Het Heengaan
augustus 2009
Van een ding is iedereen zeker; op zeker moment komt een ieder te overlijden. Een uitgangspunt bij de artikelen van de Agaten Tafelen is de zinvolheid van het bestaan en de continuiteit van een onstoffelijk zijnsvorm naast of buiten het stoffelijke lichaam. Het overlijden is een transformatieproces of een wedergeboorte ergens anders. De titel van dit artikel, is dan ook "Het Heengaan", niet "de dood", welke een einde is van het stoffelijk lichaam. Hoe zeker we kunnen zijn over de feitelijkheden van het materiele bestaan, zo onzeker zijn we over de feitelijkheden van het bestaan na (of voor) het leven. Dit artikel kan niet meer doen dan putten uit verschillende bronnen. Uiteraard wordt daarbij een selectie gemaakt (en een voorkeur uitgesproken) van die bronnen die min of meer aansluiten bij het esoterisch materiaal van deze site.
Bronnen waarop we ons kunnen baseren zijn schaars. Zij hebben de natuur van een openbaring en openbaringen bedienen zich nu eenmaal van de concepten die gangbaar zijn in een bepaalde cultuur. Dan zijn er nog verslagen van bijna-dood ervaringen. Pim van Lommel [P.L.] heeft in zijn promotieonderzoek diverse verslagen, moderne en oude, geanaliseerd en kunnen onderbrengen in een cultuur-onafhankelijk patroon. Tevens heeft hij voldoende aangetoond dat gangbare reductionistische verklaringen de bijna dood ervaringen niet kunnen verklaren. Hij pleit dan ook voor een ander wetenschappelijk paradigma, waar wel ruimte is voor het bestaan van bewustzijn na de dood van het lichaam.
Hindoeïsme
Het Hindoeïsme kent verschillende verdelingen van het menselijk lichaam. Voor de transformatiefase is de verdeling in drieën belangrijk: sthula-sharira of het grofstoffelijk lichaam, suksma-sharira of het subtiel astraal lichaam en de ãtman-brahman, het oorzakelijk (goddelijk) lichaam. Het stoffelijke lichaam desintegreerd in zijn stoffelijke componenten. Het subtiele lichaam, met alle herinneringen aan daden en gedachten van dat leven, hecht zich vast aan de ãtman. Dit resulteerd in een tussenliggend bestaan na de dood en tenslotten in een wedergeboorte in een materieel lichaam. De karma, vastgelegd in het subtiele lichaam, bepaalt de kwaliteit van de toekomstige geboorte. Dit kan ook in een dier zijn. de bevrijding van wedergeboorte vindt plaats als de band tussen de ãtman en het subtiele lichaam wordt verbroken [K.K. blz 214,215].
Rituele begeleiding bij het heengaan
Rekening moet worden gehouden met het gegeven dat de innerlijke levens zich niet altijd bewust zijn van gebeurtenissen. Een plotselinge dood van het lichaam door een ongeluk kan ervoor zorgen dat de innerlijke levens hierover in onwetendheid verkeren. Dit zal niet zo gauw gebeuren bij een overlijdensproces bij ziekte of ouderdom. Uit de verslagen van bijna-dood-ervaringen blijkt dat de overledene zich bewust is van het gesproken woord. Het is dus raadzaam bij mensen die plotseling zijn overleden dit uit te spreken en te vertellen wat er mogelijk staat te gebeuren. In het traditionele Tibet wordt het Tibetaans Dodenboek door een monnik voorgelezen als vast onderdeel van de rituele begeleiding. Een groot deel van dit boek is een uitleg over de verschillende stadia in het finale heengaan. Het is een boodschap aan de overledene.
Verdere begeleiding bij het heengaan richt zich op het thuisbrengen van de geest en het respectvol verzorgen van de stoffelijk en onstoffelijk overschotten. Een niet onbelangrijk onderdeel van rituele begeleidingen is het kanaliseren van de rouwverwerking bij de nabestaanden. Overledene en nabestaanden moeten afscheid nemen van elkaar. Het vanwege omstandigheden niet afscheid kunnen nemen door nabestaanden van een overledene roept blijvende onrust op, een onrust die vanwege het principe van resonantie, ook bij de overledene aanwezig zal zijn.
