Mesoterisch

Islam

juni 2007

In het jaar 622 na Chr. wijkt de profeet Mohammed (vzmh) uit naar het dorp Yatrib om daar de eerste Moslim gemeenschap te stichten. Weldra zou de wens zich te onderwerpen aan de …ne God zich als een olievlek verbreiden en ťťn van de grote wereldgodsdiensten worden. Er is een uitgebreide literatuur over het ontstaan, de inhoud en de geschiedenis van de Islam. We volstaan met de kernelementen, een overzicht van de stromingen en een omschrijving van enkele belangrijke begrippen.

N.B. Expliciet wordt in de Koran vermeld dat Allah dezelfde is als de God van de joden en de christenen. Om deze reden wordt in de tekst gesproken over "God" om niet te suggereren dat het in de Islam om een andere God gaat. Traditioneel, wordt de naam van Mohammed gevolgd door een bede: de vrede zij met hem. Deze wordt in deze tekst ook nagevolgd met de afkorting (vzmh)

Introductie

De moslim baseert zijn geloof op de Koran, de openbaring aan de mensheid, overgedragen door Mohammed (vzmh) en de Soena, de traditie, die min of meer neerkomt op de overleveringen rond de uitspraken en levenswijze van Mohammed (vzmh) en de gebruiken van de eerste moslimgemeenschap in Medina. Het fundament hiervan in de praktijk zijn de De vijf Zuilen van de Islam en de vijf geloofspunten. Dit is voor alle stromingen binnen de Islam hetzelfde. Het geloof heeft consequenties op de gedragsregels. Dit heeft zijn weerslag gevonden in de Sharia, of islamitisch recht. Binnen de Islam is uiteraard nagedacht over de inhoud van het geloof. Hierin zijn theologische en filosofische gezichtspunten te onderscheiden

De Islam is een jonge godsdienst, zij zag het licht in de 7e eeuw na Chr. Sinds het ontstaan is zij door verschillende perioden gegaan. Na een betrekkelijke periode van rust, is er juist in de laatste 100 jaar weer veel ontwikkeling. Op de geschiedenis wordt ingegaan in het hoofdstuk Geschiedenis en De moderne tijd.

De vijf zuilen van de Islam

De Islam heeft vooral een praktische instelling. De belangrijkste elementen van de Islam zijn de 'vijf zuilen', die met uitvoering te maken hebben. Door het doen laat je als moslim je geloof zien. Geloven betekent een engagement.

  1. Shahada-Geloofsbelijdenis. Met het uitspreken van de geloofsbeleidenis ten overstaan van getuigen, verklaar je een moslim te zijn en je zelf over te geven aan God (Allah) De geloofsbeleidenis luidt:
    Ash-hadoe alla iellaha iella Allah,
    wa ash-hadoe anna Moehammadan rassoeloe Allah

    Ik getuig dat niets of niemand heeft het recht aanbeden te worden,
    behalve Allah en ik getuig dat Mohammed de boodschapper van Allah is.

    Na het uitspreken van de shahadah is het aangeraden om een douche te namen als teken van een totale zuivering van alles wat vooraf is geweest.
  2. Salaat-Gebed. Vijf maal per dag, voor zonsopgang, tijdens het middaguur, in de namiddag, na zonsondergang en een laatste keer laat op de avond, vind het gebed plaats. Er wordt gebeden in de richting van Mekka (gebedsrichting=kibla), in de moskee wordt dit aangegeven met de gebedsnis of mihraab. Het gebed bestaat uit lofprijzingen en met buigingen en prosternatie je nederigheid en onderwerping tonen aan God, de Barmhartige. Voor het doen van een gebed moet je rein zijn. Hiervoor worden er voorgeschreven wassingen uitgevoerd. Voor een uitgebreide omschrijving van het dagelijks gebed en de voorgeschreven wassingen, klik hier, of onderstaand filmpje.

