunten [S.J.] van de Katholieke Christelijke kerken zijn:

De geloofspunten en de geschriften van het Katholieke Christendom zijn ontwikkeld vanaf de tweede tot en met de vijfde eeuw van onze jaartelling. De geloofspunten zijn zeker niet door Jezus gepredikt [S.J.], zelfs tegenstrijdig met wat Jezus wel gezegd zou hebben. Uitgebreid onderzoek in de vorige eeuw naar de uitspraken van Jezus en de autenticiteit ervan, leverde een onthutsende resultaat op; slechts 18% van alle uitspraken kon redelijkerwijs als autentiek worden aangenomen. De geschriften uit de kruik gevonden in 1945 bij Nag Hammadi, leverde een Evangelie volgens Thomas op met uitspraken van Jezus die tot dan onbekend waren. De richtlijnen voor een spiritueel leven volgens Jezus Christus wijken op veel punten af van wat er nu van de kansel verkondigd wordt.
In de eerste jaren na het heengaan van Jezus Christus, waren de Christenen Joden, die binnen het Judaïsme verkeerden. Het Christendom werd toen duidelijk anders beleefd. Naar deze eerste gemeente is in de 20e eeuw veel onderzoek verricht met voor de Christenen van vandaag onthutsende ontdekkingen. [S.J.] en anderen komen tot de volgende (vroeg-Christelijke) kenmerken:
Van een triniteitleer, verzoeningsleer, verlossingsleer en een zondeleer wordt niet gerept. Deze zijn ook duidelijk later (4e eeuw) geformuleerd. [L.W.; S.J. en K.A.] Opvallend is de plaats die de Heilige Geest inneemt en dat deze ieder toekomt. Een persoonlijke lijn met God is mogelijk. Heel anders dan wat in de Katholieke kerk wordt voorgesteld: De Heilige Geest zetelt in de kerk en is beschikbaar in de liturgie voor de gelovige.
Een ander opvallend element is de doop in de Jordaan als markant moment. In de vroege Christelijke tijd werd deze doop ook herdacht (6 januari, Epifani). Dit was het geboortemoment waarop de Christus zich op aarde manifesteerde.
Aangaande de 'Wet', en hiermee worden de tien geboden en andere Joodse door God gegeven wetten bedoeld, blijkt Jesus verder te gaan. Niet door meer wetten, maar door verinnerlijking. Marcus Borg [M.B.] heeft ook onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke mens Jezus. Hij ziet duidelijk onderscheid tussen de Jezus “na Pasen” d.w.z wat de christelijke kerk van Jezus gemaakt heeft en de Jezus “voor Pasen”. Hij ziet in Jezus de boodschapper van de innerlijke transformatie. Niet het schaapachtig volgen van de gevestigde regels brengt verlossing maar de verdieping van de relatie met God. Hij ziet Jezus als verkondiger van subversieve wijsheid. Niet de wijsheid van alledag en van de cultuur, waarin straf en beloning de voornaamste middelen zijn voor sociaal aanvaardbaar gedrag, maar wijsheid die voortkomt uit het zijn met de Geest van God. Dit moet telkens opnieuw gevonden en beleefd worden. Dit komt niet van het navolgen van wat men heeft van horen zeggen.
Het begrip wijsheid is niet zo maar een term; in de Joodse traditie is Wijsheid een uitingsvorm van God gepersonifieerd door Sophia. Er zijn vele aanwijzingen dat Jezus door tijdgenoten gezien werd als de spreekbuis en als het kind van Sophia [M.B. blz 126].

De geboorte van Christus valt samen met wat genoemd kan worden de dageraad van een stap in de
evolutie van mensen dat Model II genoemd wordt. Dit model is zich in toenemende mate bewust van zichzelf
als individu tegenover anderen. Een Model II mens kan een andere mening hebben en hiervoor ook strijden. De boodschap
van Jesus was dan ook gericht op het individu, hij stimuleerde het individu hem te volgen, ongeacht familie en stamverbanden.
Hij waarschuwde dan ook dat hij families zou scheuren. Hij stimuleerde de vorming van een eigen
moraal. Het "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet" is geen gebod maar een stimulans
om zelf na te denken over je handelingen. Een heftig moment
deed zich voor tijdens Pinksteren, de Heilige Geest stortte zich uit over de mensen en iedereen begon te spreken,
als met een eigen autoriteit.
Een nieuw signaal dat zich aandient in de cultuur van mensen, krijgt niet direct de benodigde expressie.
