Mesoterisch
juni 2007
In het jaar 622 na Chr. wijkt de profeet Mohammed (vzmh) uit naar het dorp Yatrib om daar de eerste Moslim gemeenschap te stichten. Weldra zou de wens zich te onderwerpen aan de Éne God zich als een olievlek verbreiden en één van de grote wereldgodsdiensten worden. Er is een uitgebreide literatuur over het ontstaan, de inhoud en de geschiedenis van de Islam. We volstaan met de kernelementen, een overzicht van de stromingen en een omschrijving van enkele belangrijke begrippen.
N.B. Expliciet wordt in de Koran vermeld dat Allah dezelfde is als de God van de joden en de christenen. Om deze reden wordt in de tekst gesproken over "God" om niet te suggereren dat het in de Islam om een andere God gaat. Traditioneel, wordt de naam van Mohammed gevolgd door een bede: de vrede zij met hem. Deze wordt in deze tekst ook nagevolgd met de afkorting (vzmh)
De moslim baseert zijn geloof op de Koran, de openbaring aan de mensheid, overgedragen door Mohammed (vzmh) en de Soena, de traditie, die min of meer neerkomt op de overleveringen rond de uitspraken en levenswijze van Mohammed (vzmh) en de gebruiken van de eerste moslimgemeenschap in Medina. Het fundament hiervan in de praktijk zijn de De vijf Zuilen van de Islam en de vijf geloofspunten. Dit is voor alle stromingen binnen de Islam hetzelfde. Het geloof heeft consequenties op de gedragsregels. Dit heeft zijn weerslag gevonden in de Sharia, of islamitisch recht. Binnen de Islam is uiteraard nagedacht over de inhoud van het geloof. Hierin zijn theologische en filosofische gezichtspunten te onderscheiden
De Islam is een jonge godsdienst, zij zag het licht in de 7e eeuw na Chr. Sinds het ontstaan is zij door verschillende perioden gegaan. Na een betrekkelijke periode van rust, is er juist in de laatste 100 jaar weer veel ontwikkeling. Op de geschiedenis wordt ingegaan in het hoofdstuk Geschiedenis en De moderne tijd.
De Islam heeft vooral een praktische instelling. De belangrijkste elementen van de Islam zijn de 'vijf zuilen', die met uitvoering te maken hebben. Door het doen laat je als moslim je geloof zien. Geloven betekent een engagement.

In de Koran zijn niet op een systematische wijze geloofspunten neergezet. Op verschillende plaatsen wordt echter wel duidelijk wat het geloof inhoudt. Het geloof van de moslim is neergelegd in wat heet de vijf zuilen van de imaan (geloof).
Letterlijk: gewoonte, hiermee bedoelend de gewoonten van Mohammed. Bij het heengaan van Mohammed waren uiteraard niet alle zaken van het leven klip en klaar in de Koran te vinden. Om toch een rechtgeaard antwoord te hebben op bepaalde zaken werd ook het voorbeeldige leven van Mohammed (vzmh) bestudeerd en nagevolgd. De Soena evolueerde tot later tot een te volgen wet. De Soena is vooral de bron geweest van de juridische, normatieve interpretatie van de Koran. Het moge duidelijk zijn dat in de eerste jaren na het heengaan van Mohammed (vzmh) een levendige verzameling verhalen van getuigen de ronde deed, die onvermijdelijk fraaier en fantastischer werden naarmate de tijd verstreek. Zo een verhaal heet hadieth. De betrouwbaarheid hing af van de bron. Een verhaal gaat daarom vooraf door de keten van doorvertellers. Al vroeg werd aandacht besteed aan de betrouwbaarheid van de bronnen en de geloofwaardigheid van het verhaal als geheel. De wetenschap die zich hiermee bezighoudt wordt ilm al-hadith genoemd.