  3. Het vasten -Sijaam In de maand ramadan, welke bepaald wordt aan de hand van een maankalender. Het vasten is een uiting van dankbaarheid. De maand ramadan verwijst naar de maand waarin de openbaring bij Mohammed is begonnen en de overwinning bij Badr, de eerste kritieke veldslag van de prille moslimgemeente. Men onthoudt zich van voedsel, drinken, roken en seksueel verkeer vanaf de dageraad tot zonsondergang. Het vasten wordt verbroken met een feest (ied al-fitr). Voor een uitgebreide omschrijving van de te verrichten handelingen tijdens ramadan, klik hier
  4. Zakaat-Het geven aan de armen. Er zijn geen aanwijzingen over de grootte van een aalmoes. Soms is de zakaat een belasting. Er wordt in de Koran wel aangegeven voor wie de zakaat bedoeld is, er zijn acht categorieŽn van personen genoemd. Aan Aboe Bakr, de eerste kalief, wordt een regelement toegschreven waarin precies staat omschreven hoe groot de zakaat is en waardoor de zakaat formeel een belasting wordt. Als ingeburgerde traditie wordt aan het einde van het vasten de sadakat al-fitr overgedragen. Deze bedraagt enkele euro's en wordt betaald aan de moskee.
  5. Hadj- Bedevaart. …ťn keer in het leven van de moslim wordt de moslim geacht de bedevaart naar Mekka te maken. Mekka is het episch centrum van de Islam. In Mekka bevindt zich de Ka'aba, een rechthoekig gebouw waar in de oosthoek een zwarte steen is ingemetseld. Van dit gebouw is het onbekend hoe oud het is, het wordt toegeschreven gedacht aan Abraham, die dit samen met Ismael heeft gebouwd.
    de Ka'aba te Mekka
    Al in de tijd voor Mohammed was deze plaats een bedevaartsplaats. De bedevaart wordt uitgevoerd naar de wijze hoe Mohammed vlak voor zijn overlijden zelf de bedevaart uitvoerde. Onderdelen van de hadj zijn: - Het zeven maal omlopen, tegen de wijzers van de klok in, van de Ka'aba (tawaaf). - Zeven keer op en neer tussen de heuvels Safa en al-Marwa, ter nagedachtenis aan de nood van Hagar en haar zoon IsmaŽl die ronddoolden op zoek naar water. - Een bezoek naar de vlakte Arafa, 25 km verder, waar gebeden en gemediteerd wordt tot zonsondergang. - In Mina worden 7 steentjes gezocht en tegen pilaren gegooid, om symbolies de duivel te stenigen maar vooral om met dit symbolische gebaar jezelf duidelijk maken dat bepaalde nare gewoonten niet meer door je gewenst zijn. - Terug naar Mekka om nog een keer 7x om de Ka'aba te lopen. - De viering van het offerfeest. ter nagedachtenis van Abraham, die bereid was zijn zoon te offeren, maar op het laatst werd dit door God verhinderd en werd er een ram gestuurd om te offeren.

De vijf geloofspunten

In de Koran zijn niet op een systematische wijze geloofspunten neergezet. Op verschillende plaatsen wordt echter wel duidelijk wat het geloof inhoudt. Het geloof van de moslim is neergelegd in wat heet de vijf zuilen van de imaan (geloof).