Al gauw heeft het Christendom zich ontwikkeld volgens de cultuur van het Romeinse Rijk, met het idee van een
universele Kerk onder één gezag. In de 14e eeuw zien we de echte doorbraak van de universele permissie van Model II. Het individu
wordt zelfbewust en durft zich te uiten buiten de schijnbare vaststaande collectieve patronen. Een ongekende transformatie
is het gevolg in wat bekend staat als de Renaissance. Mensen die zich tegen de officiele kerkleer keren,
worden welliswaar buiten de Katholieke Kerk geplaats, maar beginnen een 'eigen kerk', zonder het idee te hebben
voor de eeuwigheid van God en het hiernamaals verstoten te zijn. Integendeel, het eergevoel
drijft hen de eigen weg te volgen.
Het Christendom is in essentie een zilveren religie, de uitingen drijven op de kosmische zilveren energie. De Rooms Katholieke rituelen daarentegen drijven op 'gouden' gebruiken van Romeins-Egyptische oorsprong. De mentale vermogens met name worden gestimuleerd door zilver. (De Chalice, de Graal, de Cauldron van het hoofd)Dit uit zich in nieuwe ideeën, individuele expressie, maar ook in argumentatie.
Getallen die de aard van het Christendom bepalen zijn de 3 en de 7. Deze zijn bijvoorbeeld terug te vinden in het idee van de drie-eenheid en de zeven sacramenten. Het is frappant dat in de oorspronkelijke Christelijke groepen zeven geloofspunten gevonden kunnen worden, maar dat in de Rooms-Katholieke kerk dit uitgekristaliseerd is tot vier geloofspunten. En 4 is een getal dat behoort tot de 'gouden getallen'.

De stromingen binnen het Christendom zijn legio. Dit is een bevestiging van de esoterische betekenis van het Christelijk signaal, waarvan het kenmerk is het ontwaken van de individuele geest. Men zegt wel eens: "breng twee Christenen bij elkaar en je hebt een kerk, breng drie Christenen bij elkaar en je hebt een kerkscheuring". Een viertal stromingen worden hier omschreven die belangrijke uitsplitsingen in het begin van het Christendom weergeven.
Gnosticsme (van gnosis=kennis) is niet een typisch Christelijk verschijnsel. Het heeft oudere wortels in de joodse, hellenistische en ook oosterse culturen. De geschriften toegeschreven aan Hermes Trismegistus kunnen gnostische geschriften genoemd worden. Een van de belangrijkste uitgangspunten is de aanwezigheid van de Goddelijke spirit in ieder mens. Daardoor kan ieder individu in contact komen met het Goddelijke en daardoor 'weten' zonder tussenkomst van een instituut of priesterklasse. Daarnaast bestaat er een uitgebreid esoterisch stelsel, die in diverse scholen en groepen onderwezen werden. In de smeltkroes van gedachten in de eerste eeuwen na het heengaan van Christus, ontstaat er ook een Christelijke versie. Hierin wordt Christus gezien als de verlosser die het innerlijk van mensen komt bevrijden en als voorbeeld hoe een mens kan zijn. Veel geschriften van de gnostiek zijn pas in de vorige eeuw herontdekt. Het Evangelie van Thomas, Judas en het Evangelie van Maria Magdalena behoren hiertoe. Het is niet verwonderlijk dat de vele gnostische stroming heftig bestreden zijn door de latere Katholieke Kerk. In het verborgen heeft het gedachtegoed altijd voortbestaan en sporen ervan zijn zelfs terug te vinden in de oficiele kerkleer. Vandaag de dag kan het weer een ruime belangstelling genieten. De theosofie (Blavatski) heeft uit het gnosticisme geput. Vele New Age stromingen hebben via de theosofie zichtbare wortels in het gnosticisme.
In deze twee denkers kristalliseerde zich de controverse over de aard van de persoon Jesus Christus. Tegen de achtergrond van deze controverse leefde het beeld dat God de wereld heeft geschapen uit het niets. Aan de ene zijde van een grote afstand is daar God, perfect en eeuwig, aan de andere zijde (deze zijde) de materiële onvolmaakte wereld. Arius, zag Jesus als mens, verheven tot Goddelijke status door God. Omdat Jesus mens was van natuur, kon hij verlossing voor ons mensen mogelijk maken. Athanasius, zag de wereld als dusdanig broos en onvolmaakt, dat niets dat hieruit voortkwam iets goddelijks kon betekenen. Alleen God zelf kon de wereld genezen. Daarom kon Jezus niet van dezelfde substantie zijn als de wereld, maar van dezelfde natuur als God, de Vader. In het Concilie van Nicea 325 is besloten voor het standpunt van Athanasius en was dit de weg waarin het Katholieke Christendom zich verder ontwikkelde.
