januari 2012
In 1986 heb ik voor het eerst lesgegeven aan een groep onder de paraplu van de Template Foundation[1]. En dat heb ik nog vele jaren gedaan; gestimuleerd en begeleid door ervaren docenten heb ik vele technieken en mechanismen opgedaan die een succesvolle overdracht van inzicht mogelijk maken. Het doceren wat ik hier wil aansnijden is het overdragen van essenties; niet slechts het overdragen van kennis. Kennis is de drager, net als de pit van een kaars, voor het vuur van de levende essentie van iets.
Er zijn eigenlijk geen goede woorden voor iets dat dan “les” heet.
De bijeenkomst zou ook beleefd kunnen worden als dienst, of voorstelling.
Schechner[2] onderscheidt 7 functies voor performance in het algemeen:
1. entertainment;
2. iets scheppen dat estetisch is;
3. het veranderen of bevestigen van identiteit;
4. het vormen of voeden van de gemeenschap;
5. heling;
6. doceren, overtuigen, overhalen;
7. omgaan met het trancendente
Het doceren dat ik hier schets, heeft dit in potentie allemaal. Hier worden aanwijzingen gegeven en tips, maar nooit zijn twee bijeenkomsten hetzelfde er is altijd een levendige belangstelling nodig voor wat er speelt en wat er in de gegeven omstandigheden nodig is.
Er is een fijne balans tussen de les lezen en een les overhandigen. Het eerste is met dwang, in de tweede wordt de les ontvangen. In het doceren waar ik het hier over wil hebben is het uitgangspunt dat de student ontvankelijk of zelfs begeerlijk is naar nieuwe kennis. In dat geval komt de energiestroom vanuit de docent makkelijk op gang. Maar vaak is het zo dat de student niet weet wat hij/zij wil ontvangen. Je weet nu eenmaal niet wat je niet weet. De ontvankelijkheid zal opgezocht moeten worden door de docent in de voorbereiding. Je kan de student naar het water brengen, maar niet dwingen te drinken. De overdracht van inzicht vindt plaats als de student dat wil, niet door de wil van de leraar. Dat wil niet zeggen dar er geen confronterende momenten mogelijk zijn, maar dit is alleen mogelijk met de zwijgende toestemming van de student. Of dit het geval is zal de leraar dan intuïtief moeten beoordelen.
De groepsgrootte
De groep moet bij voorkeur tenminste 7 personen groot zijn.
Minder dan 7 wordt het lastiger een groep te vormen. Door kleine persoonlijke interacties nijgt de groep
uiteen te vallen in individuen, die dan elk een eigen aanpak nodig hebben.
Met een groep groter dan 7, beter nog een groep tussen 12 en 32 personen, wordt de groep een entiteit
waarnaar elke student zich afstemt en de leraar kan dan anticiperen op het gedrag en behoefte van die ene groep.
Dit geldt ook voor grotere groepen, maar de groepsvorming gaat langzamer, het vergt meer charisma.
Charisma kan bijvoorbeeld vergoot worden door duidelijke aanwezigheid en participatie van assistenten;
er wordt een hiërarchische tussenlaag geschapen. Dit vraagt een eigen dynamiek, die hier niet besproken wordt.
De ruimte
Het lokaal, de zaal in zijn geheel, eventueel ook de nevenruimten, vormt het toneel voor een compleet theater,
waarbij de studenten “student” spelen en jij de Hiërophant.
De aankleding en behandeling is belangrijk.
Beschouw de ruimte waar de bijeenkomst gehouden wordt als een plek waar iemand misschien verlichting zal vinden.
Betreedt het met eerbied. Het moet in de meest optimale omstandigheid gebracht worden.
Verwijder overbodig materiaal, reinig het fysiek en op subtiel niveau, en plaats de stoelen naar het aantal deelnemers.
Als er uiteindelijk stoelen te veel zijn, verwijder deze ook.
Opstelling
De positie van de stoelen is van invloed op het proces. Voorkeur heeft de plaatsing van de stoelen in een U vorm, zonder tafels.
Dit geeft ruimte voor theater en demonstraties, het is bij groepen tot 30 personen mogelijk voor bijna iedereen om
vooraan te zitten en de vorm symboliseert “ontvangen”.
Energie stroomt op natuurlijke wijze linksom door de kring. Als het even kan, zorg dat de personen rechts aan het begin
van de U-vorm sympathiseren met jou als persoon of met de inhoud. De doorstroming heeft dan een goede start.