Sharia betekent letterlijk 'het duidelijke pad naar het water'. De sharia staat voor de verzameling islamitische wetten en de jurisprudentie daarover. De Islamitische wetten komen uit een godsdienst voort. Zij zijn dan ook gericht op de relatie tussen God en de mensen en het te verdienen hiernamaals. Zij worden gezien als de geboden van God, niet omdat ze rechtvaardig of doelmatig zijn. In de koran staan maar enkele duidelijke leefregels vermeld en slechts maar twee met een daaraan gekoppelde maatschappelijke sanctie. Tijdens het leven van Mohammed (vzmh) bepaalden de richtlijnen en levenswijze van Mohammed (vzmh) waar een goede Moslim zich aan te houden heeft. Na het heengaan van de profeet (vzmh) was het aan de moslimgeleerden om de koran en de hadieth te interpreteren naar wetten. Als ondergrond van de islamitische wetten golden de lokale wetten en stamgebruiken. Deze zijn niet expliciet vermeld in de geschriften. Mohammed boduurde voort op deze wetten, door ze te vervangen of te nuanceren. Bij de uitbreiding van de Islam, werden de moslims geconfronteerd met andere wettische ondergronden in andere gebieden. Hierdoor ontstond de behoefte aan meer en meer uitspraken van de oelama (geleerden) voor uitspraken aangaande het islamitisch recht. Aanvankelijk werd er uiteraard geïnterpreteerd (idjiaad) Vanaf de 11e eeuw zien we een kentering; de oudere generaties werden meer geacht dan de jongere en de conservatieve krachten winnen het van de vernieuwende. Het heet dat de 'poort van de idjiaad' gesloten werd. Er ontstaan vier rechtscholen, de hanafitische (Centraal-Azië, Pakistan en India), de malakitische (Noord-Afrika, Soedan, Koeweit) , de sjafitische (Jordanië, Palestina, Egypte en ZO-Azië)en de hanbalitische rechtsschool (Syrië, Algerije, Irak, Afghanistan). Van 'de sharia' kan men dan ook niet spreken. Van land tot land is de inhoud en toepassing in de praktijk anders geregeld. Het is ook niet ongewoon dat individuen behorende tot de traditie van één rechtsschool, voor bepaalde praktijken de regels van een andere school volgen. Door de kadi wordt inzake de sharia recht gesproken. De rechtwetenschap wordt fikh genoemd.
De wetten worden onderverdeeld in vijf klassen van handelingen:
- Verplicht: deze worden in het hienamaals beloond en het nalaten wordt bestraft.
- Aanbevelenswaardig: deze worden in het hiernamaals beloond, maar het nalaten wordt niet bestraft.
- Geoorloofd: er is geen sanctie en geen beloning, dit staat open voor persoonlijke beoordeling.
- Afkeurenswaardig: wie ze nalaat wordt beloond, er is echter geen sanctie.
- Verboden: wie ze nalaat wordt beloond, wie ze pleegt wordt bestraft.
Naast de sharia kennen de meeste landen ook een rechtsstelsel, dat uit westerse rechtsstelsels is afgeleid. Er zijn landen waar de sharia buiten werking is gesteld (Turkije, Albanië) en landen waar alleen de sharia geldt (Iran, Saoedi-Arabië). De meeste molim-landen hebben een vorm van de sharia voor slechts het familierecht.
Kalaam kan vertaald worden met theologie en falsafa met filosofie. In de Koran komen versen voor die op zijn minst vragen oproepen. Al vroeg werden verklaringen gezocht voor tegenstrijdigheden. Thema's waar de moslim geleerden zich mee bezig hielden en houden zijn bijvoorbeeld:
De wijze van beantwoording werd ingegeven door de mate van de toekenning van gezag aan de menselijke rede. Vanaf de periode van de Omajaden werd een begin gemaakt met het vertalen van de hellenistische klassieken. De filosofie en de menselijke rede deed zijn intrede in de moslim wereld. Aanvankelijk zonder enige weerstand. De werken van Aristoteles en Plato waren geen godsdienstige werken, die verboden zouden moeten worden. De rede deed echter wel een beroep op de menselijke redelijkheid en verantwoordelijkheid. Door de spanning tussen geopenbaarde kennis in de Koran enerzijds en de kracht van redelijk bevattingsvermogen aan de andere kant, ontstonden er drie stromingen:
In de ontwikkeling van kalaam en falasifa kan
al-Ghazali (1058-1111)
(Eng:al-Ghazali niet onvermeld blijven.
Van huis uit opgevoed in de sufi-traditie, bestudeerde hij de falasifa en asjaritische kalaam.
Zijn zoektocht naar de waarheid verliep aanvankelijk via de rede,
maar kreeg het inzicht dat dit nooit toereikend zal zijn.
Weten is het resultaat van intuítieve kennis.
Mystiek, de openstelling voor verlichting door God, zou naar zijn mening wel daar naar toe kunnen leiden.
Hij werd een vurig pleitbezorger van de orthodoxe islam, met een milde houding naar de mystiek.
Ghazali bracht het religieuze pad van de soefi’s toegankelijk voor de brede massa.
Zijn aanval op de falsafa werd gevoerd met de middelen van de rede;
zijn werk werd de genadestoot voor de filosofische tradities in de Islam.
Soenieten
Afgeleid van Soena, de traditie. Na het overlijden van Mohammed (vzmh), koos het merendeel van de moslims voor
Aboe Bakr als opvolger in het leiderschap over de moslims. Aboe Bakr was een van de eerste volgelingen van Mohammed en op dat moment
gekozen leider van de Mekkaanse stam der Koerasjieten.