De Grieks Orthodox stromingen konden zich ontwikkelen door het voortbestaan van het Romeinse rijk in het oosten, met Constantinopel als centrum. Hier verrees de Haja Sophia als spiritueel en wereldlijk centrum van het Byzantijns rijk. Tijdens de liturgie kwamen keizer en patriarch tesamen. De wereldlijke orde is een afspiegeling van de spirituele orde als door God aangesteld. Door deze orde en de zichtbaarheid ervan in de liturgie, de gouden gewaden, en de zichtbaarheid van de hemelsferen in de kerken, was er meer ruimte in de Griekse Orthodoxie voor het mysterie. De afstand tussen God en de mens is beduidend kleiner dan in de Rooms Katholieke versie. Door de gift van de Heilige Geest, kon ieder mens deelnemen aan het heilige. Zoals het heilige zichtbaar was in de liturgie, zo was het heilige ook zichtbaar in levende heiligen.
De controversies over de drie-eenheid of de heilige geest noopten niet zozeer tot dispuut en de wens het onverklaarbare te verklaren als in het westen. De Griekse taal leende zich meer voor een mystieke beschrijving dan het Latijn. Illustratief is het woord theoria. In het Grieks betekent dit schouwen, maar in het Latijn wordt dit meer een hypothese, die door logica en empirische onderzoek onderbouwd kan worden. Een belangrijk onderdeel in de Griekse Orthodixie werd de icoon. De drie-manifestaties van de éne God werden gezien als verschijningen, als maskers van het Ene. Van hieruit was het maar een kleine stap naar de vele heilige verschijningen, en afbeeldingen daarvan, waardoorheen men ook de werking van de éne God kan zien.
Voor de orthodoxe christen is het Goddelijke niet ver weg. De wereld en de inrichting van de maatschappij wordt gezien als een afspiegeling van Gods koninkrijk; het dagelijks leven en ieder mens, in wat voor een rol ook, wordt betrokken in het geestelijk leven. In de liturgie komt het Goddelijke in de wereld. De liturgie is een moment in het centrum, maar dit schept rimpelingen door het leven heen. Het jaar door is doortrokken van feesten en hun voorbereidingen door vasten. Feesten en vieringen volgen het kalenderjaar en maankalenders; het dagelijks leven geeft zich over aan deze ritmes die door het hogere worden gedicteerd. Zo raakt de goddelijke kracht doortrokken in alle aspecten. Voor de orthodoxe christen is God niet ver weg, maar zeer bereikbaar. Het uiteindelijke doel is dan ook heilig worden, zelf doortrokken raken van het Goddelijke (theosis). Het gebed is een belangrijk middel, zoals de liturgie en de vieringen dat is voor de maatschappij, zo is dat het herhaalde in stilte uitgesproken gebed voor het individu. Zij worden dusdanig frequent herhaald totdat "het" in de mens begint te bidden.
Augustinus(354-430) wordt wel gezien als de ideoloog van het Roomse Katholicisme. Het Romijnse rijk in het westen viel uit elkaar, wat in algemeen een gevoel zal hebben gegeven dat de goede orde in de oude tijd lag. Door Augustinus komt de nadruk op de zondeval te liggen en het idee, dat alleen de genade van God door de liefde van God voor de mensen, de mens kan redden. Door de reformatie vanaf de 16e eeuw, gaat de dan nog katholieke (=universele) kerk over de Rooms Katholieke geloofspunten te definieren. Door de zeven sacramenten en het doen van goede werken (b.v. armenzorg en doneren aan de kerk) kan de mens het heil deelachtig worden. Naast het schrift wordt ook de traditie richtinggevend. De Rooms Katholieke kerk is sterk hiërarchisch geordend, waardoor de boodschap van God via de paus en vervolgens via de bisschoppen gechanneld kan worden naar ieder mens.
Het sacrament, uitgevoerd door geautoriseerde vertegenwoordigers van de kerk, heiligt de mens en het leven. Een idee als Godwording is echter blasfemisch. Mystici staan dan ook op gespannen voet met de kerk. Het doen van goede werken (armenzorg, ziekenzorg), verering en aanbidding ter ere van God maken dat de kerk in de maatschappij heilig wordt. Door de doop wordt je deelnemer aan het heil van de kerk.