  1. Geloof in God. Er is geen andere God dan God, er is geen grotere zonde dan het toekennen van partners aan God. Iets als de drie-eenheid is voor de moslim blasfemisch en een uiting van een afgedwaalde geloofsleer. God is almachtig en alwetend. God wordt in de Koran omschreven met 99 omschrijvingen, of schone namen. Het heet dat een honderdste in de Koran is verborgen. Veelgenoemde namen zijn: de Barmhartige, de Genadevolle, de Vergevende, de Lankmoedige, de Liefhebbende, de eerset, de Laatste, de Buitenste, de Binnenste, de uit zichzelf Bestaande en de Gever van Leven. De Koran zegt: God is dichter bij de mens dan zijn halsslagader (50:16). Vooral de Soefi's, de mystieke beweging van de Islam, laten zich hierin inspireren om tot een directe beleving en innige verhouding met God te komen.
  2. Geloof in engelen. Engelen zijn door God uit licht geschapen wezens. zij zijn boodschappers van God, daarom worden zij weergegeven met vleugels. De belangrijkste engel is Djibriel (GabriŽl), die Mohammed (vzmh) de openbaring obverbracht. De duivel behoort niet tot de engelen, maar tot de djinn (woestijngeest).
  3. Geloof in het Boek. Volgens overleveringen heeft God in totaal 104 boeken geopenbaard, allen afkomstig uit een oerboek. Voorbeelden hiervan zijn de Tauraat (thora), geopenbaard aan Mozes, de zaboer (psalmen) aan David, de Indjiel (evangelie) aan Jezus en ten slotte de Koran aan Mohammed.
  4. Geloof in de profeten. God heeft te allen tijde profeten naar de mensen gezonden. De koran erkent verschillende profeten, die we ook in de bijbel aantreffen. Ook Jezus (Isa) is een profeet. Mohammed (vzmh) is volgens de Koran het zegel der profeten (33:40), daarmee wordt gezegd dat hij de laatste is.
  5. Geloof in de Laatste dag. Ooit komt er een Laatste dag, waarop God oordeelt over alle mensen. Voorafgaand aan het laatste oordeel, is er een opstanding van alle mensen uit het graf. Het zal voor de mens die gestorven is zijn alsof er maar een korte tijd is gepasseerd tussen sterven en de opstanding. Voor de gelovigen wacht het paradijs, voor de ongelovigen de hel.

Soena

Letterlijk: gewoonte, hiermee bedoelend de gewoonten van Mohammed. Bij het heengaan van Mohammed waren uiteraard niet alle zaken van het leven klip en klaar in de Koran te vinden. Om toch een rechtgeaard antwoord te hebben op bepaalde zaken werd ook het voorbeeldige leven van Mohammed (vzmh) bestudeerd en nagevolgd. De Soena evolueerde tot later tot een te volgen wet. De Soena is vooral de bron geweest van de juridische, normatieve interpretatie van de Koran. Het moge duidelijk zijn dat in de eerste jaren na het heengaan van Mohammed (vzmh) een levendige verzameling verhalen van getuigen de ronde deed, die onvermijdelijk fraaier en fantastischer werden naarmate de tijd verstreek. Zo een verhaal heet hadieth. De betrouwbaarheid hing af van de bron. Een verhaal gaat daarom vooraf door de keten van doorvertellers. Al vroeg werd aandacht besteed aan de betrouwbaarheid van de bronnen en de geloofwaardigheid van het verhaal als geheel. De wetenschap die zich hiermee bezighoudt wordt ilm al-hadith genoemd.

Sharia

Sharia betekent letterlijk 'het duidelijke pad naar het water'. De sharia staat voor de verzameling islamitische wetten en de jurisprudentie daarover. De Islamitische wetten komen uit een godsdienst voort. Zij zijn dan ook gericht op de relatie tussen God en de mensen en het te verdienen hiernamaals. Zij worden gezien als de geboden van God, niet omdat ze rechtvaardig of doelmatig zijn. In de koran staan maar enkele duidelijke leefregels vermeld en slechts maar twee met een daaraan gekoppelde maatschappelijke sanctie. Tijdens het leven van Mohammed (vzmh) bepaalden de richtlijnen en levenswijze van Mohammed (vzmh) waar een goede Moslim zich aan te houden heeft. Na het heengaan van de profeet (vzmh) was het aan de moslimgeleerden om de koran en de hadieth te interpreteren naar wetten. Als ondergrond van de islamitische wetten golden de lokale wetten en stamgebruiken. Deze zijn niet expliciet vermeld in de geschriften. Mohammed boduurde voort op deze wetten, door ze te vervangen of te nuanceren. Bij de uitbreiding van de Islam, werden de moslims geconfronteerd met andere wettische ondergronden in andere gebieden. Hierdoor ontstond de behoefte aan meer en meer uitspraken van de oelama (geleerden) voor uitspraken aangaande het islamitisch recht. Aanvankelijk werd er uiteraard geÔnterpreteerd (idjiaad) Vanaf de 11e eeuw zien we een kentering; de oudere generaties werden meer geacht dan de jongere en de conservatieve krachten winnen het van de vernieuwende. Het heet dat de 'poort van de idjiaad' gesloten werd. Er ontstaan vier rechtscholen, de hanafitische (Centraal-AziŽ, Pakistan en India), de malakitische (Noord-Afrika, Soedan, Koeweit) , de sjafitische (JordaniŽ, Palestina, Egypte en ZO-AziŽ)en de hanbalitische rechtsschool (SyriŽ, Algerije, Irak, Afghanistan). Van 'de sharia' kan men dan ook niet spreken. Van land tot land is de inhoud en toepassing in de praktijk anders geregeld. Het is ook niet ongewoon dat individuen behorende tot de traditie van ťťn rechtsschool, voor bepaalde praktijken de regels van een andere school volgen. Door de kadi wordt inzake de sharia recht gesproken. De rechtwetenschap wordt fikh genoemd.