Let op de personen aan het einde links van de U-vorm; deze kunnen vermoeid raken of geïrriteerd door vervuilde energie.
Laat deze misschien wisselen van plaats of geef wat persoonlijke aandacht.
De meest gebruikelijke “standaard” vorm in willekeurige lezingen of schoolse lessen is die van een carré, meestal met tafels. Probeer dit te vermijden. Tafels zijn barieres waarachter men zich verschuilt. De gereserveerden van een groep zullen achteraan gaan zitten. Vaak zal het voor komen bij een eerste voordracht dat de eerste rij leeg zal zijn. Sta dit nooit toe. Haal de stoelen weg, of nodig mensen uit vooraan te gaan zitten. Het is aan de leraar in te schatten het carré alsnog te vervangen voor de U-vorm, of een smoes te verinnen om iedereen van plaats te laten verwisselen. Als het niet te vermijden is, probeer bekenden, die tevens sympathisant zijn, achteraan te laten zitten. Dit bevordert de reikwijdte van de voordracht. Projecteer jezelf de mensen achteraan toe te spreken. Maak contact.
Een redelijk standaard klaslokaal in het gewone onderwijs. Goed voor informatieoverdracht, maar niet voor een performance die het transcendente erin betrekt. Het lage plafond biedt niet de ondersteuning voor het vormen van een subtiele koepel waaronder de performance van het lesgeven plaatse kan vinden. De lege stoelen maken dat iedere wel aanwezige student een willekeurige figurant is, dus niet speciaal geroepen om hier te zijn. De tafels bieden gelegenheid om weg te zakken en je te verbergen en dus niet te participeren.
Kleding
Voor de leraar geldt: beter overdressed dan underdressed.
Met een goed en verzorgd uiterlijk is het makkelijker respect te verkrijgen.
Denk eraan je bent anders dan de studenten, daarom komen ze ook naar je toe.
Het heeft geen zin op voet van gelijkheid te willen staan (ook al zou je dat misschien wel zijn).
Kleding is hiervan het fysieke symbool en zal onbewust worden opgevangen. Een beetje opzichtig of mysterieus mag en
kan best. De bijeenkomst is ook theater. Denk ook aan de compleetheid van het uiterlijk.
Gepoetste nette schoenen horen daarbij, als een stropdas wordt gedragen, doe dit met een strakke Windsor knoop.
Als het even kan, neem geen plastic bekertje met water, thee of koffie, maar gebruik een glas (voor water) of porselein.
Gevoeliger ligt het voor de studenten. Om voor de studenten een liminale of liminoide situatie te scheppen helpt het als de studenten speciale kleding gaan dragen. Dit kan geintroduceert worden en worden afgesproken. Een liminale situatie is een ruimte-tijd beleving waarin de student transformeert. Liminoïde is een situatie waarin een transformatie voor de tijd van de bijeenkomst optreedt. Victor Turner[4] introduceerde deze begrippen in relatie tot rituelen. Een ritueel begeleidt een novice naar een andere staat van zijn of andere rol in de samenleving. In de laatste decennia wordt aparte kleding geäsocieerd met enge sektes en kan veel weerstand oproepen. Het vraagt om een goede voorbereiding en uitleg. De voorgestelde kleding roept direct associaties op met de cultuur waarop deze is geïnspireerd. Een zorgvuldige keus is belangrijk om niet de verkeerde associaties te introduceren. In de eerste decennia van het bestaan van de Template Foundation[1] werden er tunieken gedragen die geinspireerd waren op de uniformen van de eerste serie van Star Track.
Studenten van Bhagwan Shree Rajneesh (op de voorgrond) in traditionele indiase kleding van de sanyassin (asceet).
De voorbereiding
Iedereen zal zijn eigen voorbereiding ontwikkelen. Wat in ieder geval niet moet gebeuren is
de bijeenkomst uitschrijven, zo dat het voorgelezen kan worden. Beperk je met steekwoorden, of een lijstje met huishoudelijke mededelingen die je niet mag vergeten. Wees verder open voor invallen en improvisaties. Essenties houden niet van geprojecteerde verwachtingen en starre formules. Power-point presentaties vallen hier ook onder; bovendien staat het mensen toe mentaal te verdwijnen.
Richt je op het voorbereiden van de studenten de essentie te ontvangen, niet op het uitbraken van jouw kennis.
Doe je eigen werk als voorbereiding, zodanig dat je geïnspireerd raakt (= ingeblazen worden door de essentie) over het onderwerp.
