Esoterisch

Oriëntatie

december 2007

Het woord heeft de betekenis van: het gericht zijn. Het woord laat zien waarop: op het oosten (oriënt). Het oosten heeft een invloed die omschreven kan worden als vernieuwend, inspirerend. Een gezegde luidt "de wijsheid komt uit het oosten". Kerken, graven e.d werden traditioneel gericht op het oosten. Behalve het oosten, heeft iedere richting wel een invloed en behalve de windrichtingen, hebben specifieke plaatsen (Mekka, Jeruzalem) of hemellichamen zoals de zon en maan een invloed, die door middel van ritueel of bouwwerk uitgenodigd kunnen worden een rol te spelen. Dit artikel behandelt de invloed uit verschillende windrichtingen en hoe deze uitdrukking krijgen in verschillende bouwwerken en rituelen. Daarna wordt aandacht gegeven aan niet plaatsvaste punten voor orientatie als zon, maan en andere hemellichamen.

De windrichtingen

Alle geomantische tradities kennen een invloed toe aan de windrichtingen. Deels zijn deze toe te wijzen aan klimatologische lokale omstandigheden en anderzijds te verklaren uit de positie en draaiing van de aarde en aardmagnetische omstandigheden. Hoe dan ook, iedereen heeft wel een sfeerbeeld bij een van de windrichtingen. Zo hangt de invloed uit het oosten nauw samen met het opkomen van de zon, de morgen en dus ook de lente, de komst van respectievelijk een nieuwe dag of een nieuw groeiseizoen. De invloed van de windrichtingen is als volgt te omschrijven:

het Oosten
In het oosten komt de zon op. Wijsheid wordt verondersteld uit het oosten te komen. Door de draaiing van de aarde naar het oosten, wordt de aanwezigheid van het astrale licht ervaren als een invloed die van oost naar west stroomt, net als de zon die langs de hemelkoepel van oost naar west lijkt te gaan. De invloed uit het oosten kan omschreven worden als vernieuwend, veroorzakend, beginnend, geboorte, een standpunt innemen, duidelijkheid. In het morgenlicht wordt alles weer zichtbaar. Het altaar in de christelijke kerken is gericht op het oosten, vanwaar het evangelie (de goede boodschap) wordt verkondigd. De Boeddhistische pelgrim vangt in de oostelijke poort van de Boroboedoer zijn pelgrimage aan.

het Zuiden
Het zuiden is het warme, de zon staat op zijn hoogst. Het zuiden werkt bevestigend: je bent er, ik zie je. Het zuiden stimuleert het zelfbewustzijn en de eigenwaarde. De groeikracht is op zijn hoogst, het zal niet lang meer duren of deze zal af zwakken. De meeste bloei is al geweest, het vormen van zaad zal beginnen. Deze invloed is er één van wederzijdse erkenning, je wordt gezien.

het Westen
In het westen gaat de zon onder. Het vertegenwoordigd de invloed van de neergaande beweging, de inkeer. Het westen is altijd geassocieerd met materialisatie, resultaten en evaluatie wat de dag heeft gebracht. Vergelijk ook het formaat van auto’s, bomen, tabaksbladeren, waterclosetreservoirs van oost (Japan) naar west (Amerika) via Europa: de maten gaan van klein naar groot. In de materialisatie, in de resultaten kan men door de reflectie die dit biedt evalueren op de processen van het afgelopen zomerseizoen. Er kan geoogst worden en in dit oogsten is er verdieping mogelijk, je kan doordringen tot de kern.

het Noorden
Het noorden is het koude en kan ook in verband worden gebracht met het hoofd van het lichaam. De zonnewind vindt aan de Noordpool een ingang in het aardse rijk (aurora borealis) Het noorden is mentaler ingesteld dan het zuiden (vergelijk Friezen-Brabanders, noord europeanen versus zuid europeanen, noord- versus zuid-spanje en noord- versus zuid-italie, noord- versus zuid-amerika, noord en zuid Egypte etc. etc.). Het Noorden draagt de potentie in zich van komende verandering, het noorden kan ook vergeleken worden met de vrucht in de baarmoeder of de zaden en bloembollen in de grond die zich voorbereiden op het voorjaar. Deze invloed is dus ronduit vrouwelijk, te associeren met het donkere en het onbewuste.