De wetten worden onderverdeeld in vijf klassen van handelingen:
- Verplicht: deze worden in het hienamaals beloond en het nalaten wordt bestraft.
- Aanbevelenswaardig: deze worden in het hiernamaals beloond, maar het nalaten wordt niet bestraft.
- Geoorloofd: er is geen sanctie en geen beloning, dit staat open voor persoonlijke beoordeling.
- Afkeurenswaardig: wie ze nalaat wordt beloond, er is echter geen sanctie.
- Verboden: wie ze nalaat wordt beloond, wie ze pleegt wordt bestraft.

Naast de sharia kennen de meeste landen ook een rechtsstelsel, dat uit westerse rechtsstelsels is afgeleid. Er zijn landen waar de sharia buiten werking is gesteld (Turkije, AlbaniŽ) en landen waar alleen de sharia geldt (Iran, Saoedi-ArabiŽ). De meeste molim-landen hebben een vorm van de sharia voor slechts het familierecht.

Kalaam en Falsafa

Kalaam kan vertaald worden met theologie en falsafa met filosofie. In de Koran komen versen voor die op zijn minst vragen oproepen. Al vroeg werden verklaringen gezocht voor tegenstrijdigheden. Thema's waar de moslim geleerden zich mee bezig hielden en houden zijn bijvoorbeeld:

De wijze van beantwoording werd ingegeven door de mate van de toekenning van gezag aan de menselijke rede. Vanaf de periode van de Omajaden werd een begin gemaakt met het vertalen van de hellenistische klassieken. De filosofie en de menselijke rede deed zijn intrede in de moslim wereld. Aanvankelijk zonder enige weerstand. De werken van Aristoteles en Plato waren geen godsdienstige werken, die verboden zouden moeten worden. De rede deed echter wel een beroep op de menselijke redelijkheid en verantwoordelijkheid. Door de spanning tussen geopenbaarde kennis in de Koran enerzijds en de kracht van redelijk bevattingsvermogen aan de andere kant, ontstonden er drie stromingen:

