Mesoterisch

Hindoeïsme

januari 2007

Het afgebeelde teken is de klank 'Ohm' (Aum),de klank waarmee elk gebed, mantra of recitatie in de Hindoe-traditie begint. Het is Sanskriet voor de betekenis: "ja, zo is het". Het is de oer-klank die het al schept en in stand houdt. Om is Brahman.

Hindoeïsme is een label dat niet-Indiërs gaven aan de geloofssystemen van het Indiase subcontinent. Het wordt ter onderscheid van het Boeddhisme, Christendom en de Islam ook door 'Hindoeïsten' gebruikt. De Hindoe (= bewoner van India) noemt het spiritueel bewustzijn dat zo eigen is aan de Indiase cultuur: sanatana dharma, of eeuwige universele wet. Naast het hindoeïsme is er ook nog de term Brahmanisme. Dit kan al naar gelang de context synoniem zijn met 'Hindoeïsme', of slaan op een religie gecentreerd rond het gebruik van de offerrituelen die alleen door Brahmanen gedaan zouden mogen worden. (zie: karma-marga).

Het Hindoeïsme is zo gevarieerd en de gebruikte wereldbeelden en beeldspraak staan zo ver van onze cultuur af, zowel in tijd als in lokatie, dat het ondoenlijk is om hier, in het bestek van de Tafelen, er goed op in te gaan zonder een zekere respectloosheid. Het Hindoeïsme is echter ook de bakermat van enkele begrippen die nu in onze wereld gemeengoed zijn geworden, zoals karma, reïncarnatie en de chakra's. Ook de Vedische gezondheidsleer (Ayur-Veda) heeft zijn weg gevonden naar het Westen.

De Geschriften

De geschriften worden door de Hindoes onderverdeeld in geïnspireerde geschriften, sruti, en wat genoemd wordt traditionele geschriften, smirti. De verschillende stromingen binnen het Hindoeïsme hanteren enigszins verschillende lijsten van wat tot sruti behoort en wat tot smirti. De wetenschappers vermoeden dan rond 600 vChr. de teksten gecodificeerd werden. De oudste geschriften zijn wellicht 5000 jaren oud. Ze behoren tot de oudste geschriften van de mensheid, alhoewel het op schrift stellen pas vrij kort in de geschiedenis heeft plaatsgevonden. Tot die tijd werden ze oraal overgedragen van generatie op generatie. De taal Sanskriet is heilig en bezield. Juiste uitspraak, ritme, grammatika, kennis over de betekenis en afkomst van de woorden zijn uitermate belangrijk. Een fout in de recitatie van een tekst was (en is) onvergeeflijk. De Vedanga's zijn een collectie teksten die handelen over het taalgebruik en de uitspraak in de teksten.

Vedas
Er zijn vier verzamelingen Vedas (samitãs), elk begeleid met een supplement met wereldse zaken.

  1. Rgveda, bevat meer dan 1000 hymnen aan diverse goden. Het supplement is de Arthaveda, dat handelt over politiek en staatskunde.
  2. Samaveda, bevat gedeelten van de Rgveda en instructies over de recitatie. Het supplement heet de Gandharvaveda en behandelt muziek en de schone kunsten.
  3. Yajurveda behandelt de Vedische rituelen. Het supplement met de naam Dharmusveda behandelt het boogschieten en oorlogvoering in het algemeen.
  4. Atharveda is een verzameling hymnen aan goden en bezweringen. Het begeleidende Ayurveda behandelt de geneeskunde en de biologie.

De Vedas kunnen op drie niveaus geïnterpreteerd worden. De verzen kunnen in relatie gebracht worden met de vorm van de offerrituelen (adhiyajna) of in relatie staan tot de verschillende deva's (adhidaivata) of bestudeerd worden in het licht van het (hogere) Zelf (adhiyatma). Dit betekent ook dat het vertalen van de Veda's uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk is.