Denk wel aan het kunnen doen van demonstraties; als daar speciale props[3]voor nodig zijn kun je die voorbereiden en meenemen.
Bereid het begin voor, de rest komt vanzelf.
Beginnen
De eerste tien minuten zijn cruciaal. Doel van deze eerste 10 minuten is het verkrijgen van de aandacht van de groep,
de groep vormen uit individuen en het verkrijgen van de aandacht van essenties.
Dit kan op verschillende manieren bereikt worden:
Het proces
Het voert te ver om elke vorm van proces hier uit te werken. Maar er zijn momenten die vaak terugkomen.
Participatie van studenten is belangrijk om de groep mee te krijgen. Passief ontvangen en actief meedoen creeërt een dynamiek. Met participatie worden de studenten deelnemers. Maar pas op. Als de mening van de student een rol gaat spelen en je bent niet bij machte dit in jouw voordeel aan te wenden, begeeft je op een hellend vlak. Vermijd discussie. Maar laat zeker studenten vragen. Een vraag is de levende behoefte die de bijeenkomst drijft. Als een vraag even niet uitkomt: kondig aan hier later op terug te komen, maar doe dat wel, hiermee toon je respect en je verkrijgt respect. Participatie is ook mogelijk met levende demonstraties. Dit zijn minitheatertjes die iedereen spannend vindt en meer entertaining dan welke Power-point dan ook.
Er kunnen momenten zijn dat de stroom stokt. Het lijkt er dan op of je “het” niet meer weet, of welke kant het uitmoet. In ieder geval wees niet beschaamd, anders val je van het voetstuk waar je jezelf op hebt gezet. Houdt controle. Het ligt trouwens waarschijnlijk niet aan jezelf, maar aan de balans in de groep. Lesgeven is als het schenken van levend water in de opgehouden koppen van studenten. Op gegeven moment is dit vol, er kan niets meer bij. Dit hoeft niet bij alle studenten het geval zijn, maar bij enkelen die een cruciale rol vervullen in de doorstroming. Het is dan tijd voor een intermezzo. Dit kan een echte pauze zijn, of pauze in het betoog door verandering van onderwerp of tempo. Het is dan tijd voor een verhaal (in iedereen schuilt nog het kind dat graag naar verhalen luistert) of laat iemand vertellen wat hij/zij ervan vindt (dit leegt de groep). Als dit geen verbetering geeft, ga met open vizier op zoek naar wat wel werkt. Maar blijf aan de leiding. Zoek met de groep samen naar wat er wil gebeuren. Zie het als iets mysterieus, een gezamenlijke zoektocht naar het goud.
Het is niet verstandig een onderwerp 100% uit te putten. Laat iets van informatie over voor de volgende keer, wijs op paden die bewandelt kunnen worden, maar niet nu. Het leven is opwindend en er is zoveel te ontdekken. De bijeenkomst gaat trouwens niet over het overdragen van informatie, maar van de essentie van iets. Het is er wanneer het er is, en iedereen weet het.
Eindigen
Wees stil op het goede moment.
De bijeenkomst eindigt niet volgens een agenda of klok, maar wanneer de essentie aanwezig is en het merendeel van de
aanwezigen hiermee is. Laat ruimte voor de ervaring. Aanwezigen willen niet meer van jou horen, maar zichzelf in stilte horen
in de aanwezigheid van iets. Laat enkelen zich uitspreken. Of spreek zelf uit wat er gezegd wil worden, maar niet wat jij denkt,
of wat je nog kwijt wil. Spreek waardering en dankbaarheid uit. Essenties worden verbonden in de emotie.
Verklaar tenslotte de bijeenkomst ten einde, dank iedereen voor hun komst, dank de assistenten (als ze er zijn). Bij een bekende groep kan de leraar eerst uit de zaal vertrekken, maar nog niet weggaan. Bij een onbekende groep is het verstandig dat de leraar blijft tot het merendeel vertrokken is. De atmosfeer is kwetsbaar en moet hier op de leraar kunnen vertrouwen. De leraar is altijd de paraplu waaronder het proces plaatsvindt. Pas als iedereen weg is kan de paraplu worden ingevouwen, om deze beeldspraak te gebruiken, tenzij er een vast team is dat assisteert en de verantwoordelijkheid over kan nemen.
Een meeting van de Emin in de gloriedagen van de theatrale performance. Iedereen is betrokken en functioneel in de transmissie van essenties. De ruimte is uniek gemaakt en ondersteunend naar het proces.
© J.H. van Splunter 2012. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.