Esoterisch

Mentaal lichaam

2005, aangevuld 2009

Gurdjieff en Leo Armin onderscheiden een mentaal lichaam als afzonderlijk te onderscheiden entiteit in het complex van lichamen waaruit een mens is samengesteld. Het mentale lichaam is in zoverre autonoom dat het alle functies van het pentagram (denken, gedrag, intuïtie, emotie, creatieve functies) aanstuurt vanuit een ontwikkeld raamwerk van patronen. Het is in bepalende mate de persoonlijkheid/identiteit van de mens.

Het mentale lichaam is geen gegeven lichaam, maar een een subtiel lichaam dat zich vormt in de interactie met de omgeving en andere innerlijke lichamen als ziel en spirit. Dit proces begint al in de baarmoeder (na de 20e week) geheel aan de grens van de aura. Het Het mentaal lichaam werkt als filter (te merken in de vorm van vooroordelen) naar de omgeving en naarmate de mens ouder wordt, neemt het minder op en wordt deze filterfunctie sterker. Men gaat ervan uit dat tot de pubertijd het mentaal lichaam gemakkelijk ongefilterd allerlei programma's en coderingen opneemt, maar dat dit na de pubertijd vrijwel onmogelijk wordt. (zie: Levensfasen Men kan dan alleen iets nieuws leren binnen de kaders die al zijn opgenomen. Die programma's en coderingen in het mentaal lichaam die herkend worden door de geest(spirit), kunnen de aanzet zijn tot de vorming van de mind. Het mentaal lichaam is de eerste coördinator van interactie met de omgeving, met het pentagram als voertuig. Heeft het mentaal lichaam niet voldoende programma’s aan boord, dan neemt de ziel (of astraal lichaam) dit over [L.A.;1].

Een zevental functies van het mentale lichaam kunnen onderscheiden worden.

  1. Oriëntatie. Het mentale lichaam creert een kaart van de wereld, niet alleen wat betreft lokaties, maar ook wat betreft relaties tussen mensen, concepten e.d. Een nieuw gegeven wordt geplaatst in deze virtuele mentale kaart waardoor deze gerelateerd wordt aan de reeds geconcepieerde wereld. [A.C.][M&B]
  2. Verwerking van ervaring. ervaringen worden begrepen en verwerkt binnen de kaders van de mentale kaart. de kaart zelf wordt hierdoor bijgesteld; het groeit en ontwikkelt zich.
  3. Identiteit. Het "ik" en het zelfbeeld maakt deel uit van de mentale kaart. "ik ben vader, timmerman, vriend van die en die, zijn aspecten van de identiteit en maken de straten en pleinen van de mentale kaart. Alle onderdelen en aspecten van de ervaringen krijgen zo een relatie tot de plek wat als wezens-eigen wordt ervaren.
  4. Afstemming met essenties Beelden, woorden, al dan niet gerepreseteerd door neurologische netwerken kunnen resoneren met essenties, waardoor deze essenties expressie kunnen krijgen in het menselijk theater en informatie overdracht plaats vindt.
  5. Filtersysteem. Inkomende signalen worden gefilterd. Wat niet herkend kan worden door het mentale lichaam, wordt ook niet waargenomen.
  6. Reservoir voor uitgaande signalen. Het spiegelbeeld van het voorgaande; ideen en concepten krijgen een vertaling in taal en gedrag, hierbij wordt uit een reservoir van mogelijkheden geput. Een essentie kan hierdoor, werkend door verschillende personen of culturen, een verschillende uitdrukking krijgen.
  7. Het toneel van de geest (mind). De mind, begrepen als een spirituele (geestelijke) entiteit, wordt geboren uit de interactie van het mentale lichaam met de goddelijke intentie. Het beeld van de placenta in de baarmoeder dringt zich hierbij op: De placenta is het lichaam dat het groeiende kind voedt door de interactie met het moederlichaam waaruit het voedingsstoffen betrekt. De Aarde is onze moeder, het mentale lichaam de placenta en de geest het kind, dat in "God" geboren kan worden na een vol leven.

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.