Moraal
2005, verbeterd 2008
Moraal is volgens Van Dale: de heersende opvatting over wat goed is. Godsdiensten dragen vele morele opvattingen aan. In Nederland zien we dat door migratie morele opvattingen uit verschillende culturen botsen. In een maatschappij die onderhevig is aan veranderingen, of waarin morele opvattingen van verschillende culturen met elkaar in contact komen, wordt de heersende moraal op de proef gesteld. Wat is in een situatie van botsende culturen nog de heersende opvatting? Het komt dan neer op de persoonlijke opvatting en de individuele morele oordeelsvorming. Je zou kunnen zeggen dat juist door de conflicten rond moraal de bewustwording rond bepaalde motieven zich kan verdiepen.
In november 2004 was er het bekende incident waar een imaam weigerde de bezoekende minister Rita Verdonk de hand te schudden. Botsende culturen en moraal in een multiculturele samenleving.
Een moraal zal altijd een beginpunt hebben vanuit een redelijk argument. Na verloop van tijd kan een moraal gestoeld zijn op traditie, waarin de motivatie voor een morele regel min of meer uit het bewustzijn verdwenen kan zijn. Het "vergeten" motief voor de morele regel kan zelfs niet meer van toepassing zijn of gewoonweg achterhaald door nieuwe inzichten. Hoewel er altijd ruimte zal zijn voor een algemene culturele moraal, is het in het perspectief van een persoonlijke ontwikkeling nodig om moraal te herdefiniëren naar die van een persoonlijk standpunt. De persoonlijke overtuiging met betrekking tot moraal wordt belangrijk in tegenstelling tot de algemene moraal. Men spreekt dan ook wel over ‘autonome moraal’. In dit artikel wordt de volgende definitie gehanteerd:
Moraal is de persoonlijke, beargumenteerbare opvatting over wat goed is in het licht van een visie op het heil. (naar keus respectievelijk het persoonlijke, het menselijke heil of dat van de schepping als geheel).
Morele oordeelsvorming
Door het opgroeien in welk milieu dan ook, ontwikkelt men een stelsel van gedragsregels. Deze kunnen gericht zijn op het overleven in een samenleving, deze kunnen ook gericht zijn op een bepaalde visie die men heeft op de ideale mens of ideale samenleving. De regels die gevormd zijn door een visie op een heil kan moraal genoemd worden en is dan iets dat ontwikkeld kan worden. Hier moet over worden nagedacht. Een goed moreel oordeel ligt niet voor het oprapen. Wat goed en kwaad is, is niet meer zo vanzelfsprekend duidelijk als vroeger. We worden geconfronteerd met botsende belangen, soms ook komen deze tezamen in jezelf. Dit worden (morele) dilemma's genoemd. Het niet congruent zijn van daden en morele uitgangspunten veroorzaakt een conflict tussen de verschillende innerlijke wezensdelen. In principe komt de heelheid van de persoon (=heiligheid) komt in het nauw.
Spirituele ontwikkeling impliceert een groeiend bewustzijn. Dit vraagt om het regelmatig bijstellen van gevormde standpunten dus de moraal. Immers nieuwe inzichten en ervaringen maken dat er een groter overzicht wordt verkregen over de belangen rond en implicaties van bepaalde handelingen. De moraal in een fase zal niet hetzelfde kunnen zijn als in de volgende fase van een leven. Een nieuw moreel standpunt zal ook maken dat er andere ervaringen worden opgedaan. Morele ontwikkeling is een gevolg van spirituele ontwikkeling, maar stimuleert deze daarom ook. Misschien is de morele ontwikkeling, omdat zij verbonden is met zichtbare handelingen, wellicht daarom het meest zichtbare gedeelte van spirituele ontwikkeling.
In dit artikel wordt een methode aangereikt om een moreel standpunt te onderzoeken in relatie tot het eigen spirituele standpunt. Enerzijds is deze methode gestoeld op een algemene methode om morele standpunten te ontwikkelen, anderzijds, en met name voor de spirituele evaluatie, wordt gebruik gemaakt van een model van een hiërarchie van waarden.
Het 7-stappenplan
Goed handelen is niet altijd even eenvoudig. Soms leven er botsende belangen in één persoon. Dit worden (morele) dilemma's genoemd. In een moreel dilemma is er geen klare handeling waarmee je altijd wint. Op andere vlakken ontstaan er dan ongewenste consequenties. Over de eigen moraal moet er dan in ieder geval worden nagedacht. De motieven voor een handeling kunnen wel eens belangrijker zijn voor het wezenlijke dan de daden zelf. Achter één daad kunnen namelijk verschillende motieven schuil gaan. Het dragen van een hoofddoekje door een moslima kan een politiek protest zijn, of een toegeven aan de sociale dwang vanuit de familie of uit pure devotie aan de Islam. Wie zal het zeggen? Alleen de draagster zelf, geconfronteerd met haar eigen geweten.