Toepassingen

Het gebruik van vier richtingen in een bouwwerk, al dan niet met spirituele bedoelingen, is wijdverbreid. Niet alleen is een vierzijdige ruimte pragmatisch maar ook wordt door het gebruik van vier zijden in een tempel bewust de vier verschillende invloeden op een proces geïntroduceerd. Met het proces als vijfde element (quintessence) is elk bouwwerk met een vierzijdige grondverm in essentie een vertaling van een vijfvoudig proces in is de kleurcode van het pentagram toepasbaar. Dat een vierzijdige ruimte ook zo pragmatisch is duidt direct op de diepe verbondenheid, je zou kunnen zeggen een genetische noodzakelijkheid van deze vorm en vormkracht in het dagelijks leven. We worden nu eenmaal permanent gedicteerd door de aanwezigheid van vier richtingen op het "platte vlak" van de aarde. Hieronder volgt een aantal bouwkundige toepassingen, waarbij gebruik gemaakt wordt van de vijf kleuren van het pentagram om de invloeden te verduidelijken. Het wordt daarbij ook inzichtelijk dat de tempelvormen eigenlijk niet verschillen, ondanks de verschillende expressies. Hoe kan dat ook anders: de mens in elke cultuur is als werkingsmodelmodel dezelfde.

Boroboedoer
Dit boeddhistische tempelcomplex bevindt zich op Java in Indonesië. Het is een opgerolde bedevaartsweg rond een kunstmatige heuvel. De pelgrim loopt met de wijzers van de klok de verschillende terrassen omhoog. De oostelijke trappen worden gebruikt om telkens een terras hoger te komen. Bij elkaar is het een weg van 3,5 km. De tempel is volgens de windrichtingen georiënteerd. Op elke zijde bevinden zich naast vele reliefs die boeddhistische leringen verbeelden ook losse boeddhabeelden, elke zijde kent boeddhabeelden met een eigen handhouding of mudra. Uiteraard heeft dit een samenhang met de aard van de invloed uit de corresponderende windrichting.

Het Oosten: Bhumisparça-mudra, een bekende mudra die "het aanroepen van de aarde als getuige" betekent. Het vewijst naar het moment voor de verlichting van de Boeddha, waar hij de aarde opriep getuige te zijn van zijn rechtvaardig leven. Het is het beeld van het positie innemen, een commitment aangaan, het zijn wat je denkt te willen zijn. Het is niet voor niets de aanduiding van de aanvang van elke pelgrimage, die hier gebruik maakt van de invloed uit het oosten: de opkomende dageraad. Je verklaart je gereed en bereid te beginnen. Je maakt een verbinding met je wortels (de aarde).

Het Zuiden: Wara-mudra. Deze heeft de betekenis van geven. In het leerproces is dit het moment van het weggeven van jezelf of jezelf neerzetten in de wereld en je passies laten zien en laten zien wat je hebt. Onbevangen (met open hand) doe je een handreiking naar de wereld. Met de corresponderende invloed uit het zuiden wil dit zeggen: laat zien wie je bent, kom vanonder de stolp tevoorschijn.

Het Westen: Dyana-mudra. Dit is de standaard houding voor meditatie. Dit is de positie van geslotenheid om innerlijk te schouwen en te reflecteren op de ervaringen die hieraan vooraf zijn gegaan. De ervaringen worden hier verwerkt en omgezet in wijsheid.

Het Noorden: Abhaya-mudra. Deze heeft de betekenis van: "geen angst". De houding is er een van weerstand bieden. Deze fase in het leerproces duidt op een standpunt innemen over wat je niet meer wil. Wat je wel zou willen of willen weten is veelal onbekend. Je kan nu eenmaal niet weten wat je niet weet of ervaren wat nog niet ervaren is. Maar wel kan duidelijk zijn welk pad je niet meer verder wilt bewandelen. Dit is een moment waarop men angstig zou kunnen zijn: soms klampt men zich liever vast aan de ellende die men kent dan een onbekende toekomst tegemoet te gaan. Maar Boeddha zegt hier: "Weest niet bevreest" en leidt vervolgens naar de volgende fase: het staan in wie je bent, waarop je onbevangen verder kan gaan.