Thuisbrengen van de Geest
Een rituele begeleiding bij het heengaan moet gericht zijn op het versterken van de geest bij het verlaten en heengaan van het lichaam. Volgens het Hindoeïsme en volgens Leo Armin, is het de ziel die het de geest lastig kan maken om het aardse bestaan te verlaten voor een definitief bestaan ergens in het universum. De ziel is een aardgebonden entiteit en kan zich voeden met de veel potentere geest. Uit dat gegeven is het te verwachten dat de dan nog unieke persoonlijke ziel zich vastklampt aan de reddingsboei de geest om het voortbestaan te garanderen. De ziel kan na het verlijden beschouwd worden als een overbodig omhulsel. In een vorm van een commando (zie ook: deva) kan de ziel gelast worden de geest los te laten. Dit deel van een rituele begeleiding moet bijvoorkeur tijdens of vlak na of zo snel als mogelijk na het overlijden plaatsvinden.
De geest is gebaat bij zoveel mogelijk positieve aandacht van aanwezigen. Dit geeft een zekere "boost" aan de ontsnapping. Vandaar het gezegde: "Niets dan goeds over de doden". Een of meer toespraken (eulogie) bij een uitvaart met prijzende woorden kan de gezamenlijke emotie van de aanwezigen richten op de vertrekkende geest en deze helpen te ontsnappen.
Het overschot
Bij leven is een mens een complex van verschillende lichamen. Door het leven worden deze bijeengehouden. Het overlijden is een teken dat de samenhang verloren is gegaan en niet langer ondersteund wordt. Alles keert in principe terug naar het veld vanwaaruit de betreffende lichaam is voortgekomen (stof tot stof, geest tot geest). Het meest kwetsbare moment is de periode kort na het overlijden. Niet alle lichamen zullen zich bewust zijn van de transformatie die zich aan het voltrekken is. In dat losmakingsproces bevindt zich nog misschien de geest die daaruit zal ontsnappen. Uit respect voor de overledene kan besloten worden over te gaan tot begraven. De verschillende innerlijke levens kunnen in het eigen natuurlijke proces van verval zich losmaken en zich voegen naar hun bron. Het omgekeerde proces van de vorming van het lichaam in de baarmoeder. Ter bescherming tegen ongewenst subtiele "aaseters" kan het lichaam in een beschermende zijden lijkgewaad gewikkeld worden met knoflook. Een wake tussen overlijden en het ter aarde bestellen is ook gunstig in de bescherming van het proces van heengaan. Crematie is niet per definitie verkeerd. Het is alleen een abrupte en heftige ontbinding.
Het Rouwproces
Ieder persoon die een overledene heeft gekend, heeft een band met de overledene. Het kennen van een persoon schept een mentaal beeld van die persoon en via dat gelijkvormige beeld is er een uitwisseling via het principe van resonantie. Bij en na het overlijden moet dat beeld worden bijgesteld opdat er geen ongewenste verbindingen blijven bestaan. Een grote gehechtheid kan een gunstig vertrek van de geest voorkomen. De rouwkaart, het overlijdensbericht in de krant, of als aanplakbiljet in andere culturen, vervult een dergelijke functie.
Bij leven heeft een persoon geinvesteerd via aandacht en gedeelde ervaringen in zijn netwerk van nabestaanden. Na overlijden, waarin alles terugkeert tot de bron, vertegenwoordigen deze herinneringen, met het "stempel" van de overledene, een energie die ook wil terugkeren naar de bron, de overledene. De overledene trekt deze aan om een sterke uitgangspositie te verwerven bij het overlijdensproces. Deze overdracht van energie laat zich zien in de rouw van de nabestaanden. Huilen en beklag zijn uitingen van energie die de nabestaande verlaat (zie ook: emotie). Een stervensbegeleiding kan met toespraken en begeleidende muziek dit rouwproces oproepen en kanaliseren.