Als spirituele leidraad kozen ze voor de koran en de traditie (soenna).
Sji’iten
Afgeleid van Sji’a Ali, volgelingen van Ali. Na het overlijden van Mohammed (vzmh) koos een groep volgelingen
voor een leiderschap uit het huis van Mohammed (vzmh). Dit was in deze situatie Ali, die door huwelijk met de dochter van Mohammed (vzmh), Fatima, met het
huis van de profeet was verbonden.
In deze leider en zijn opvolgers wordt ook een door God geïnspireerd leiderschap gezien.
De imaams werden verondersteld ook erfgenaam te zijn van geheime kennis.
Onder het overheersend gezag van soenieten had de lijn van opvolgende imaams alleen geestelijk gezag.
In Irak hebben ze in de 10e eeuw ook wereldlijk gezag uitgeoefend en recentelijk heeft het geestelijk leiderschap in Iran ook
invloed op het wereldlijk gezag. Onder de sji'ieten zijn er nog substromingen, afhankelijk van het aantal erkende imams.
- zaïditen erkennen 5 opeenvolgende imams de laatste is Zaïd.
- de ismaïlieten, erkennen 7 imams. Zij werkten een cyclisch wereldbeeld uit op basis van het getal 7.
De laatste imam van de 7e periode, treedt op als Mahdi, de 'rechtgeleide'. En bereidt het einde der tijden voor.
- de imamieten, erkennen 12 imams. De laatste, Mohammed al-Mahdi, is als kind ingegaan in de verborgenheid.
In deze stroming wordt geloofd dat aan het einde der tijden hij als de Mahdi terug zal keren.
Deze stroming werd staatsgodsdienst in Iran in 1501 en opnieuw in 1979.
Een belangrijke dag voor de sji'iten is de herdenking van de moord op Hoessain en zijn familie, zoon van Ali in Karbala, Irak,
waarvoor de Oemayaden (zie geschiedenis) werden aangewezen als verantwoordelijken.

De meeste shi’iten bevinden zich in Iran en Irak
Charidjieten
Een puriteinse stroming, die de hoogste eisen stelden aan het moslim zijn.
Alleen een rechtgeaarde gelovige kan een leider worden van de moslims. Deze stroming is een afsplitsing van de sji’iten.
Inhoudelijk verschilt deze stroming niet zo veel van de voorgaande stromingen. Zij onderscheiden zich hierin dat de gemeenschap de verantwoordelijkheid heeft voor het kiezen van een
rechtgeaard (islamitisch) leiderschap. Extreme charidjieten hebben de djihaad verklaard aan gematigde moslims. Deze stroming
bestaat niet meer, behoudens enkele kleine gemeenschappen (Ibadieten) in Oman, het Tunesische eiland Djerba en in zuid-west Algerije.
Soefisme
De mysieke stroming, waarin de mysticus streeft naar de eenwording met god.
Meditatie, en voortdurend aan God (dzikr) denken zijn grofweg de methoden.
In de vroege tijd stond ook ascese en wereldverzaking centraal;
vanaf de 10 eeuw wordt dit aspect gematigder en verspreidde het soefisme zich over de islamitische wereld.
Vanaf de 12e eeuw ontstaan er broederschappen, hiërarchisch geordend met een sjeik aan het hoofd.
Soefisme staat op gespannen voet met de orthodoxie, omdat eenwording met God blasfemisch is.
Al-Ghazzali (gestorven 1111) maakte elementen van het soefisme acceptabel voor de algemene islam;
vroomheid en het intuïtieve kennen van God zijn hierin de thema’s.

Een bekende stroming zijn de dansende derwishes van Konya. volgelingen van de mystikus Mevlana.
Ahmadijja
Deze stroming is genoemd naar de soenniet Mirza Ghoelaam Ahmad(1835-1908, India). Deze verklaarde dat hij door
openbaring een profeet was en door de moslims te verwachten Mahdi. Hierdoor
wordt deze stroming door gezaghebbende islamitische geestelijken niet als islamitisch erkend. Binnen de Ahmidijja zijn er weer
andere stromingen, die het profeetschap in meer of mindere mate aanhangen. Via Suriname, is deze groep in Nederland relatief sterk vertegenwoordigd.
De beweging is redelijk vrijzinnig, vreedzaam, en sterk gericht op alleen de Koran.
De officiële website van de beweging in Nederland: Ahmadiyya-Nederland.
