Judaïsme
juli 2006
Het Judaïsme neemt onder de religies een speciale plaats in, omdat het vooral ook gebonden is aan een volk. Het Judaïsme is de viering van het verbond tussen God en de 12 stammen ontstaan uit de 12 zonen van de aartsvader Jacob. Het Judaïsme wordt naast geloofspunten vooral ook gekenmerkt door de geschiedenis van het joodse volk en de gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in relatie tot God en door de relatie met God.
Het huidige Judaïsme heeft zich uitgekristalliseerd in de periode vanaf de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70, uitmondend in de vastlegging van de Talmoed rond 400. Het Judaïsme is in zekere zin een jonge godsdienst, zij het met zeer oude wortels. Het zou verkeerd zijn het beeld wat we hebben van de beleving van het huidige Judaïsme te projecteren op de Israëliten die Egypte verlieten onder leiding van Mosje (Mozes) rond (vermoedelijk) 1200, of de geloofsbeleving van Abraham (grootvader van Jacob) circa 2000 v.Chr.
Om het huidige Judaïsme te begrijpen is een overzicht van de geschiedenis van het joodse volk op zijn plaats .

Geschiedenis
Hier volgt een zeer kort overzicht van de joodse geschiedenis in relatie tot de religie. Op deze plaats is het niet de boeling uitvoerig de geschiedenis te behandelen. Daarvoor verwijzen we naar de bronnen. We willen slechts de verschillende transformaties van het Judaïsme schetsen.
tot aan Mosje (Mozes) circa 1200 v.Chr.
Het Judaïsme kennen we nu als een monotheïstische godsdienst met één God, Schepper van het Universum. Waarschijnlijk is dat
het 'judaïsme' van voor 1200 v.Chr. een verbond was met een lokale stamgod, die door een etnische stam is uitverkoren als speciale beschermer.
In de latere generaties kreeg Eel (de naam die de lokale God had) een steeds universeler betekenis,
waarin het idee van het oorspronkelijk contract met Eel zich handhaafde.[K.A.]
vanaf Mosje
In Midjan, een streek in het huidige Jordanië spreekt JHWH (uitgesproken als Jahweh) tot Mozes en weet hem te overtuigen dat Hij, YHWH, dezelfde is als Eel,
de God van zijn voorvaderen. Mozes leefde net na de Egyptische koning Aknaton.
Het is Aknaton die het hele Egyptische Pantheon terzijde schoof ten gunste van Ra, schepper van het universum en enige god.
Het is door Akhnaton dat het idee van een monotheïstische godsdienst gestalte kreeg [D.M.1][J.A.].
Met de dood van Akhnaton werd het monotheïsme weer teniet gedaan door zijn opvolgers en de priesters van de "oude goden".
Heeft Mozes hier een spoor opgepakt dat anders verloren zou gaan?
Ten tijde van Mozes en de eeuwen erna was er welliswaar nog niet erg sprake van een monotheïstische godsdienst,
eerder de onvoorwaardelijke verbintenis met één God, boven andere goden, maar dit kreeg gaandeweg wel meer gestalte.
Mozes verkreeg de Torah en de mondelinge Torah (Misjna) op de berg Sinaï ten tijde van de uittocht uit Egypte.
Het verbond met YHWH werd bekrachtigd door het volgen van de door YHWH gegeven wetten.
vanaf Mozes tot aan de verwoesting van de Tempel (70 n.Chr.)
Dit omvat lange periodes van redelijke voorspoed (Koning Salomo) afgewisseld met rampen (de verovering van Nebukadnezar van Jeruzalem en het wegvoeren van 10 van de 12 stammen van Israël). In deze periode wordt het joodse volk geïnspireerd en spiritueel geleid door profeten. Koning Salomo (circa 950 v.Chr) liet in Jeruzalem de Tempel bouwen. Deze werd het godsdienstig centrum van de Israëlieten. De erediensten en de offers die daar werden gebracht fungeerden als religieus centrum van het joodse geloof. De Tempel werd voor de eerste keer verwoest in 568 v. Chr. door Nebukadnezar. Het is de profeet Jeremia die de verwoesting voorzag en de Israëlieten voorbereidde op een individuele relatie met God, onafhankelijk van een Tempel. In 538 v.Chr. werd begonnen met de herbouw van de Tempel, waarvan de bouwwerkzaamheden min of meer voortduurden tot aan 20 v. Chr. De toenmalige Romeinse gouverneur Herodus gaf aan de Tempel een Romeinse grandeur.