Een ritueel
Het navolgende ritueel is een voorbeeld van een stervensbegeleiding die ten doel heeft de geest te versterken en los te maken. Het is niet direct een proces om rouwenden te begeleiden. Het wordt beter geacht om dit in besloten kring uit te voeren.
Het maakt gebruik van de symboliek die besloten ligt in de edelstenen. Het gebruikt de autoriteit van hogere bewustzijnslagen (Aqamarijn) om de ziel te gelasten de geest vrij te laten. Het belangsrijkste deel is de uit te spreken tekst. Met de andere onderdelen kan geïmproviseerd worden, al naar gelang omstandigheden. De volgende rituele voorwerpen worden gebruikt:
- muziek. Deze muziek moet niet overheersend en opdringerig zijn, aansluiten bij de smaak van overledene en nabestaanden en de belangrijkheid van het moment ondersteunen.
- Een helder blauwe scapula met aan de uiteinden geborduurd een zilveren driehoek gevuld met drie bollen in de kleuren wit (staat voor diamant, in de top), licht blauw (staat voor aquamarijn, linksonder) en smaragd groen (rechtsonder). De scapula kan aan de einden afgezet worden met zilveren franje. De scapula heeft een symbolische waarde en geeft de rituele begeleider autoriteit. Hebben de nabestaanden een mogelijke weerzin tegen religieuze regalia, dan is het belangrijk op andere manieren autoriteit uit te stralen en dit vast te leggen.
- Een tafelbel die met een hoge toon en zacht ("zilver") kan klingelen.
- Een symbolisch voorwerp, bestaande uit een zilveren driehoek aan een zilveren staafje, voorzien van de edelstenen diamant, aquamarijn en smaragd. Bij afwezigheid kan dit ook op een strook karton getekend worden, of zelfs worden geprojecteerd. Hebben nabestaanden en begeleider meer band met andere "Aquamarijnen" autoriteiten, zoals Christus of Maria, dan kunnen waarschijnlijk ook symbolen in relatie met deze heiligen of goden gebruikt worden.
-
De uit te spreken tekst op schrift. Deze luidt:
Vanuit Aquamarijn (of: In naam van naamX) gelast ik: ziel van (naamY) om de geest vrij te laten. Wij danken je voor de steun en bescherming die (naamY) ten deel is gevallen. Nu is de tijd daar om wat tot de goden behoort los te laten en uitgeleide te doen. Laat de verheven (naamY) gaan. Laat de verhevene gaan.
NaamX: de naam van de 'aquamarijnen' autoriteit die ;
NaamY: de naam van de overledene. - Wierook, bijvoorbeeld frankincence (olibanum)
De betrokken personen zijn de rituele begeleider met de scapula, drie helpende begeleiders, uit te zoeken uit verwante vrienden en 3 tot maximaal 7 getuigen. De rituele begeleider draagt de scapula en het symbolische voorwerp met de ontvangende hand (mannen links, vrouwen rechts). Vooraf wordt de ruimte schoongemaakt door wierook. Het ritueel bestaat uit het volgende patroon:
- Er speelt muziek en de deelnemers aan het ritueel betreden de ruimte in de volgorde: begeleider, de drie helpers en dan de getuigen. De begeleider neemt een positie in aan een zijde van de overledene, de drie helpers aan de andere zijde. De getuigen plaatsen zich ergens in de ruimte.
- De muziek verstomt en de begeleider luidt de bel om het begin aan te kondigen
- De begeleider of een helper spreekt een eulogie uit, waarin algemene eigenschappen worden benoemd.
- De begeleider raakt met het symbolische voorwerp eerst het eigen voorhoofd en dan het voorhoofd van de overledene, dan de ontvangende handen van de helpers.