Babi's en de Baha'i
De babi's zijn volgelingen van Sajjid Ali Mohammed (1821-1850, Iran), een voortvloeisel van mystieke soefi tradities rond een
sjeikh. Ze hadden een eigen interpretatie over de eindtijd, die zou worden voorafgegaan door het verschijnen van de'baab
(poort). In 1844 verklaarde hij zelf de baab te zijn. Eén van de latere babi's, Mirza Hoesain Ali Noeri (1871-1892) verklaarde
in 1863, na diverse religieuze ervaringen, de door de baab voorspelde 'manifestatie Gods', Baha'u'llah te zijn. De Baha'i wordt gekenmerkt door
een optimistische mens en wereldbeschouwing en legt de nadruk op de eenheid van de mensheid en de wezenlijke eenheid der
godsdiensten. Het wereldcentrum is gevestigd te Haifa (Israël).
De website van de beweging in Nederland is: www.bahai.nl
De geschiedenis van de islam tot 1850 valt in vijf delen onder te brengen. Na 1850 komt het moslim rijk onder de controle van westerse koloniale mogendheden, waarna de islamitische cultuur in de confrontatie met het westen, diverse transformaties aan het ondergaan is.
De eerste kalief van deze periode was Moe’awija, gouverneur in Syrië en bloedverwant van Oethmaan.
Hij maakte het kalifaat erfelijk. Hij werd verantwoordelijk geacht voor de dood op de zoon van Ali, Hoessain, (te Karbala)
waardoor de scheuring met de sji’iten definitief werd. Het bestuur werd meer wereldlijk, de Islam staatsgodsdienst. Kenmerken van deze periode
zijn:
Het eerste tijdvak werd gedomineerd door het Ottomaanse rijk.
Suleiman I, de prachtige, (zie afbeelding) bracht het rijk tot bloei door verdragen met Europese landen en militaire superioriteit.
Kunsten en wetenschap werden gestimuleerd en minderheden kregen rechten.
Intriges, de handelsroute om de kaap en gebrek aan modernisering, verzwakten het Ottomaanse rijk.
In de laatste eeuw van deze periode, verloor het Ottomaanse rijk gebied, dat als zelfstandig of veroverd gebied zich afscheidde.
Hervormingen introduceerden westerse wetten en organisatiestructuren, waardoor het fundamentele islamitische karakter verdween. In de laatste
periode werden ook de andere islamitisch delen onder Europees koloniaal bestuur gebracht.Vanaf het begin van de vorige eeuw tekenen zich in principe drie richtingen af waarin de Islam reageert op de overheersing door het westen De islam is een religie die zelf aangeeft superieur en voortreffelijk te zijn. Het dominerende en in ieder geval technisch en militair superieure westen schept daardoor een cognitief conflict. We zien daardoor bewegingen ontstaan, die gekenmerkt worden door het herwinnen van de eigen waardigheid. Er zijn bewegingen die een innerlijke weg zoeken en bewegingen die via politieke en militaire macht deze waardigheid willen terugwinnen.
Het Modernisme
Het modernisme wil terug naar de wortels, naar de eerste tijd na Mohammed (vzmh), waarin gezocht en geïnterpreteerd werd naar de juiste
expressie van de Islam. Uit deze beweging komt de term salafiyya (=de voorvaderen), die later geassocieerd wordt met islamisme (zie verder)
. In het modernisme heerts de opvatting dat alles uit de islamitische literatuur dat als
onbetrouwbaar beschouwd kan worden en ongeschikt
om de koran te interpreteren, moet worden genegeerd. Slechts de koran en enkele geschriften van de soena kunnen worden gebruikt als bron. Sommigen willen
de hele soena terzijde schuiven. Niet de koran wordt gezien als de oorzaak van verval,
maar het loslaten of verkeerd begrijpen van de koran. Het ideaal is het terugkeren naar de islam van de eerste generaties moslims,
gecombineerd met modern onderwijs en modern bestuur. Dit is in conflict met de ideeën van de meer conservatieve
islamitische geestelijken.
Belangrijke denkers zijn
Jamal al-Din al-Afghani(+1897)
en Mohammed Abduh <+1905).
Islamisme
Dit is meer een politiek getinte beweging dan een religieuze.
Het zijn bewegingen die een door de islam gedomineerde maatschappij willen invoeren met de sharia als wet. Zij zijn tegen het idee van
de scheiding van kerk en staat. Uit deze stroming komen de meer fundamentalistische groeperingen naar voren als Hamas,
al-Quaida, de moslimbroederschap (Egypte). Een belangrijke ideoloog is
Said Qutb(+1966)
Traditionalisme
Dit zijn bewegingen vanuit de geestelijkheid oelama, die een traditionele op de sharia gebaseerde staat zien. In het traditionalisme, is
geen ruimte voor interpretatie. De poorten van de idjihaad (=vrije interpretatie) heet in de 11e eeuw gesloten te zijn.
Linken naar islamitische sites:
Islamonline© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.