Deva

De term deva komt uit de voortijd van het Hindoeïsme. De Aryanen kenden 33 goden, die bekend stonden als de deva's. Zij waren een verzameling als menselijk voorgestelde goden of krachten die werkzaam waren in de natuur, de kosmos en het menselijk leven. De priesters offerden aan deze of gene deva in de hoop op voorspoed gezondheid en onsterfelijkheid.
Later werd de term verbreed en omvat zij alle kenbare en onbekende natuurgeesten en krachten.

deva

Afbeelding: In de Theosofische traditie worden deva's vaak in een dergelijke vorm afgebeeld. Uit: "Regents of the Seven Spheres" H. K. Challoner. Theosophical Publishing House. 1976. Page 58.




In het westen is deze term geïntroduceerd door theosofen in het begin van de 20e eeuw. Deva wordt dus vooral gebruikt om wezens aan te duiden met een zekere intelligentie en functie. Zij kunnen of oorspronkelijk en natuurlijk zijn of ook veroorzaakt door menselijk gedrag en gedachtekracht. Huisgeesten en stadsgeesten zijn een voorbeeld van door de mens gekreeerde wezens. Nimfen, kabouters, de deva van elk bot,gewricht of orgaan zijn natuurlijke wezens. Elke boom of plant heeft een deva, alsmede ook een collectieve deva. Het begrip deva is synoniem geworden voor ziel. (zie ook: lichaam

De deva wordt in het leven geroepen door een functie. Zij zijn hieraan gebonden en hebben geen keus. Hierin verschillen zij van mensen, die wel (een bescheiden) keus hebben. De mens wordt daarom gezien als superieur aan de deva hoewel in ontwikkelingsniveau dit niet altijd het geval is. In samenhang met de scheppingsstraal kun je zeggen dat het de mens gegeven is verbinding te maken met elk niveau van de schepping. De deva daarentegen is in functie gelokaliseerd in een bepaald niveu hoe hoog ook en moet daar blijven.

Door deze superioriteit, kan de mens een zekere zeggingskracht hebben over de deva. Magische formules en rituelen hebben de natuur van een bevel, niet van verzoek.

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.