Om tot een moreel standpunt te komen kan gebruik worden gemaakt van een systematische methode. Onder overheidsinstellingen en grote bedrijven circuleert een 7-stappenplan om tot een weloverwogen moreel standpunt te komen, ontwikkeld door H.Luijk. (H.L.) Het is frappant dat dit proces 7 stappen kent; het leert ons dat het om een proces gaat dat naar een doel leidt (zie: het Spectrum). De zeven stappen in dit plan zijn:
- Wat is het morele kernprobleem?
- Welke personen of groepen kunnen er aanspraak op maken dat met hun rechten en belangen rekening wordt gehouden?
- Wie moet(en) er een beslissing nemen?
- Welke informatie is er nog nodig om tot een weloverwogen beslissing te kunnen komen?
- Wat zijn de voor- en tegenargumenten?
- Wat is de conclusie?
- Hoe voel ik mij nu?
Deze structuur brengt een bewustwording teweeg over de eigen morele uitgangspunten, maar geeft zelf geen oordeel over de juistheid of de kwaliteit van een besluit. Moraal wordt vaak in verband gebracht met een religieus of humanistisch leven. Maar helaas wordt een moreel standpunt, of een vermeend gebrek daaraan, al gauw een zaak van oordelen en veroordelen langs de scheidslijnen van een bepaalde denominatie of cultureel milieu. Het hierboven omschreven stappenplan geeft hierover zelf geen enkel aanknopingspunt, maar zoals gezegd een bewustwording over de mogelijkheden en eventueel de eigen vooroordelen.
De morele ladder
Valt er dan niets te zeggen over een waarde van een bepaald standpunt? Misschien wel, in het vervolg van dit artikel wordt een experimentele stap gedaan om iets te zeggen over de waarde van een moreel standpunt. Hiertoe wordt het stappenplan eerst wat aangepast. Uitgangspunt is dat een ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen leven en ontwikkeling en de persoonlijke keuzes bepalen in belangrijke mate de vorming van de geest. Moraal is vormend. Het lijkt erop dat we door de vrijheid van keuze die we hebben, geconfronteerd worden met dilemma's en botsende belangen, waardoor wij mensen de kans krijgen onze geest te vormen naar specifieke kwaliteiten. Punt 3 van het hierboven gegeven stappenplan zal om die reden al verfijnd moeten worden. De beslissing van anderen is de verantwoordelijkheid van anderen. Voor de eigen ontwikkeling is alleen het eigen standpunt in de eigen situatie van belang. Het: “Wie moet er een beslissing nemen” wordt dan ook: “Waarover moet ík een beslissing nemen?”.
Punt 4 van het stappenplan van Luijk zoekt naar achtergrondinformatie met bijvoorbeeld betrekking op gevolgen van handelingen voor de verschillende partijen. Impliciet worden hier waarden in verwerkt die in de volgende stap verder benoemd en geëvalueerd gaan worden. Voor het werk aan moraal in een spirituele context is het nuttiger gebleken direct een inventarisatie te maken van mogelijke waarden die aanleiding geven voor bepaalde handelingen.
Het 7-stappenplan met een spirituele context zou kunnen luiden:
- rood: Wat is het morele kernprobleem?
- oranje: Welke personen, groepen of deva's kunnen er aanspraak op maken dat met hun rechten en belangen rekening wordt gehouden?
- geel: Over welk onderdeel moet ik een standpunt innemen?
- groen: Welke waarden zijn van toepassing, in welke rangorde voor elk van de (7)stations van spirituele ontwikkeling?
- blauw: Wat zijn de voor- en tegenargumenten? (evaluatie van waarden)
- indigo: Wat is mijn standpunt?
- violet: Hoe voel ik mij nu?
Betreffende punt 5: In de evaluatie bij 5 wordt er een rangorde van waarden gemaakt volgens een bepaalde hiërarchie van waarden (zie verder in dit artikel). De systematisering van waarden nodigt de onderzoeker uit het hele spectrum te beschouwen. Bepaalde blinde vlekken worden op die manier vermeden. Betreffende punt 6: In deze fase van het proces wordt een persoonlijk (en eerlijk) standpunt ingenomen voor een bepaald besluit en de daaraan gekoppelde waarden.