Na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70
De verwoesting van de Tempel door de Romeinen in het jaar 70 had grote gevolgen voor het joodse geloof.
Een viertal factoren bepaalde het verdere verloop:
- Ten tijde van de tweede Tempel waren er ook al verspreide synagogen, huizen van samenkomst en onderwijs, die min of meer zelfstandig functioneerden. Deze synagogen werden de lokale centra van samenkomst voor de verspreide joden.
- Een andere factor van betekenis, die na de verwoesting belangrijk werd, was de groep van Farizeeën die zich concentreerden op de studie van de Torah, de schriftelijke en de mondelinge, die zij zoveel mogelijk uit het hoofd trachtten te leren. De inhoud en het wezen van het joodse geloof berustten daarom in een vrij grote en verspreide groep van mensen die, onafhankelijk van groepen die meer op de Tempeldienst gericht waren, het jodendom inhoud gaven.
- Een aanzienlijk grote groep joden leefde al in de Diaspora een joods leven, onafhankelijk van de Tempel in Jeruzalem.
- Ten tijde van de belegering van Jeruzalem slaagde Yochanan ben Zakkai er in toestemming te verkrijgen van de Romeinen om een academie voor Torah studie op te richten in Javne bij Jaffa. Het wordt in het algemeen als de verdienste gezien van de Javne school dat deze het geloof van een rituele offerdienst in de Tempel transformeerde naar een innerlijk religieus beleven van het geloof. In de latere rustigere jaren erkenden de Romeinen het gezag van de geleerden aan deze academie en ze beschouwden hen als leiders van het joodse volk.
Tegen het einde van de eerste eeuw zien we een systeem van rabbi’s met een autoriteit om les te geven en beslissingen te nemen aangaande de joodse wet. Het joodse geloof zelf is een persoonlijke aangelegenheid geworden met eigen verantwoordelijkheid aangaande de toepassing van de wetten in het leven als uiting van het geloof in de ene God. In latere jaren, als de joodse aanwezigheid en invloed in Palestina verder worden teruggebracht door de politieke ontwikkelingen, heeft het Judaïsme zich hecht verankerd in een persoonlijk beleefde identiteit en geloof, onafhankelijk van het land waaraan het ooit is ontsprongen.

Geloofspunten
Een systematische poging om het geloof samen te vatten ontstaat pas in de Middeleeuwen onder invloed
van de omringende godsdiensten. Een vroege aanwijzing is van Hillel (circa 50 v. Chr.):
"Wat jouzelf onaangenaam is, doe dat ook een ander niet aan." en hij voegde daaraan toe: "Ga heen en leer de rest van de Torah erbij."
Het is Maimonides die de geloofsprincipes verwoordde in wat bekend is geworden als
"De Dertien Geloofsprincipes"of de "geloofsbelijdenis van Maimonides":
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, de schepper en leider is van al dat geschapen is en dat hij alleen alle maaksels gemaakt heeft en maken zal.
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, enig is en dat er op geen enkele wijze een enigheid is als de Zijne en dat Hij alleen onze God was, is en zijn zal.
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, geen lichaam is en dat lichamelijke voorstellingen Hem niet kunnen vatten en dat er van Hem generlei voorstelling mogelijk is.
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, de eerste en de laatste is.
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, de enige is tot wie men gerechtigd is te bidden en dat men niet gerechtigd is te bidden tot een ander.
- Dat alle woorden van de profeten waar zijn.