  1. Het Hanbalisme, genoemd naar Ahmed Ibn Hanbal(+855). Dit is de grootste en oudste en conservatiefste groep. Alle vragen moeten beantwoord kunnen worden vanuit de Koran en hadith. De zelfstandige rede heeft geen rol. Bij tegenstrijdige of onbegrijpelijke stellingen in de Koran, moeten deze zonder nadenken geaccepteerd worden.
  2. De Falsafa (van filosofen). Vertegenwoordigers van deze stroming hadden de griekse werken bestudeerd en gaven groot gezag aan de menselijke rede. Koran teksten die tegenstrijdig zijn aan de rede, moeten allegorisch worden uitgelegd. In enkele fundamentele uitgangspunten waren er wel onoverbrugbare verschillen. De griekse filosofie ging uit van de eeuwigheid van de materie, de islam gaat uit van een begin en een eind van de schepping. Deze tegenstelling heeft bewerkstelligd dat de falasifa aan kredietwaardigheid inboette en tenslotte uit de moslimwereld is verdwenen. De falsafa is de basis geweest van de opgang van de filosofie in het westen. Belangrijke namen in dit verband zijn: al-Kindi 9e eeuw en ibn Sina (+1037).
  3. Moetakalimoen; een tussenvorm. Deze groep ontwikkelde de theologie (kalaam). Het menselijk verstand zou in principe tot dezelfde kennis leiden als de openbaring, later verschoof dit naar de meer conservatieve stelling: de kennis komt uit de openbaring, maar het verstand kan deze verdedigen en systematiseren. Een bekende stroming is die van de moeítazila, die de rede vooropstelde en de openbaring als vergelijkingsmateriaal gebruikte . In de 11e eeuw is deze uit de soennietische wereld verdwenen. Een naam van deze stroming is Abd-alDjabbaar, een productief schrijver van systematische werken. Een belangrijke vertegenwoordiger van de latere conservatieve stromingen is al-Ashari 874-935; aanvankelijk een moe'tazaliet, maar Ďbekeerdeí zich tot de othodoxie. Van hem is de theorie van de verwerving, om Gods almacht en de menselijke verantwoordelijkheid te overbruggen (zie: vrije wil. In veel kwesties waar de falsafa en de orthodoxie tegenover elkaar stonden, creŽerde al-Ashari een tussenpositie. Dit is verreweg de grootste stroming.

al-Ghazali In de ontwikkeling van kalaam en falasifa kan al-Ghazali (1058-1111) (Eng:al-Ghazali niet onvermeld blijven. Van huis uit opgevoed in de sufi-traditie, bestudeerde hij de falasifa en asjaritische kalaam. Zijn zoektocht naar de waarheid verliep aanvankelijk via de rede, maar kreeg het inzicht dat dit nooit toereikend zal zijn. Weten is het resultaat van intuŪtieve kennis. Mystiek, de openstelling voor verlichting door God, zou naar zijn mening wel daar naar toe kunnen leiden. Hij werd een vurig pleitbezorger van de orthodoxe islam, met een milde houding naar de mystiek. Ghazali bracht het religieuze pad van de soefiís toegankelijk voor de brede massa. Zijn aanval op de falsafa werd gevoerd met de middelen van de rede; zijn werk werd de genadestoot voor de filosofische tradities in de Islam.

Stromingen van de Islam

Soenieten
Afgeleid van Soena, de traditie. Na het overlijden van Mohammed (vzmh), koos het merendeel van de moslims voor Aboe Bakr als opvolger in het leiderschap over de moslims. Aboe Bakr was een van de eerste volgelingen van Mohammed en op dat moment gekozen leider van de Mekkaanse stam der Koerasjieten. Als spirituele leidraad kozen ze voor de koran en de traditie (soenna).

Sjiíiten
Afgeleid van Sjiía Ali, volgelingen van Ali. Na het overlijden van Mohammed (vzmh) koos een groep volgelingen voor een leiderschap uit het huis van Mohammed (vzmh). Dit was in deze situatie Ali, die door huwelijk met de dochter van Mohammed (vzmh), Fatima, met het huis van de profeet was verbonden. In deze leider en zijn opvolgers wordt ook een door God geÔnspireerd leiderschap gezien. De imaams werden verondersteld ook erfgenaam te zijn van geheime kennis. Onder het overheersend gezag van soenieten had de lijn van opvolgende imaams alleen geestelijk gezag. In Irak hebben ze in de 10e eeuw ook wereldlijk gezag uitgeoefend en recentelijk heeft het geestelijk leiderschap in Iran ook invloed op het wereldlijk gezag. Onder de sji'ieten zijn er nog substromingen, afhankelijk van het aantal erkende imams.
- zaÔditen erkennen 5 opeenvolgende imams de laatste is ZaÔd.
- de ismaÔlieten, erkennen 7 imams. Zij werkten een cyclisch wereldbeeld uit op basis van het getal 7. De laatste imam van de 7e periode, treedt op als Mahdi, de 'rechtgeleide'. En bereidt het einde der tijden voor.
- de imamieten, erkennen 12 imams. De laatste, Mohammed al-Mahdi, is als kind ingegaan in de verborgenheid. In deze stroming wordt geloofd dat aan het einde der tijden hij als de Mahdi terug zal keren. Deze stroming werd staatsgodsdienst in Iran in 1501 en opnieuw in 1979.

