Geestuitdrijving en Bezetenheid
Exorcisme
november 2009
Dankbare thema in goedkope films, echter ook te begrijpen als een alledaagse gebeurtenissen waar iedereen mee te maken heeft. Een definitie:
Bezetenheid:
Het aanwezig zijn van een (ongewenste) entiteit in een menselijk systeem.
Geestuitdrijving:
Het uitdrijven van ongewenste entiteiten uit een menselijk systeem.
In deze definities wordt het woord 'ongewenste entiteit' gebezigd en 'menselijk systeem'. Het meer gangbare woord geest is eigenlijk misplaatst in het licht van de hier gebezigde definities van geest. De toevoeging 'ongewenst' is onmisbaar want het menselijk systeem is noodzakelijkerwijs bezeten door entiteiten. Daar is bijvoorbeeld de ziel of zielen, een of meerdere astrale lichamen en de Goddelijke geest (spirit) en minds. Daarom wordt ook het woord menselijk systeem in de definitie gebruikt en niet lichaam (denkend aan het materiele lichaam). Voor het lichaam is het niet echt relevant welke entiteit in is gevaren, maar is elk systeem-lichaam [ ] goed. Met menselijk systeem kan het geheel aan lichamen begrepen worden die een persoon erkent en herkent als zich-zelf, waardoor een vreemde entiteit (lichaam) zich omschrijven laat als “ongewenst”.
Bezetenheid
In ruime zin opgevat is bezetenheid feitelijk de natuurlijke staat van het menszijn. Vandaar de haakjes om “ongewenst” in de definitie. In enge zin, gaat het per definitie om ongewenste entiteiten of om de dwangmatige ongebalanceerde invloed van een bepaalde entiteit. Sjamanen [1] zoeken juist de bezetenheid, al dan niet tijdelijk, om een huis te bieden voor de kwaliteiten die de entiteit kan bieden voor de eigen persoon of de gemeenschap. Dit kunnen kwaliteiten zijn die te maken hebben met genezing of communicatie (tussen deze en gene zijde) of andere exceptionele krachten. Ook in dat geval gaat het ongewenst zijn niet op.
In het gedicht Bedrink je van Bodelaire wordt feitelijk gezinspeeld op de noodzakelijkheid van het bezeten zijn. Een zekere mate van bezetenheid geeft doel en energie om het leven aan te gaan (zie ook het lemma leven in het woordenboek). Inspiratie is een bezetenheid. Bezetenheid wordt onfortuinlijk als het tot dwangmatig gedrag leidt dat contraproductief is t.a.v. de doelstellingen van het systeem dat tot de identiteit van de persoon gerekend wordt. Hier zit een adder in het gras: de identiteit kan op zeker moment een ingedaalde entiteit incorporeren. Veiliger is te stellen dat bezetenheid als onfortuinlijk betiteld kan worden als het strijdig is met de doelen van het spirituele leven: het streven naar communie met het goddelijke. Beoordeling blijft echter lastig voor de niet-meesters onder ons (dat geldt voor de meesten van ons). Alleen de verklaring van iemand die verklaart zelf ongewenst bezeten te zijn is duidelijk en onomstotelijk.
Geestuitdrijving
Geestuitdrijving is het doen verwijderen van een entiteit uit een mens door een behandelaar. Er zijn daarvoor katholieke priesters die hiervoor een opleiding hebben genoten. Ook een enkel protestantse dominee staat hiervoor open. In veel andere culturen zijn er speciaal daarvoor opgeleide sjamanen die “geesten” uitdrijven. Moderne therapeuten (al dan niet “nieuwe tijds” therapeuten) en psychiaters bedienen zich van vormen van geestuitdrijving, al wordt dat dan niet zo bedoeld en benoemd.
De techniek
Het onderstaande is de omschrijving van het werkend principe achter geestuitdrijving.
Het is opgedaan tijdens de lezingen van Ibrahim Karim [I.K.] en uit de papers hierover van Leo Armin.
Er is geen praktische ervaring. En…. Don’t try this at home !!
Stel er is een persoon A die bezeten is door een ongewenste entiteit. Het allereerste probleem is de erkenning door A dat er van een ongewenste entiteit sprake is. Voor een effectieve aanwezigheid van die entiteit is onzichtbaarheid belangrijk. In therapeutische behandelingen is benoeming en herkenning van het probleem een eerste belangrijke stap. Als A dusdanig bezeten is dat A niet meer weet dat hij A is (zonder de bezetenheid) en zich min of meer identificeert met de entiteit, dan heeft A een groter probleem. In voorkomende gevallen zal dan een geestuitdrijver uitkomst kunnen bieden. Het is aan de geestuitdrijver de identiteit van de entiteit vast te stellen. Als het een naam heeft kan het zich niet meer verschuilen en is het onderworpen aan de bevelen van de therapeut (zie ook deva).
Hier schuilt nu een groot gevaar voor de behandelaar. Om de entiteit te kunnen herkennen, zal de behandelaar in zijn systeem ook de entiteit (in onschuldige vorm) moeten bezitten. Op het moment dat de behandelaar de entiteit herkent, staat deze open voor de kracht en aanwezigheid ervan in zijn systeem. De christelijke priester zal een grotere kracht aanroepen (in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest….) om zich zelf buiten schot te houden en deze grotere kracht het werk te laten doen. Op een behandelaar die zelf “heel” is, zal een destructieve entiteit geen vat hebben. Als de entiteit herkend wordt, bij voorkeur bij naam, kan deze aangesproken worden en bevolen worden persoon A te verlaten. Een voorbeeld van uitdrijving, waar de naam en het bevel mooi tot uiting komen is NT Marcus 5-9. Jezus vraagt naar de naam van de entiteit die bezit heeft genomen van een man. Deze is Legioen. Jezus beveelt de entiteit(en) uit te varen en in een kudde varkens te trekken.