Als reactie op de uitwassen van de katholieke kerk, wordt de roep om te reformeren steeds nadrukkelijker. Kritische stromingen zijn er altijd geweest, maar tot de 15e eeuw slaagde de kerk erin deze te onderdrukken of te incorporeren, door bijvoorbeeld het oprichten van monastische ordes. Vanaf de 14e eeuw is er een ongekende bewustzijnsgroei. Ieder individu wordt zich in meer en mindere mate bewust van de eigen identiteit en het persoonlijk geweten (zie: eer en Model I,II en III) en laat zich niet meer zo makkelijk intimideren. De bevrijding van het katholieke keurslijf wordt gekanaliseerd door een aantal hervormers:
Luther was een monnik van de Augustijner traditie. Hierbij behoorde de visie dat de mens zondig geboren is, en slechts door de genade van God, die vrij wordt gegeven, kan de oprecht gelovige rechtvaardiging vinden in de ogen van God. De mens zelf kan niets doen om heil te verwerven, dan door het oprecht geloven. Door de liefde van God, die zijn eniggeboren zoon naar de mensen zond, heeft de zondige mens genade gekregen. Luther was van mening dat goede werken en sacramenten niets toe voegen aan het heil. Deze visie kon bij Luther uitgroeien tot één waarbij de mens in innige samenspraak kon zijn met God/Christus, verbonden in liefde. Alleen het schrift is voor Luther maatgevend. De sacramenten werden dan ook gereduceerd tot twee: de doop en het avondmaal. Luther taste de bestaande wereldlijke orde niet aan. Luther verbond zich met en zocht steun bij de gangbare wereldlijke heersers om een maatschappelijke orde mogelijk te maken.
Calvijn was de “beste leerling” van Luther. Echter hij ontwikkelde het Protestantisme langs een iets andere lijn met grote maatschappelijke gevolgen. Ook voor Calvijn was het God die onvoorwaardelijke genade schonk, echter niet uit liefde, maar door de grootse absolute macht van God. God regeert en de mens doet daar niets aan af. Het Calvinisme bevat een onverholen predestinatieleer. Alles is voorbestemd door God. Daarnaast legde Calvijn een individuele verantwoordelijkheid bij iedere gelovige om bij te dragen aan de tot standkoning van Het Koninkrijk van God. De wereldlijke wetgeving was idealiter een afspiegeling van de heilige wetten, zoals die in de Bijbel gevonden konden worden. Was Luther hierin redelijk passief ten aanzien van wereldlijke zaken, Calvijn spoorde aan actief de wereld en de eigen situatie te verbeteren. De maatschappij kon de voorbode zijn van Gods toekomstig koninkrijk. De idee van het verbond van God met de Israëliten werd overgedragen naar de Christelijke gemeenschap die een verbond heeft met God. En dit verbond maakte de gelovige tot een elite, die hard moest werken Gods visie te realiseren. De tegenstrijdigheid tussen de actieve participatie van de gelovige en de predestinatieleer, is altijd een controversieel punt geweest, wat aanleiding heeft gegeven tot veel debat en speculatie. Het Calvinisme creëerde een hardwerkende ambitieuze schare gelovigen, die ook een wereldlijk bestuur voorzag, die de Christelijke waarden en doelen nastreefde.
De radicale reformatie had niet één stem, maar bestond uit versplinterde groepen met soms iets van elkaar verschillende uitgangspunten. In ieder geval hadden deze groepen gemeen dat ze een verinnerlijkte weg voorstonden naar het heil. Daarom had de doop voor een gelovige alleen zin als deze voor de weg van het Christelijk geloof had gekozen bij vol bewustzijn. God schonk genade aan een ieder die geloofd en bereid is een moreel juiste weg te bewandelen. De kerkvisie van deze stromingen was over het algemeen minder veelomvattend in wereldlijke zin; echter in spirituele zin voorzagen zij een kerk als de verzameling van mensen die waarlijk God hadden toegelaten in hun leven en voor wie het kerkelijk samenzijn de viering is van Gods genade in hun leven.
Erasmus heeft veel bijgedragen aan de reformatie, maar bleef katholiek. Als Platonist zag hij niet veel heil in het najagen van de “perfecte wereld”, dit zou toch slechts een onvolmaakte afspiegeling zijn van de wereld van God. Erasmus bestreed de visie dat de mens zondig geboren wordt en zondig blijft. De mens had van God de keuze gekregen tussen het goede en het kwade. Een actieve houding om het juiste na te streven en te doen in het leven zou moeten leiden tot het heil. Dit actieve leven strekte zich uit naar de doop. Slechts na een goede voorbereiding op het geloof kon de doop worden uitgevoerd.
Door het afschaffen van centraal gezag en het afwijzen van fysieke expressies van het transcendente, bleef het woord over als uiting van het geloof. Protestantse spiritualiteit wordt gekenmerkt door Bijbellezingen, vertalingen, bijbelstudie, gezangen en meer modern de gospelsongs en belijdenissen. Omdat het heil niet kunt verkrijgen door het sacrament, maar slechts door de genade (of almacht) van God, knaagt er een permanente onzekerheid aan de gelovige. Waarschijnlijk verklaart dit de vaak gedreven inzet gepaard gaande met schuldgevoelens en traumatische bescheidenheid van protestantse gemeenschappen (zwarte kousen kerk).
Aansluitende sites zijn:
Katholiek Nederland
Katholiek.Eigenstartpagina
© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.