Een belangrijke dag voor de sji'iten is de herdenking van de moord op Hoessain en zijn familie, zoon van Ali in Karbala, Irak, waarvoor de Oemayaden (zie geschiedenis) werden aangewezen als verantwoordelijken.

herdenking in Karbala

De meeste shiíiten bevinden zich in Iran en Irak

Charidjieten
Een puriteinse stroming, die de hoogste eisen stelden aan het moslim zijn. Alleen een rechtgeaarde gelovige kan een leider worden van de moslims. Deze stroming is een afsplitsing van de sjiíiten. Inhoudelijk verschilt deze stroming niet zo veel van de voorgaande stromingen. Zij onderscheiden zich hierin dat de gemeenschap de verantwoordelijkheid heeft voor het kiezen van een rechtgeaard (islamitisch) leiderschap. Extreme charidjieten hebben de djihaad verklaard aan gematigde moslims. Deze stroming bestaat niet meer, behoudens enkele kleine gemeenschappen (Ibadieten) in Oman, het Tunesische eiland Djerba en in zuid-west Algerije.

Soefisme
De mysieke stroming, waarin de mysticus streeft naar de eenwording met god. Meditatie, en voortdurend aan God (dzikr) denken zijn grofweg de methoden. In de vroege tijd stond ook ascese en wereldverzaking centraal; vanaf de 10 eeuw wordt dit aspect gematigder en verspreidde het soefisme zich over de islamitische wereld. Vanaf de 12e eeuw ontstaan er broederschappen, hiŽrarchisch geordend met een sjeik aan het hoofd. Soefisme staat op gespannen voet met de orthodoxie, omdat eenwording met God blasfemisch is. Al-Ghazzali (gestorven 1111) maakte elementen van het soefisme acceptabel voor de algemene islam; vroomheid en het intuÔtieve kennen van God zijn hierin de themaís.

dansende derwishes

Een bekende stroming zijn de dansende derwishes van Konya. volgelingen van de mystikus Mevlana.

Ahmadijja
Deze stroming is genoemd naar de soenniet Mirza Ghoelaam Ahmad(1835-1908, India). Deze verklaarde dat hij door openbaring een profeet was en door de moslims te verwachten Mahdi. Hierdoor wordt deze stroming door gezaghebbende islamitische geestelijken niet als islamitisch erkend. Binnen de Ahmidijja zijn er weer andere stromingen, die het profeetschap in meer of mindere mate aanhangen. Via Suriname, is deze groep in Nederland relatief sterk vertegenwoordigd. De beweging is redelijk vrijzinnig, vreedzaam, en sterk gericht op alleen de Koran.
De officiŽle website van de beweging in Nederland: Ahmadiyya-Nederland.

Babi's en de Baha'i
De babi's zijn volgelingen van Sajjid Ali Mohammed (1821-1850, Iran), een voortvloeisel van mystieke soefi tradities rond een sjeikh. Ze hadden een eigen interpretatie over de eindtijd, die zou worden voorafgegaan door het verschijnen van de'baab (poort). In 1844 verklaarde hij zelf de baab te zijn. Eťn van de latere babi's, Mirza Hoesain Ali Noeri (1871-1892) verklaarde in 1863, na diverse religieuze ervaringen, de door de baab voorspelde 'manifestatie Gods', Baha'u'llah te zijn. De Baha'i wordt gekenmerkt door een optimistische mens en wereldbeschouwing en legt de nadruk op de eenheid van de mensheid en de wezenlijke eenheid der godsdiensten. Het wereldcentrum is gevestigd te Haifa (IsraŽl).
De website van de beweging in Nederland is: www.bahai.nl

Geschiedenis

De geschiedenis van de islam tot 1850 valt in vijf delen onder te brengen. Na 1850 komt het moslim rijk onder de controle van westerse koloniale mogendheden, waarna de islamitische cultuur in de confrontatie met het westen, diverse transformaties aan het ondergaan is.