Brahmanas
Bevatten offerrituelen en mythen.

Agama's
De Agama's zijn geschriften die waarschijnlijk van Dravidische oorsprong zijn, dus niet Vedisch. Zij hebben in het zuiden van India veel gezag. In deze werken worden zaken uitgewerkt rond de goden Bramha, Vishnu en Shiva.

Upanishads
Bevatten esoterische kennis. Ze zijn vrij 'nieuw', van 1000 vChr tot circa 1500 na Chr.

Purana's
Epische geschriften, die de leringen van de veda's opnieuw vertellen, maar dan op een beeldende wijze. De bekenste zijn de Mahabaratha, waarin zijn opgenomen de Bhagavat Gita en de Ramajana. Ze worden niet als sruti beschouwd, maar wel als sruti behandeld en door sommige stromingen ook tot de geïnspireerde geschriften gerekend. Ze zijn in ieder geval voor de meeste hindoestanen belangrijk en gezaghebbend.

De Goden

In het Hindoeïsme worden vele goden erkend. Historisch gezien zijn zij afkomstig uit de verschillende culturen van het Indische subcontinent. In de latere versmeltingen en uitwisselingen werden sommige goden gezien als incarnaties van bijvoorbeeld Vishnu. Soms wordt een God vereerd als de enige, maar dit kan van streek tot streek en van stroming tot stroming verschillen. Vrouwelijke goden werden in latere paternalistische ontwikkelingen toegevoegd als echtgenote of vriendin van één van de mannelijke goden. Er zijn verschillende goden-groepen en enkele goden die óf losstaan óf als familie worden gezien van één van de andere.

De Deva's
Oorspronkelijk 33 goden, die de essentie zijn van veelal natuurverschijnselen als de vier elementen, de zon, de maan, het woud etc. Zij zijn belangrijk geweest in het Brahmanisme. Agni, het vuur, is hierin belangrijk. Agni breng middels het vuuroffer de boodschap over aan de goden. Zie verder: Deva

De Trimurti: Bramha, Vishnu en Shiva

trimurti

v.l.n.r.: Brahma, Vishnu en Shiva

Brahma
Brahma wordt afgebeeld met vier gezichten en een roze huid. Brahma is de schepper van de wereld. Voor sommige stromingen wordt dit gedaan in opdracht van bijvoorbeeld Vishnu of Shiva. Omdat Brahma verder weinig meer van betekenis kan zijn voor de mensen zijn er weinig erediensten voor Brahma ontwikkeld. Er is slechts één tempel aan hem gewijd. Sarasvati heet de gemalin van Brahma. Zij wordt de 'moeder der openbaringen' genoemd.

Vishnu
Vishnu is in de Trimurti de handhaver van de schepping. Hij wordt afgebeeld met een blauwe huid en een aantal attributen als de oerschelp, de discus (cakra), de knots en de lotus. Hij zit of staat op de veelkoppige slang Sesa. De echtgenote van Vishnu is Lakshmi. Waneer er gevaar dreigt voor de schepping, incarneert Vishnu in een gedaante om deze te redden. Er zijn tot dusver negen incarnaties geweest, met een 10e die nog moet komen.
De negen incarnaties zijn:

  1. Matsya, de vis om de wereld te redden van verdrinking
  2. Kurma, de schildpad, deze droeg de wereldberg Meru, die als "karnspil" fungeerde bij het karnen van de oceaan
  3. Varaha, het zwijn. Deze doodde een demon die de wereld teisterde
  4. Narsingh, de mens-leeuw, die een koning die zich als God liet behandelen en die door mens nog dier gedood kon worden, verscheurde
  5. Vamana, de dwerg. De eerste (maar kleine) mens in de incarnaties.
  6. Parsurama, de krijger die in 21 oorlogen de macht van chatrya's brak en de macht voor de brahmanen won
  7. Rama, de ideale mens. Samen met zijn gemalin Sita en zijn broer en toegewijde Hanumanta wist hij de heerschappij van een wrede koning te breken
  8. Krishna, de ideale leermeester
  9. Boeddha, de verlichte