- Dat de profetie van onze meester Mozes, vrede zij met hem, waar was en dat hij de vader van de profeten was, zowel van degenen die hem voorgingen als van die na hem kwamen.
- Dat de hele Torah zoals wij die nu bezitten, door God aan onze meester Mozes, vrede zij met hem, gegeven is.
- Dat deze Torah niet inwisselbaar kan zijn en dat er geen andere kan zijn die van de Schepper, geloofd zij Zijn naam, afkomstig is.
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, alle daden en gedachten van de mensen kent, zoals er geschreven staat: "Die hun harten tesamen vormt, die al hun daden doorgrondt"(Ps.33,15).
- Dat de Schepper, geloofd zij Zijn naam, het goede vergeldt aan degenen die Zijn geboden houden en straft degenen die zijn geboden overtreden.
- Dat de Messias zal komen en ook talmt hij, toch verwacht ik iedere dag zijn komst.
- Dat er een herleving der doden zal zijn op de tijd dat de wil daartoe bij de Scheppper aanwezig zal zijn, geloofd zij Zijn naam en verheven Zijn gedachtenis tot in alle eeuwigheden.
Hier kan nog een geloofspunt aan worden toegevoegd, één dat te maken heeft met de unieke positie van het joodse volk onder andere volken. Dat de Enige God één volk heeft uitverkoren, heeft geleid tot een rechtvaardiging daarvan. Er wordt geloofd dat met het in stand houden van de wetten die God speciaal heeft opgelegd aan het uitverkoren volk, de verlossing door de instelling van Gods koninkrijk een keer zal komen. Voor andere volken is het niet noodzakelijk dit te doen. Voor ‘anderen’ zijn de 7 wetten gegeven aan Noach voldoende. Het unieke verbond dat gestalte krijgt door het zich houden aan de wetten door het joodse volk, wordt gezien als de levens-lijn tussen God en zijn schepping hier op aarde.

Literaire bronnen
Tora
De Tora omvat de eerste vijf Bijbelboeken. In het Grieks: Pentateuch. Deze omvatten:
- Bereshiet - Genesis
- Sjemot - Exodus
- Wajikra - Leviticus
- Bemidbar - Numeri
- Dewarim – Deuteronomium
De Torah is het woord van God, door God direct aan Mozes gegeven, en heeft al bestaan voor de Schepping.
De Tora is daarom een boek van grote waarde en wordt met eerbied en devote houding behandeld.
In de synagoge wordt wekelijks uit de Tora gelezen. In de vroege tijd werd elke week een parsje (weekgedeelte) uit de Tora gelezen, dusdanig dat de Tora in drie jaar geheel werd voorgelezen.
In de moderne tijd wordt de Tora in één jaar geheel voorgelezen. Daartoe is de Tora in 54 gedeelten verdeeld. Overal ter wereld wordt hetzelfde stuk gelezen op de Sabbat, de maandag en de donderdag. Op feestdagen en speciale Sabbatdagen worden specifieke passages voorgelezen.
De Tora kent 248 geboden en 365 verboden, tezamen 613 mizwot
Tenach
Is de algemene aanduiding voor de gehele Joodse bijbel. Deze omvat de Tora, Nevi’im (Profeten) en Ketoeviem (Geschriften).
Tenach is een acroniem van deze woorden.
De waarde en betekenis van de Tora is al hierboven gegeven.
De onderdelen van de Profeten en Geschriften zijn op zeker moment geselecteerd omdat deze gezien worden als
geïnspireerd door de Heilige Geest.
Na Toralezingen in de synagoge wordt ook een gedeelte uit de Profeten gelezen, evenals op feestdagen die gedeelten die
betrekking hebben op die bepaalde feestdag.
Misjna
(=herhalen) Toen God aan Mozes de schriftelijke Tora gaf, gaf Hij ook een mondelinge toelichting.
Deze verzameling met toelichtingen volgens onderwerp geordend, wordt Misjna genoemd.