  1. Het ontstaan van de Islam en het kalifaat van de vier rechtgeleide kaliefen.
    In 622 was er de hidjra, het uitwijken naar Yatrib (Medina) van Mohammed en de eerste volgelingen. Dit was het begin van de vorming van een moslim gemeenschap aldaar. Een gemeenschap waarin de stambelangen ondergeschikt werden aan die van de oema, de moslimgemeenschap. Mohammed werd leider; zowel spiritueel als feitelijk leider van deze gemeenschap. Belagingen en politieke tegenstand moesten ook door hem geregeld worden. Onder leiding van Mohammed werd het Arabische schiereiland Islamitisch. Na het heengaan van Mohammed ontstond een eerste scheuring. Scoonzoon Ali zou volgens de traditie van familierecht de aangewezen opvolger moeten zijn, maar de meerderheid besloot voor Aboe Bakr, strateeg en kundig leider. Hij consolideerde het rijk, waarin de inwoners loyaal zijn aan de Islam. De aanhang van Ali (sjiíat Ali) zou zich ontwikkelen tot de groep van de sjiíieten, die leiders uit het huis van Mohammed wilden volgen. De groep rond Aboe Bakr volgden de traditie (soena) van Mohammed, vandaar de soenieten. Na Aboe Bakr volgden de gekozen kaliefen: Oemar, Oethmaan en tenslotte alsnog Ali. Deze vier kaliefen worden wel de 'rechtgeleide kaliefen' genoemd. Oethman is de drijvende kracht geweest achter de canonisering van de Koran. Na de moord op Ali in 661, werd de centrale macht van de islamitische eenheid naar Damascus verplaatst.
  2. Het kalifaat van de Oemajjaden (661-750)
    al-Aksha moskee te JeruzalemDe eerste kalief van deze periode was Moeíawija, gouverneur in SyriŽ en bloedverwant van Oethmaan. Hij maakte het kalifaat erfelijk. Hij werd verantwoordelijk geacht voor de dood op de zoon van Ali, Hoessain, (te Karbala) waardoor de scheuring met de sjiíiten definitief werd. Het bestuur werd meer wereldlijk, de Islam staatsgodsdienst. Kenmerken van deze periode zijn:
    - bouw van moskeeŽn, zoals de Oemajjaden moskee te Damascus en de al-Aksa moskee te Jeruzalem;
    - begin van toenemende maatschappelijke achterstelling van joden en christenen;
    - begin van het opnemen van hellenistisch cultureel erfgoed, mits deze door hadith gelegitimeerd konden worden of ten minste niet in strijd met politiek.
  3. Het kalifaat van de Abbasiden (750-1258). Bagdad.
    Eerste periode wordt gekenmerkt door islamisering van bestuur. De praktijk werd zoveel als mogelijk op het ideaal afgestemd. Tevens is in deze periode een groeiende en meer formele achterstelling van joden en christenen waar te nemen. In het klimaat van dit kalifaat kwamen de kunsten en wetenschappen tot grote bloei en werden in de 9e eeuw de hellenistische werken vertaald die voeding gaven aan de filosofie . Kalief al-Maímoen bemoeide zich met de theologie, zag zich verantwoordelijk voor het handhaven van ťťn theologie op basis van filosofische beginselen (moetakalimoen) en stelde zelfs een inquisitie in. De traditionele invloeden waren daarentegen sterker. Inmenging in de theologie door de kalief werd niet geoorloofd. Deze bestuursbemoeienis veroorzaakte wel dat de rechtsscholen hun vorm kregen en dat de hadith (overleveringen) gecanoniseerd werd. Omstreeks 1000 versplinterde het kalifaat van de Abbasiden en verloor het langzaam in betekenis.
  4. De late middeleeuwen (1258-1517)
    Het begin van deze periode wordt gedomineerd door de opkomst van het mongolen rijk. De vestiging van de Ielkahnen (afstammelingen van Djengis Kahn) in Iran veroorzaakte ťťn invloedssfeer en de opkomst van het Ottomaanse rijk in het westen, een andere. In 1453 viel Constantinopel, toen hoofdstad van het Byzantijnse rijk door Mehmed II. De christelijke Hagia Sofia werd moskee.
  5. Nieuwe geschiedenis (1517-1850)
    Het eerste tijdvak werd gedomineerd door het Ottomaanse rijk. Suleiman I, de prachtige, (zie afbeelding) bracht het rijk tot bloei door verdragen met Europese landen en militaire superioriteit. Kunsten en wetenschap werden gestimuleerd en minderheden kregen rechten. Intriges, de handelsroute om de kaap en gebrek aan modernisering, verzwakten het Ottomaanse rijk. In de laatste eeuw van deze periode, verloor het Ottomaanse rijk gebied, dat als zelfstandig of veroverd gebied zich afscheidde. Hervormingen introduceerden westerse wetten en organisatiestructuren, waardoor het fundamentele islamitische karakter verdween. In de laatste periode werden ook de andere islamitisch delen onder Europees koloniaal bestuur gebracht.