In de volgorde van de incarnaties zien we in grote lijnen de evolutieleer van Darwin terug en in de laatste vijf de mogelijke ontwikkelingsstadia voor mensen. Het hindoeïsme heeft een ongekende mogelijkheid in zich om vernieuwende ideeën te incorporeren in de eigen theologie. De 9e incarnatie is daar een voorbeeld van. Er zijn stromingen die Jezus en Mohammed ook beschouwen als avatar (incarnatie) van Vishnu.
De 10e incarnatie is Kalkin (Maitreya) die een wereldrijk van rechtvaardigheid en gelukzaligheid zal vestigen.

N.B. let op dat de mens als vijfde incarnatie verschijnt, de 6e incarnatie moet strijden en de 7e gezien wordt als de ideale mens!

Lakshmi is de zorgzame moeder die rijkdom, voorspoed en geluk brengt.

Shiva
Shiva is de verdelger en regelt de dood. Als de tijd daar is zorgt hij voor het einde van de wereld en de voorbereiding voor de volgende. Zijn lichaam is besmeurd met as (wit!) en zijn attributen zijn een snoer met schedels, een drietand, de maansikkel en de rivier de Ganges die aan zijn haarknot ontspringt. Hij wordt ook afgebeeld als Natha-Raja, die dansend in een kosmisch wiel de kringloop aangeeft. Hij wordt vereerd via de lingam, het fallussymbool. Ook Shiva kent enkele avatara's. De echtgenote van Shiva is Parvati. Zij heeft vele kwaliteiten, zij kan zachtaardig zijn, maar ook grillig en bloeddorstig (als Kali). Zij is de beschermvrouwe van de gerechtigheid.

Ganesha
Ganesha is te herkennen aan de olifantskop. Ganesha is het oudste kind van Shiva en voorkomt onheil, verwijdert obstakels bij reizen en ondernemingen, ook huwelijken. De Ganesha puja (offer) gaat meestal vooraf aan een andere puja.

Devi
De algemene vrouwelijke kracht. Zij kan belichaamd worden door de vrouwen of vriendinnen van de goden van de Trimurti. In sommige stromingen is zij zelfstandig en machtiger dan de mannelijke goden. Zij kan ook gezien worden als de vrouwelijke component van Brahman.

Hanumanta
Hanumanta is te herkennen aan zijn kop van een aap. Hij is de dienaar van Rama en geeft hoop, kracht en moed.

De drie wegen naar het heil

Ongeveer in de chronologische volgorde van het ontstaan zijn de drie heilswegen; Karma-mãrga, het pad van de daden, Jnana-mãrga, het pad van de kennis en de Bhakti-mãrga, het pad van liefdevolle devotie. Alle drie zijn echter ook al duidelijk vanaf het ontstaan van de veda's aanwezig, maar de populariteit is in de loop der tijd van de eerste naar de laatste weg verschoven. De drie wegen verschillen niet alleen in de methode, maar ook naar de aard van het gewenste doel (het heil).

Karma-mãrga

ritueel uitgevoerd door een Brahman Het pad van de daden is de weg van met name de Brahmanen. Met daden wordt bedoeld de rituelen waarmee een gunst wordt afgedwongen van de goden door het doen van een offer. Het is een vrij zakelijke uitwisseling om iets gedaan te krijgen. Elke gunst heeft zijn prijs. Aanwezigheid van publiek of gelovigen is niet noodzakelijk. De kennis over de juistheid van de rituelen berustte bij de Brahmanen; zij hadden en hebben de functie om de rituelen uit te voeren. Kennis over sommige rituelen berusten soms bij één familie. Juiste rituelen leiden tot een goed Karma, dat uiteindelijk zal leiden tot een wedergeboorte in een hemel (waar het goed toeven is). In de pure Vedische traditie is het gehele dagelijkse leven geritualiseerd, vanaf het opstaan tot aan de nachtrust.