Betreffende punt 7: Het kan zijn dat het besluit niet goed aanvoelt. Het is mogelijk dat een belang zich niet (genoeg) erkend voelt, een waarde vergeten is, of dat het besluit eigenlijk niet bij jouw niveau past. In dat geval moet het proces opnieuw worden doorlopen, te beginnen in 2 respectievelijk 4 of 6.
De ladder van waarden
De filosoof Leo Armin (L.A.) heeft een zeer bruikbaar model aangeleverd dat inzicht biedt in de stratificatie van het spirituele. Dit model wordt ondersteund door analyses van prof. dr. Arnold Cornelis (A.C.) met betrekking tot de ontwikkeling van bewustzijn. Arnold Cornelis gaat niet verder dan niveau 5, met een hint tussen de regels door naar niveau 6. Vanaf niveau 6 komt het transcendente om de hoek kijken. Voor een wetenschapper is het transcendente per definitie een niet-kenbaar niveau. Dus hij moest het hierbij laten. Armin heeft hier geen last van, hij noemde zichzelf geen wetenschapper en hoeft zichzelf niet te verantwoorden voor anderen. Hij onderscheidt maar liefst 16 domeinen. Wat betreft de spirituele waarde van een moreel standpunt, lijken de eerste (of liever de laagste 7) van de 16 spirituele domeinen die Armin onderscheidt, praktisch toepasselijk. Boven de eerste 7 niveaus verdwijnt het aspect van het handelen; ze zijn te abstract om op de meeste maatschappelijke dilemma's van toepassing te zijn. Het laagste domein heeft als eigenschap dat er geen enkele discriminatie van waarde of argument van toepassing is. Elk besluit hierin is triviaal.
Discriminatie van waarden met behulp van deze structuur brengt ons tot een (vermoedelijke) locatie van een standpunt in de spirituele wereld, waarin zeker wel kwaliteitsonderscheid gemaakt kan worden. Gerealiseerd moet worden dat elke niveau van waarden waardevol is voor het geheel. Ook hier is geen goed of fout, eerder meer of minder perceptie, meer en minder verfijnd, etc.
In de volgende paragraaf wordt een beschrijving gegeven van waarden die actief zijn in de 7 spirituele domeinen. Er wordt vervolgd met een tweetal cases.
In navolging van Armin worden de labels van de 7 spirituele domeinen genummerd met de nummers 1 t/m 7 en met namen van edelstenen (zie ook: De Template).
De morele kwalificaties
De labels van de 7 spirituele domeinen volgen in navolging van het werk van L.A. de nummers 1 t/m 7 en namen van halfedelstenen.
(1)Peridoot(Olivijn)
Elke waarde, triviaal, persoonlijk, kan hierin thuishoren. De waarde van dit domein ligt op het gebied van de
beschikbaarheid. Zonder onderscheid, zonder
enige kwaliteitsaanduiding. “Waarom niet?” is een uitdrukking die hier thuishoort.
(2) Amethist
Waarden die te maken hebben met wetten, regels, tradities. (de cultuur)Sommige zaken gaan al eeuwen op een bepaalde manier.
Hierin worden de werkzame systemen (vaardigheden, afspraken, protocollen) geconserveerd.
De waarde hievan ligt in de bestendigheid, veiligheid en een gemeenschappelijk gedeeld referentiekader, zonder voortdurend naar het waarom te hoeven vragen.
(3) Amber
Waarden die liggen op het terrein van het overbruggen. De waarde van nieuwe ervaringen, het experiment.
(4) Robijn
Waarden die te maken hebben met de continuïteit van de stroom van het leven. Verbindingen tussen wezens in het algemeen
zijn hiervoor de kanalen. Voorbeelden zijn het ouderschap, leraar-leerling, vriendschappen, familiebanden.
Eten en gegeten worden, de voedselketen, hoort hier ook toe.
(5) Topaas
Uitingen in dit domein zijn actieve trouw en loyaliteit. Het vraagt je je uiterste best te doen om het juiste te doen,
in relatie tot jouw uitgangspunten en de door jou aangegane verbintenissen.
De waarde hiervan ligt in de mogelijke verfijning (evolutie)
om daardoor een steeds betere omstandigheid te scheppen voor bijvoorbeeld de levensstroom genoemd bij Robijn of de
subtiele (occulte) wereld in het algemeen. Ook behoort hiertoe de integriteit (samenhang)
tussen de innerlijke wezenswereld en het uiterlijk gedrag (zie ook: eer).
(6) Opaal
De waarde een kanaal te kunnen zijn voor de occulte wezenswereld,
waarin het occulte het wezenlijke en het geziene de manifestatie van het wezenlijke vertegenwoordigt.