Moderne tijd

Vanaf het begin van de vorige eeuw tekenen zich in principe drie richtingen af waarin de Islam reageert op de overheersing door het westen De islam is een religie die zelf aangeeft superieur en voortreffelijk te zijn. Het dominerende en in ieder geval technisch en militair superieure westen schept daardoor een cognitief conflict. We zien daardoor bewegingen ontstaan, die gekenmerkt worden door het herwinnen van de eigen waardigheid. Er zijn bewegingen die een innerlijke weg zoeken en bewegingen die via politieke en militaire macht deze waardigheid willen terugwinnen.

Het Modernisme
Het modernisme wil terug naar de wortels, naar de eerste tijd na Mohammed (vzmh), waarin gezocht en geÔnterpreteerd werd naar de juiste expressie van de Islam. Uit deze beweging komt de term salafiyya (=de voorvaderen), die later geassocieerd wordt met islamisme (zie verder) . In het modernisme heerts de opvatting dat alles uit de islamitische literatuur dat als onbetrouwbaar beschouwd kan worden en ongeschikt om de koran te interpreteren, moet worden genegeerd. Slechts de koran en enkele geschriften van de soena kunnen worden gebruikt als bron. Sommigen willen de hele soena terzijde schuiven. Niet de koran wordt gezien als de oorzaak van verval, maar het loslaten of verkeerd begrijpen van de koran. Het ideaal is het terugkeren naar de islam van de eerste generaties moslims, gecombineerd met modern onderwijs en modern bestuur. Dit is in conflict met de ideeŽn van de meer conservatieve islamitische geestelijken. Belangrijke denkers zijn Jamal al-Din al-Afghani(+1897) en Mohammed Abduh <+1905).

Islamisme
Dit is meer een politiek getinte beweging dan een religieuze. Het zijn bewegingen die een door de islam gedomineerde maatschappij willen invoeren met de sharia als wet. Zij zijn tegen het idee van de scheiding van kerk en staat. Uit deze stroming komen de meer fundamentalistische groeperingen naar voren als Hamas, al-Quaida, de moslimbroederschap (Egypte). Een belangrijke ideoloog is Said Qutb(+1966)

Traditionalisme
Dit zijn bewegingen vanuit de geestelijkheid oelama, die een traditionele op de sharia gebaseerde staat zien. In het traditionalisme, is geen ruimte voor interpretatie. De poorten van de idjihaad (=vrije interpretatie) heet in de 11e eeuw gesloten te zijn.

Linken naar islamitische sites:

Islamonline

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.