Jnana-mãrga

Het woord Upanisad is afkomstig van het "dicht bij (de meester) zitten". De grote leraren uit het verleden hebben allereerst mondeling hun kennis doorgegeven. Het pad van de kennis wordt gevoed door de Upanisads en bevat esoterische kennis. Door kennis wordt het doen van ritueel overbodig en verkrijgt men vrijheid en vooral vrijheid van wedergeboren worden. De Upanisads bevatten onder andere kennis over natuurkunde, biologie, religie, filosofie, astrologie en genezing. De hele wereld wordt voorgesteld opgedeeld te zijn in vijf-voudige systemen (zie; pentagram). Belangrijker dan het opdoen van alleen kennis, is het opdoen van zelf-kennis via de kennis van het universum om ons heen. De ontwikkelingsweg kent vier stadia, waarvan het vierde de staat is waarin je alleen bewustzijn bent, een innerlijk weten van het al, waarin het ik en dat wat gekend kan worden wegvalt. Het heil dat van de weg van de kennis verwacht wordt, is het samenvallen, dus wegvallen, van het onderscheid tussen de Atman en de Brahman (het samenvallen van de persoonlijke geest met de goddelijke geest) en het opheffen van de werking van Karma. Met het opheffen van de werking van Karma wordt het doen van rituelen overbodig. Deze staat wordt staat bekend als Moksa.

Bhakti-mãrga

het uitvoeren van een puja De weg van de liefdevolle devotie wordt hedentendage door de meeste Hindoes gevolgd. Het woord Bhakti heeft twee mogelijke wortels, niet zonder toeval. Eén wortel (bhanj) betekent: scheiden en de andere (bhaj): dienstbaarheid. Beiden zijn aansluitend. Liefdevole devotie verondersteld een scheiding tussen het individu en zijn God en het bewustzijn daarover; de liefdevolle devotie probeert een brug te slaan tussen beiden. Bhakti-marga werd vooral populair omdat het open stond voor iedereen; niet alleen de Brahmanen of diegenen met intellectuele capaciteiten. Bhakti maakte de weg open voor de mobilisatie van de emotie. In de Bahkti-mãrga ontwikkelde het ritueel zich tot een handeling waarin de intentie en het sentiment belangrijk werd. De grootte van het offer en de ingewikkeldheid van het ritueel werden ondergeschikt. Als het offer maar uit een 'goed hart' komt. De Bhakti-mãrga uit zich in het doen van gebeden, rituelen, die puja worden genoemd, gezang, bedevaarten en dienstbaarheid aan een God of zijn vertegenwoordiger of spiritueel leraar.

Belangrijke termen in het Hindoeïsme

Ashrama
De hindoe streeft ernaar zijn leven in te delen volgens de dharma (wereld-orde) in vier stadia, de ashrama's. Deze zijn:

  1. brahmacara, de eerste periode van studie (van de veda's).
  2. artha, het huwelijk en het stichten en onderhouden van een gezin.
  3. vanaprasthya, het terugtrekken in het woud voor contemplatie en studie. Dit kan met echtgenote; men maakt nog steeds deel uit van de maatschappij.
  4. sanyassa, het geheel terugtrekken en leven als een asceet. Het huwelijk is dan ontbonden; de initiatie is gelijk aan die van een crematie. Men is dan eigenlijk al door de poort van de dood getreden en staat buiten de maatschappij. De maatschappelijke verplichtingen zijn niet meer van toepassing.