Het is te danken aan rabbijn Judas Hanasi dat al deze Misjna verzamelingen bij elkaar zijn gebracht (circa 200 N.Chr)
De Misjna is voornamelijk een verzameling van halacha(=wetten en voorschriften); de hoofstukken dragen ook de namen van onderwerpen waarop de daarin vermelde halacha betrekking hebben.
Talmoed
(= mondelinge leer) is de verzameling commentaren van belangrijke rabbijnen en schriftgeleerden op de Tenach,
veelal in de vorm van discussies over bepaalde standpunten.
De Talmoed omvat de Misjna, commentaren op de Tenach en de Gemara.
Deze laatste bevat weer de commentaren op de Misjna. Er is een Babylonische en een Jeruzalemse Talmoed.
De Babylonische Talmoed is vastgelegd in de periode 500-1000 van onze jaartelling met enkele Middeleeuwse commentaren.
De vorming van de Talmoed van Jeruzalem kwam circa 350 tot stilstand.
Omdat deze laatste veel commentaren over de gebruiken in de Tempel bevatte, raakte deze meer op de achtergrond.
De Talmoed en het gebruik van de Talmoed zelf laat een wezenskenmerk van het Rabbijnse Jodendom zien: het leren door discussie. In de synagogen wordt vooral in orthodoxe kringen heftig gediscussieerd over de juiste zienswijze van een bepaald standpunt. In orthodoxe kringen is er de Daf Yomi, het dagelijks lezen van een bladzijde van de Talmoed. De Talmoed omvat ook gebeden die opgezegd worden in de liturgie.
Sjoelchan Aroeg
Naast bovengenoemde boeken is er veel geschreven om de Talmoed samen te vatten en opnieuw te commentarieren of te actualiseren naar de
noden van de tijd. Onder alle verschenen joodse literatuur is de Sjoelchan Aroeg het vermelden waard.
De Sjoelchan Aroeg is geschreven door Rabbi Josef Karo (16e eeuw) en is het basis-wetboek geworden dat de
joden in het algemeen gebruiken. Het boek bevat alle in die tijd relevante wetten (halacha), dus niet meer de
wetten die betrekking
hadden op de offerdienst in de Tempel. Toen de vorming van de Talmoed tot een einde kwam,
was er een werk gevormd, waar de gemiddelde Jood door de omvangrijkheid geen weg meer in kon vinden.
Latere rabbijnen hebben als het ware uitreksels gemaakt van de relevante toe te passen wetten.
De Sjoelchan Aroeg is hiervan een van de laatste en algemeen gangbare.
Het boek heeft dus vooral betrekking op de halacha.
Stromingen
Rabbijns JudaïsmeKabbalisme
Chassidisch Jodendom
Rabbijns Judaïsme
Deze naam wordt gegeven aan het klassieke Jodendom, zoals deze na de verwoesting van de Tempel gestalte heeft gekregen en de basis is voor de latere ontwikkelingen. Kern van het judaïsme is de halacha, het geheel aan voorschriften vaar de joodse gelovige zich aan heeft te houden. Uitleg van de halacha omvat het grootste deel van de geschriften na de Tora. Andere schriftelijke werken omvatten verhalen en gelijkenissen waarin de theologie waargenomen kan worden. Het volgen van de halacha, de liturgie in de synagoge en de feestdagen door het jaar heen bepalen de praktische vorm van het judaïsme. Interpretatie van de halacha hetzij nauwgezet (orthodox) of relatief naar omstandigheden en tijd (liberaal of modern) bepalen de verschillen tussen de diverse joodse gemeenten.
Kabbalisme
Het Kabbalisme is de hoofdstroom van de joodse mystiek. Vanaf de 12e eeuw komt de mystieke interpretatie aan de oppervlakte, eindigend in het standaardwerk van de Kabbalist: 'Het Boek van de Glans' (Sefer ha-Zohar) geschreven door Mozes de Leon (1240-1305).
De Kabbalah is een omvangrijk esoterisch mystieke werk, waaraan hier niet gewaagd wordt oppervlakkige uitleg te geven. We volstaan met een grove schets.
