Mesoterisch
najaar 2008
Noot: de code NHC verwijst naar de Nag Hammadi Codices [S.J.]; CMC verwijst naar de Keulse Mani Codex [J.O.]
Gnosis en gnostiek (gnosticisme) zijn termen die nog steeds tot verwarring kunnen leiden, niet in de eerste plaats door de afwijzende houding vanuit de officiële kerken. Pas in 1966 zijn op een congres te Messina neutrale definities geformuleerd. Gnostiek (Gnosticisme) is volgens dit congres gereserveerd voor de beweging rond bepaalde joods-christelijke systemen die in de tweede eeuw van onze jaartelling werden geformuleerd. Gnosis staat voor intuitief verkregen kennis, als resultaat van verlichting (dus niet cognitieve kennis) over de samenhang tussen God, mens en kosmos. Gnostiek is het systeem of geloofsleer rond een aantal karakteristieke gnostische thema's.
De kenmerkende thema's van de gnostiek zijn:
De gnostiek kent een nogal negatieve kijk op de materiele werkelijkheid. Het perfecte en het goede behoort tot het transcendente, het materiele is een imperfecte afgeleide, of behoort zelfs tot het rijk van het kwaad. De Gnostiek verschilt in zoverre van traditionele christelijke stromingen, dat de zondeval niet de schuld is van de mens, maar het gevolg is van imperfecties in de schepping zelf. De mens heeft een spirituele kern, maar is zich hier niet van bewust. Contact en vereniging met het goddelijke is weer mogelijk door het kennen (gnosis) van die spirituele dimensie. Onwetendheid is daarom het grootste kwaad in de wereld (Valentinus).
Aangezien het tekort ontstond doordat de Vader niet werd gekend, wordt het tekort terstond opgeheven zodra de Vader wordt gekend" ( N.H.C. I.3)
Dualisme
Een dualistische kijk is kenmerkend voor de gnosticus. God is het goede, het materiele het imperfecte, het chaotische of zelfs ronduit het kwade. De mens is voortgekomen uit de materie, maar door ingrijpen ook voorzien van een goddelijke geest. Het goede en kwade zijn dusdanig tegengesteld dat er sprake is van een innerlijk conflict, waarbij het kiezen voor God, automatisch een afwijzen van het materiele impliceert. Ascetisme, het celibaat en het afwijzen van aardse geneugten zijn de praktische implicaties van dit inzicht. Het dualisme in de Gnostiek kennen essentieel verschillende systemen. De Sethianen zien het geschapene als een uiterste emanatie van het Goddelijke. Het is echter een emanatie die door de godin Sophia in het leven is geroepen. Het is de Goede God die deze onfortuinlijke scheppingsdaad zegende met het installeren van de heilige geest in de mens. Andere verwante gnostische stromingen hebben een wat neutralere kijk op de materie. In het Evangelie der Egyptenaren (NHC III.2) is de materiele wereld een zijnswereld die reeds bestond, maar die op verzoek van de lagere goden geordend en bezield werd met de aanwezigheid van engelen en ten slotte de mens.
Een andere vorm van het dualisme vinden we bij de Manicheërs. Naast het Rijk van het Goede en het Licht, is er ook het Rijk van het Kwade en de duisternis. We hebben het hier dus over twee naast elkaar staande krachten. Door interactie tussen deze twee Rijken is er onze wereld met de mens ontstaan. Via de kerkvader Augustinus, die 19 jaar een volgeling van Mani is geweest, is dit gedachtegoed sterk in het westers christelijk denken aanwezig. We kunnen hierbij denken aan de uitspraken van de voormalige Amerikaanse president Bush over "de As van het Kwaad" of het thema in de boeken In de Ban van de Ringen verfilming daarvan van Tolkien.
Bronnen
Gnostische gedachten zijn op zeker moment vervolgd door de overheersende kerk van Rome.
Veel geschriften zijn toen van de aardbodem verdwenen tot aan het jaar 1945, toen in de Egyptische plaats Nag Hammadi een kruik
met geschriften werden gevonden die een schat aan gnostisch materiaal bleken te bevatten.
Enkele titels en de globale inhoud daarvan waren wel bekend omdat de vroege kerkvaders als Irineus erover geschreven hadden.
Omdat de aanleiding voor het schrijven het aantonen van ketterijen ten opzichte van de christelijke kerk was, zijn deze omschrijvingen zeer gekleurd. De oorspronkelijke teksten zijn van de eerste twee eeuwen en in het Grieks geschreven. Daarna zijn deze teksten in het Koptisch vertaald en deze versie is in de tweede helft van de 4e eeuw begraven in een kruik. Het heeft door politieke verwikkelingen enkele decennia geduurd voor de codices door vertaling of fascimile uitgaven beschikbaar kwamen voor wetenschappelijk onderzoek. In de vorige eeuw zijn nog een aantal gnostische geschriften gewonden zoals de Berlijnse codex en de Keulse Mani codex.
Al met al is dus pas in de tweede helft van de 20e eeuw voldoende authentiek materiaal gevonden.
De authentieke gnostische bibliotheek bestaat nu uit:
Oorsprong
Pas sinds de ontdekking en verwerking van de geschriften die bij Nag Hammadi gevonden zijn, wordt het beeld van de oorsprong van het gnosticisme duidelijk. Deze moeten toch vooral gezocht worden bij joodse liberale denkers. Het religieuze leven in de eerste eeuwen na Christus in het Romeinse rijk en met name in Egypte is veelkleurig. Restanten van Egyptische tradities mengen zich met Joodse en christelijke groeperingen, waarin het onderscheid niet altijd duidelijk is. Dan is er het invloedrijke Griekse denken van vooral Plato dat zich mengt met alle religieuze stromingen. Uit deze smeltkroes ontstaan tradities die als gnostisch kunnen worden aangemerkt.
© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.