- De begeleider plaats het voorwerp op het voorhoofd van de overledene en leest met intentie de tekst voor
- De begeleider verwijdert het voorwerp
- De helpers bevestigen door te knikken
- De begeleider maakt een zeven maal een beweging met het symbolische voorwerp van de voeten naar het hoofd en weer terug.
- De bel wordt geluid.
- Een tweede eulogie wordt uitgesproken, die specifiek de geest-versterkende en verlossende kwaliteiten van de overledene benoemt. Voor een indicatie hiervoor, zie het artikel morele oordeelsvorming
- De bell wordt weer geluid en muziek zwelt weer aan ter beeindiging van het ritueel.
- Allen verlaten de ruimte
Een persoonlijke ervaring
Tijdens een serie regressietherapieën , heb ik twee vorige levens en het heengaan ervaren. Daar alle inzichten over het proces van heengaan en leven na de dood uit openbaringen en persoonlijk gekleurde ervaringen afkomstig zijn, is het passend om een verslag van die momenten weer te geven.
Het eerste herinnerde overlijden is van een leven dat niet zeer bijzonder was. Ik leed een sober bestaan als boekhouder/schrijver van een handelshuis. Was ongetrouwd en was zo terechtgekomen door een foute beslissing en risicovol investeren toen ik jong was. Bij mijn overlijden waren er niet veel mensen aanwezig. Bij mijn begrafenis sprak mijn baas lovende woorden over de toewijding en andere kwaliteiten die ik had en inzette voor zijn zaak. Dit te horen gaaf mij een geweldige kracht en ik kon vertrekken. Verder ben ik niet gegaan in mijn herinnering..
Mijn tweede herinnering betreft mijzelf als een mens dat heen en weer zwalkt tussen een religieus leven met opgelegde kuisheid en een wereldlijk leven met een gezin. Tenslotte eindig ik als kluizenaar die een gestoord leven lijdt in een bos, niet in staat een keus te kunnen maken. Wanneer de dood zich aandient wordt ik weer even helder voor een laatste maal overzie ik het dilemma van mijn leven: een religieus leven in een klooster, met verbintenis met de eeuwige God, of het leven dat mogelijk is met vrouw en familie. Met deze dualiteit sterf ik.
Ik ben gestorven en sta naast mijn lichaam. Ik ben er niet lang bij; ik verdwijn voordat men mij vindt. Ik ervaar hoe de omgeving in een punt verdwijnt. Ik stijg op en arriveer in een lichte mistige wereld. Het is er vredig en ik wacht. Er gebeurt niets. Ik ben nieuwsgierig naar wat er komen gaat. De stem van de regressie coach dring tot me door en vraagt of ik nog iets wil doen. Kan dit? Ik zou mijn familie nog eens willen zien. Ik denk aan het huis en ogenblikkelijk ben ik daar. Maar het wordt bewoond door anderen. Wat nu? Ik realiseer me dat ik de gezichten van hen voor de geest moet halen. Ik kan me mijn jongste zoon herinneren. Langzaam maakt deze plaats voor een jonge man, die en-profiel voor mij langs loopt. Ik zweef met hem mee. Hij ziet er goed en vrolijk uit. Het is goed; de anderen kan ik mij niet meer voor de geest halen of hoef ik niet meer te zien. Ik ben weer in de lichte mistige wereld met een sfeer van vrede.
Hiermee wordt deze belevenis beëindigd….
In de eerste herinnering speelt de eulogie bij de begrafenis een belangrijke rol. In de tweede herinnering is de tijdloosheid en ruimteloosheid na het overlijden interessant. Ik zou overal kunnen zijn. Wat me bij is gebleven bij deze episoden is dat het heengaan zelf pijnloos en zelfs prettig is. Het geboren worden en vooral de jeugdfase zijn of kunnen eigenlijk het meest moeizaam zijn door de afhankelijkheid van opvoeders en onwetendheid over het leven, terwijl ze zeer cruciaal zijn voor het verloop ervan.
Linken
Over het Tibetaans dodenboek