Catur-varnasrama-dharma
Het Hindoeïsme ziet een sociale ordening in vier verschillende groepen of kastes. Deze zijn:

  1. kaste der Brahmanen. De kaste der priesters. Zij beheersen de techniek van het offerritueel en verzorgen zodoende het bestaan van de schepping. Zij bewaren in hun geheugen en door orale overlevering de veda's. Er zijn families die bepaalde Veda's of rituelen daaruit kennen. De bijbehorende kleur is wit (Varna betekent kleur) en de windrichting het noorden.
  2. kaste der Ksatriya's. De bestuurders, officieren, de adel. de bijbehorende kleur is rood en de windrichting oost.
  3. de kaste der Vaishja's De boeren, de handelaren en ambachtslieden. De bijbehorende kleur is geel en de windrichting het zuiden.
  4. de kaste der Sudra's de dienaren. Zij dienden en maakten het werk van de eerste drie mogelijk. De bijbehorende kleur is blauw en de windrichting het oosten.

Zie ook: De hindoestad (uitwerking van getal vier).
De eerste drie kasten zijn de "twee keer geborenen". Met een initiatie-ritueel (de tweede geboorte) wordt de jongeling opgenomen in de kaste. Buiten deze vier kasten zijn er de kastelozen, deze worden door de andere vier als "onaanraakbaar" beschouwd.

Dharma
Dit kan betekenen:

Mantra
Een klank, een woord, of vers(gedeelte), oorspronkelijk in het sanskriet, dat een bewustzijnsverandering teweegbrengt, of een heil veroorzaakt voor jezelf, de familie of de wereld als geheel. Sanskriet wordt beschouwd als een taal met magische werking. De klanken veroorzaken een subtiele invloed. Onder invloed van de verbreiding van het Boeddhisme en de verbreiding van Hindoe-Boeddhistische gebruiken naar het westen, is ook het gebruik van de term mantra van toepassing geraakt op het reciteren van spiritueel betekenisvolle teksten in andere talen. Het bekendste mantra is AUM of OHM. De klank die aan het begin stond van de schepping.

Mudra
Een handhouding die bepaalde energiestromen vanuit de handen opwekt en deze richt. Deze techniek wordt gebruikt bij meditatie. Bekend zijn de vijf mudra's van Boeddha.

Puja
Een ritueel, uitgevoerd vanuit devotie naar de godheid. Dit kan door iedereen uitgevoerd worden, mits het vanuit het juiste sentiment gebeurt.

Purusartha
De vier doelen in het leven. Deze zijn:

  1. Dharma, het bestuderen en volgen van de wet.
  2. Artha, het verwerven van materiële goederen, voor het onderhoud van jezelf en de familie, zodat (1) mogelijk wordt.
  3. Kama, erotiek en genieten, wat uitmondt in het krijgen van kinderen.
  4. Moksa, bevrijding. De laatste fase van het leven kan volledig gewijd worden aan spirituele ontwikkeling, waarin bevrijding uit de kringloop van wedergeboorte mogelijk wordt.

Yantra
Yantra's zijn constructies van diverse symbolen als de driehoek, de cirkel en het vierkant waarop gemediteerd wordt of die gebruikt worden als focus bij verering en rituelen.

Yajna
Het offerritueel door de Brahmanen wordt Yajna genoemd, door anderen Puja. Yajna's kunnen zeer ingewikkeld zijn en soms dagen of met voorbereidingstijd een jaar duren. Het primaire doel is het afdwingen van een gunst van de goden. Het is een zeer zakelijke en technische handeling. De handeling is een vormkracht die een effect heeft op de subtiele wereld.

De aansluiting met de Tafelen

Het Hindoeïsme is een platina religie; dit betekent dat het gericht is op de individuele expressie en mogelijkheden. In de cultuur van het Hindoeïsme is de individuele keuze mogelijkheid praktisch beperkt. Ook hier zien we de praktijk van de Model I mens. Echter in potentie omvat de keuze alle mogelijke gebruiken en inzichten die alle andere religies ook kennen.

In de upanisads, de geschriften met esoterische kennis, komen we inzichten tegen die ook in de Tafelen verder worden belicht:

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.