Geloven

In het algemeen de staat van zeker weten, maar zonder redelijk bewijs. Vertrouwen hebben in een overtuiging of een visie.

Geloven als begrip moet zeker worden losgekoppeld van religie. Geloven is een mechanisme. In dit mechanisme schuilt een wonder: geloven maakt dat iets mogelijk wordt. Een ouder  gelooft in de toekomst van het kind, een kameraad gelooft in de communistische heilstaat, een biddende monnik gelooft in onsterfelijkheid. Geloven schept de verbindingskanalen in het brein en van het brein naar de geest(mind), zodat wat zich vooralsnog buiten het mentaal lichaam bevindt, ooit opgevangen kan worden. Geloven schept de middelen om iets mogelijk te maken. Geloof in de toekomst of geloven in de mogelijkheden van je kind, zijn essentiële werkende mechanismen om die visie ook waar te maken. We komen dan tot een volgende definitie:

Het vermogen een handreiking te doen naar een staat van weten of zijn in de toekomst, opdat een essence door die handreiking you kan bereiken.

Nu komt een ander onderdeel om de hoek kijken, calculerend geloven, of kiezen waar je in gelooft. Als geloven de (gewilde) toekomst werkelijk maakt, dan is geloven een essentiële stap in elk streven. Maar calculerend geloven, slechts met het brein is onvoldoende; geloven is met hart en ziel, er is geen spoor van twijfel mogelijk. Carlos Castaneda [C.C.] laat Don Juan spreken over “have to believe”, moeten geloven, geen keus hebben, alle andere opties weggooien.

Geloven doe je met je hart, niet met je verstand. Geloven is de onvoorwaardelijke overgave aan iets wat vooralsnog ongrijpbaar is, maar jij wilt, op persoonlijke titel, zonder condities die ene waarheid accepteren en in leven zien. Het persoonlijke, de één op één verbinding van jezelf met een zaak is essentieel. Jij moet jezelf verantwoordelijk maken voor waar je in gelooft. Je kunt in dit proces van geloven niet afgaan op de ander, of twijfel hebben, of voorwaarden hebben.

Geloven maakt een mens nederig en bewust van zijn/haar beperkingen. Je kunt niet overtuigen met redelijke argumenten. Er is een punt van overgave, “ik kan niet anders” aan de zaak waarin je gelooft. Het hart verbindt zich met de zaak, het hart is hier in ieder geval de essentie van je bestaan. En daaruit komt een kracht voort die veel kan bewerkstelligen.

Augustinus (354-430 ) introduceerde geloof in de Westerse wereld als een actieve manier om tot weten te komen. Een mens is zich bewust dat hij niet weet en wat hij niet weet. Als je uit de ervaring en de rede niet tot begrijpen kunt komen, is het raadzaam via het geloof, het aannemen voor waar van een waarheid gegeven door een te vertrouwen bron, je te plaatsen in een staat van het weten, opdat je daarna door schouwen (contemplatio) en het-zich-verheugen-in (dilectio) de zekerheid van de waarheid kan ervaren. Hierna heft geloven zich op en gaat over in weten. "Crede ut intelligas" = "Geloof, opdat ge zult begrijpen"

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.