In de Kabbalah wordt omschreven hoe de onbereikbare God zich via een hiërarchie van 10 aspecten (Sefirot)
heeft gemanifesteerd. Tussen deze 10 Sefirot worden relaties gelegd, 21 stuks in totaal.
Tezamen vomen ze de kabbalistische boom of boom des levens.
Het verdiepen in de
Sefirot leidt tot enerzijds een beïnvloeding door goddelijke krachten, anderzijds oefent men daar zelf ook invloed op uit.
De Kabbalah wordt gezien als de ziel van de Tora.
In 21 paden van de boom des levens is al snel een verbindtenis gezien met de Grote Arcana van
de Tarot, zelf een anagram van Tora.
Aleister Crowley heeft hierover een standaardwerk geschreven.
Chassidisch Jodendom
De Chassidische jood richt zich niet zozeer op studie en de voorgeschreven gebeden
als wijze om God te dienen, maar probeert door het dagelijks leven vreugdevol te beleven
dit op te dragen aan God. Het Chassidische jodendom staat daarom ook meer open voor de niet zo geletterde mens.
Het wordt gerekend tot de orthodoxie van het jodendom, in de wijze dat het geen afwijkende inzichten heeft ten
opzichte van het klassieke jodendom en dit ook ten volle navolgt.
Er wordt echter gezocht naar een intense en persoonlijke beleving van de dienst aan God.
Voor het gebed bijvoorbeeld is het belangrijker in de juiste stemming te zijn dan te bidden omdat het tijdstip
daarvoor voorgeschreven is (termen kavvanah:, de juiste intentie en devekut: intense samenspraak met God).
De traditionele rabbi, erkend door het bestuurlijk joods orgaan (kehillah),
verloor in afgelegen joodse gemeentes van oost-europa in de 18e eeuw het gezag (of was ook afwezig)
ten gunste van een door de omgeving
erkende oprecht zuiver en gelovige tzaddik (‘rebbe’).
De tzaddik werd geadoreerd en gezien als intermediair tussen de hemelse Vader en het volk en was vaak
begiftigd (gedacht) met bovennatuurlijke gaven. In latere jaren ging de functie van de tzaddik over van vader op zoon.
Esoterische betekenis
Het Judaïsme is een religie waarmee de gelovige door de beoefening ervan een verbinding maakt met gouden kosmische energie. Dit uit zich in onvoorwaardelijke loyaliteit aan de wet. Het aanvaarden van de eeuwige door God gegeven wetten en hieraan praktisch gevolg geven brengt de gelovige in stap 7 (aangeduid met Agaat) van de 10 religieuze bewustzijns niveaus aangeduid in het artikel religie. De discussie of deze wetten wel door God gegeven zijn is hierin niet relevant. De houding van devotie naar de wetten is relevant, als loyaliteit naar de wetten van God, die deze schepping in stand houden tot in de eeuwigheid. De discussie in het judaïsme over de juiste interpretatie van de wetten, is geheel in het sentiment van het domein Agaat. Omdat we onwetend geboren worden en behept met keus om ook het verkeerde te doen, rust er een verplichting op ons mensen om je best te doen de wetten van Gods schepping te leren kennen. Net zoals je probeert de regels van het huis van een gastheer te respecteren als je ergens op bezoek bent.
Het Judaïsme schept een rijk scala aan mogelijkheden om langs de ladder van opklimmende bewustzijnsniveau's te stijgen. De argumentatie en discussies over de halacha brengt je al snel vanuit de traditie (stap 2, Amethyst) naar zelf onderzoeken (stap 3, Amber). Omdat het navolgen van de wetten praktische problemen geeft, wordt je gestimuleerd je bewust je best te doen (stap 5, Topaas) en kun je je bewust worden van je liefde voor de wet, het verbond met YHWH en de orde die er bestaat in het universum in het algemeen. (stap 7, Agaat). De overstijgende trap van het judaïsme is Saffier (9), het spiritueel niveau, waarin de wet overstegen wordt door zelf de wet te worden.