(7) Agaat
De waarde van de integriteit van biologische en occulte systemen die drager en uiting zijn van één heel (=heilig) systeem
dat antwoord wil geven en antwoord is op het doel van de Schepping.
De waarde van de stabiliteit die permanente (niet culturele) wetmatigheden geven, waardoor de ons aangereikte wereld
een huis is om in te zijn en de matrix voor onze ontwikkeling.
De Cases
In de cases wordt het dilemma weergegeven met de hoofdpersoon die een keus moet maken. (stap 1 en 3) Vervolgens worden de betrokken partijen benoemd (stap 2) Daarna worden de geactiveerde waarden met de keus waar deze betrekking op heeft weergegeven in een gerangschikte orde (stap 4 en 5). Het is aan de lezer eventueel stap 6 en 7 te doen, maar vooral stap 7 kan alleen in een reële situatie van waarde zijn.
Casus 1, een chirurgische ingreep
Een arts heeft drie patiënten op de intensive care die geholpen zouden kunnen worden met respectievelijk
een donornier, een donorlever en een donorhart. Ze hebben nog 12 uur te leven. Een man komt het ziekenhuis binnen met
een acute blindedarmontsteking. Het toeval wil dat de organen van deze man geschikt zijn om het leven van de drie patiënten
op de intensive care te redden.
De arts heeft in beginsel de macht een keus te maken in:
a: de drie eerstgenoemde patiënten te redden door de blindedarmpatiënt niet te helpen en dus te laten sterven.
b: de blindedarmpatiënt te helpen, met als gevolg dat de drie andere patiënten waarschijnlijk zullen sterven.
De betrokken partijen zijn: de arts, de drie patiënten op de intensive care, de blindedarmpatiënt, het ziekenhuis, familie van de patiënten, de maatschappij in zijn geheel , het occulte in algemene zin dat ieder leven stuurt.
Er is hier een gevolgenargument voor het laten sterven van de blindedarmpatiënt: drie mensen kunnen mogelijk gered worden.
Er is echter ook een beginselargument: het handhaven van de integriteit en waardigheid van ieder individu (zonder vergelijk
met anderen), eventueel afgedwongen door een afgelegde eed.
Het beginselargument gaat vóór het gevolgenargument, met als gevolg het besluit de blindedarmpatiënt te helpen.
Dit is de klassieke evaluatie van deze casus. Volgens de "spirituele methode" komen we tot de volgende overwegingen:
Het formuleren van de waarden volgens de bovengenoemde waardenladder geeft:
- peridoot: Het niet helpen van de blindedarmpatiënt betekent dat er drie mensen geholpen kunnen worden in plaats van één. Op dit niveau kan dit een argument zijn.
- amethist: De regels van maatschappij en ziekenhuis bepalen dat de blindedarmpatiënt geholpen wordt.
- amber: In amber kan überhaupt met het idee gespeeld worden om voor a, het andere alternatief, te kiezen. Om redenen van een studie of een proefproces zou men kunnen kiezen voor a.
- topaas: Trouw aan de eed van Hippocrates, die verbiedt het leven te nemen voor enig doel, maar gebiedt ieder te helpen die met de geneeskunst geholpen kan worden, leidt tot de keuze voor optie b.
- opaal: In opaal zou men kunnen beweren dat toeval niet bestaat en dat de blindedarmpatiënt geroepen is om de drie andere patiënten te helpen. De arts zou dan het kanaal kunnen zijn om deze roeping ten uitvoer te brengen. Echter in domein 9, saffier (in dit artikel niet nader benoemd), zou men kunnen inzien dat het a-moreel is van de occulte wereld om een beroep te doen op een arts die in beginsel gebonden is aan zijn eed van Hippocrates om de drie andere patiënten te helpen. De ongeziene krachten die mogelijk het lot sturen hadden dan maar voor een auto-ongeluk moeten zorgen waarin de blindedarmpatiënt overlijdt met behoud van de vitale organen.
- agaat: De waarde van de integriteit van ieder individueel mensenleven, waardoorheen de werking van een groter plan zich manifesteert en waarin maar beperkt en op verzoek ingegrepen mag worden, doet de arts besluiten voor optie b.
In een hoger domein (8) zou de arts een inzicht kunnen hebben in de lotsbestemming van ieder van de patiënten. Zich realiserend dat leven of sterven slechts een tussenstap is met eigen kansen, zou de (meester)arts ieder van de patiënten kunnen helpen vrede te vinden met zijn/haar bestemming en assisteren in het transformatieproces van sterven of genezen, verder gebonden door het agaten besluit.
