Holisme
december 2007
Het woord holisme werd geïntroduceerd door de zuidafrikaanse staatsman Jan Smuts in de jaren '20 van de vorige eeuw. Holisme is afgeleid van het Griekse woord holos=geheel. Smuts definieerde het holisme als de tendens van de natuur gehelen te vormen die groter zijn dan de som der delen door creatieve evolutie. Arthus Koestler introduceerde in dit verband de term holon: een geheel systeem, dat in een hiërarchisch verband staat met andere systemen. Zo is er een hiërarchisch verband tussen de holon-reeks: quarks, protonen, atomen, moleculen, organellen, cellen, weefsels, organismen, populatie en uiteindelijk de biosfeer en het heelal en universum. Hoewel dus aanvankelijk een wetenschappelijk/filosofisch begrip, heeft het ook een positie verworven in het moderne spirituele denken, waar ingezien wordt dat alles met alles samenhangt in steeds omvangrijkere verbanden.
Het holisme als spirituele term heeft de volgende kenmerken:
- Alles hangt met elkaar samen en kan elkaar beïnvloeden.
- Er is één universele waarheid en alle openbaringen en filosofieën zijn pogingen de éne universele waarheid te verwoorden. Dit betekent ook dat in het 'holisme' uit alle tradities geleend kan worden.
- Er is uiteindelijk één holon waarbinnen alles zich verenigt. Er is één levenskracht die alles doordringt.
- Er is een evolutieproces werkzaam, waarin de heelheid van alles steeds beter tot uiting kan komen.
- In het kleine zijn alle (genetische) kenmerken van het grote aanwezig.
Het holisme is een wereldbeeld dat enerzijds onderbouwd kan worden door systeemtheorieën en anderzijds een spirituele dimensie heeft.
In de tweede helft van de vorige eeuw zijn er veel systeem-theorieën verschenen die complexe,
ogenschijnlijk onvoorspelbare verschijnselen wisten te vangen in wiskundige modellen.
Een wiskundige die baanbrekend werk heeft verricht voor de ideeën achter het holisme is Benoît Mandelbrot.
Hij maakte het begrip fractaal bekend,
een verschijnsel van een vormcongruentie die zich herhaalt van groot naar klein met een eenvoudige relatie.
De opvolging in varens van blad naar takvorm is één van de herkenbare voorbeelden.
Andere systeemmodellen houden zich bezig met de organisatie van de chaos (chaostheorie). Systemen die uit vele componenten en onderlinge relaties bestaan, hebben de eigenschap
dat uitkomsten van dat systeem onvoorspelbaar worden, hoewel de relaties onderling deterministisch (wetmatig) zijn. Onmeetbare verschillen in uitgangsposities kunnen
volledig verschillende uitkomsten ten gevolge hebben. De vleugelslag van een vlinder kan aldus de basis vormen van het ontstaan van een orkaan.
Systemen en systeemtheorie lijken de wetenschappelijke bewoordingen te zijn voor het benoemen van een ongeziene grootheid achter de zichtbare elementen van een systeem. Een systeem krijgt door de complexiteit een eigen "wil" en leervermogen, terwijl dat niet in de onderdelen van dat systeem terug te vinden is. Een kolonie termieten kan herkend worden als een systeem. Het systeem bepaalt hoeveel werksters er op een bepaald moment geboren moet worden of hoeveel voedsel er vergaard moet worden en wanneer. Het gedrag van een mieren kolonie verandert met de jaren (het wordt minder agressief), terwijl de mieren zelf na een aantal maanden totaal vervangen zijn. Het systeem “mierenkolonie” kent dus een zeker geheugen en besluitpatroon dat leert of zich ontwikkelt[1]. Systeem is in feite een term met betrekking tot de ongeziene wereld. Als we de eigenschappen van “systeem”, ziel of deva naast elkaar zetten, dan is er in feite niet erg veel verschil in functie. Bij ziel hebben we met een religieuze achtergrond te maken, er wordt in Christelijke/Joods/Islamitische context gedacht aan een zekere relatie met een God. Een deva is een God. Holon, ziel, deva en systeem kunnen wel eens synoniemen zijn. In de Tafelen is het lemma geweld uitgewerkt als een relatieuiting tussen verschillende holons.