Casus 2, illegale bouwvakkers
Nieuwe buren hebben het ernaastgelegen huis gekocht. Alvorens dit huis te betrekken wordt het grondig verbouwd. Het is duidelijk dat hiervoor illegale bouwvakkers zijn aangetrokken. De overheid heeft een anonieme kliklijn geopend om dergelijke praktijken aan te geven. Moet ik hiervan gebruik maken of niet?
De betrokken partijen zijn: ikzelf, de buurman, de bouwvakkers, legale bouwvakkers verenigd in sociale fondsen, de buurt, de maatschappij, de familie van de illegale bouwvakkers.
Het formuleren van de ladder van waarden geeft:
- peridoot:Wel aanmelden, omdat ik de buurman een hak wil zetten, omdat ik jaloers ben dat hij wel zijn
verbouwing goedkoop kan regelen.
peridoot:Niet aanmelden, omdat ik de buurman aardig vind, omdat ik te lui ben, omdat ik er geen mening over heb. - amethist:Wel aanmelden, omdat de regels van de maatschappelij dat vragen. Het maatschappelijk systeem verzorgt
onze sociale zekerheid, waarin de bonafide bouwvakkers hun bijdrage geven.
amethist:Wel aanmelden, omdat dit een nette buurt is waarin deze praktijken met allochtonen niet thuis horen.
amethist: Niet aanmelden, omdat je niemand hoort te verlinken. - amber: Niet aanmelden; een goede buur is beter dan een verre vriend. Verraad, al is dit anoniem,
schaadt de nog prille betrekkingen tussen hopelijk goede buren.
amber: Niet aanmelden, omdat ik ook niet verlinkt wil worden als ik zoiets uithaal. - robijn: Niet aanmelden, omdat buren, al zijn zij nieuw, onderdeel uitmaken van de lokale gemeenschap.
Met het aantrekken van
eventueel illegale werknemers schaden zij geen lokale gemeenschapsbelangen.
robijn: Niet aanmelden, de betreffende arbeiders hebben gezinnen te onderhouden, verdienen ook een beetje geluk op aarde.
robijn: Wel aanmelden, ik ben Nederlander, met waardering voor wat wij op sociaal-economisch gebied hebben bereikt. Het is te overwegen dit direct met de nieuwe buren te bespreken. - topaas: Niet aanmelden, omdat je de buren met een schone en open lijn wilt ontmoeten en blijven ontmoeten.
topaas: Wel aanmelden, getuige zijn van een overtreding of misdrijf zonder uitgesproken afkeuring en overeenstemmende afhandeling, impliceert goedkeuring, hetgeen ik niet in mij wil dragen.
topaas: Niet aanmelden, omdat de lokale gemeenschap gezien kan worden als één familie, waarvan de leden niet verlinkt mogen worden. Wij zijn een gesloten front. - opaal: Niet aanmelden, de maatschappij is zich voortdurend aan het transformeren; legaal en illegaal zijn betrekkelijke woorden. Volken komen en gaan, kan ik oordelen over welke transformatie er zich nu aan het voltrekken is?
- agaat: Niet aanmelden, het is ieders eigen verantwoordelijkheid te handelen of niet te handelen in
overeenstemming met de Nederlandse wet. Het is niet aan mij om te oordelen over het handelen van de buren.
Ten slotte
Er wordt verteld dat vanaf robijn en hoger, de geest rijp wordt voor bestendigheid na dit leven (zie:reïncarnatie. Merk op dat er geen absolute uitkomst is met betrekking tot de feitelijke handeling. De handeling zelf is nooit van een bepaald spiritueel niveau. Het motief is dat wel. Het maakt dus niet uit wat je doet, maar waarom je doet wat je doet. Het motief rijpt de geest in een bepaalde richting en maakt dat je wordt wie je zal zijn.
In het moment van een beslissing over een bepaald dilemma wordt er meestal niet de tijd genomen om tot een overwogen besluit te komen. Meestal spreekt het "gevoel". Het zou in principe ook mogelijk kunnen zijn achteraf een besluit te evalueren en zelfs op te waarderen naar een hoger niveau. Dit inzicht is reeds verwoord door de Islamitische denker Aboe-l-Hasan al-Asjári (873-935), die worstelde met de controverse tussen de almacht van God en de verantwoordelijkheid die mensen hebben voor de eigen daden. Hij kwam met de overbruggende gedachte dat mensen de daad "verwerft" als zijn eigen verantwoordelijkheid door er (bewust) voor te kiezen. (zie ook: vrije wil)