Kerkbouw
Gelet op het voorgaande is het verleidelijk om te concluderen dat een kruisvorm in een tempelgebouw ook aan een spiritueel ontwikkelingsproces gerelateerd is. De kruisvorm van een katholieke kathedraal wordt door de stichters echter alleen in verband gebracht met het instrument waarmee Jezus Christus om het leven is gebracht. In geen verslag tot dusver wordt melding gemaakt van de kathedraal als instrument van geestelijke groei. Dat wil niet zeggen dat dit doel niet aanwezig is en misschien onbewust is ingebracht. Mogelijk is er een archetypisch model van spirituele groei waar veel tradities op terugvallen. Het kruis een symbool van ontwikkeling . De twee dichotomieën die in een kruisvorm aanwezig zijn zouden bij voorkeur in de beeldende symboliek van een kerk/kathedraal teruggevonden moeten worden. De dichotomie langs de oost-west as is duidelijk en komt overal voor. In het westen is er de narthex en ingang, waar de pelgrim binnenkomt met zijn gehele wezen van dat moment. In de ingang achter het westen (vanuit het centrum gezien) bevindt zich verder zijn verleden en het “normale” profane leven. In het oosten, symbool van het opkomende licht, bevinden zich alle symbolen die te maken hebben met de heilsboodschap en zijn toekomst. Moeilijker is het een dichotomie te vinden in de noord-zuid as. In de kathedraal van Chartres is deze wel zichtbaar aanwezig, maar dit is niet altijd overal op deze wijze in andere kathedralen overgenomen. In het noordelijke roosvenster van Chartres bevindt zich in het centrum daarvan Maria met kind, in het ruimte-tijd schema overeenkomend met de geboorte van Christus en het moment van het wassende licht in de wereld (midwinter). In het zuiden bevindt zich Jezus Christus als rechter gezeteld, in staat te oordelen over het leven van het individu. De potentie bij geboorte staat hier dus tegenover de verwerkelijking bij het sterven.

Zie ook: het pentagram in de kathedraal

De berg Meru
De mythische berg Meru vertegenwoordigt in het Hindoeïsme de centrale berg van de fysieke en spirituele universums. Het kent vier zijden, die corresponderen met de windrichtingen en elke zijde heeft een kleur. Deze op hun beurt corresponderen ook met een van de vier kasten van de hindoesamenleving. In de ideale situatie zou een stad volgens het schema van de heilige berg Meru gevormd moeten worden. Meru Links is een schematische voorstelling van de ideale Indiase Hindoe-stad met de vier kasten gegroepeerd rond de tempel in het midden. Vier kleuren van het pentagram zijn hier terug te vinden. De quintessence is dus het groene!










De Zon


Newgrange 21 dec. De zon heeft twee belangrijke symbolische betekenissen. Omdat het de bron is van het licht en het leven op aarde, is het een algemeen symbool van het Goddelijk licht en bron van ons spirituele welzijn. Tevens maakt de zon een cyclische beweging om de aarde en schept op die manier vier kardinale sferen. De dag verloopt in een bepaald ritme van zonsopkomst, een hoogtepunt, een zonsondergang en een nacht. In dat zelfde ritme van opkomst, een hoogtepunt, een neergang en rusttijd, voltrekt zich het jaar. In dat jaar zijn er voor het (agrarische) leven essentiële perioden zoals zaaien, oogsten en slachten. In alle religies worden de keerpunten in de dag of in de jaarcyclus door riten gemarkeerd. De christelijke tradities aangaande jaarvieringen verschillen niet veel van andere culturen.

Bij de foto: de zon dringt op 21 december via een bovenlicht door tot het binnnenste van een megalitische grafheuvel te Newgrange.

Middels ritueel verbinden de participanten zich met de gebeurtenis en het tijdsmoment dat verglijdt tussen twee perioden, waardoor de gebeurtenissen onderdeel van de geschiedenis van het individu en de gemeenschap worden. Elke periode kenmerkt zich door een eigen sfeer en bijbehorende activiteiten. Jaarfeesten worden vieringen (het bij herhaling op vreugdevolle wijze herinneren en erkennen) en zij worden gekoppeld aan belangrijke gebeurtenissen in de tijdslijn van de gemeenschap. Het begin van het jaar is dan niet slechts een nieuw begin van een cyclus van groei, bloei en snoei maar ook het moment om ritueel dit begin te koppelen aan het moment van ontstaan van de gemeenschap. De betekenis van dat belangrijke moment in de geschiedenis wordt naar het heden toegebracht; de zeggingskracht wordt voor het nu gemobiliseerd. Het joodse Pascha in het voorjaar (in de meeste culturen en in de Romeinse tijd het begin van een nieuw jaar) wordt gevierd, gekoppeld aan de uittocht uit Egypte, een nieuw begin voor het joodse volk. Pasen is voor de christenen het beginpunt van de genade die God aan de mensheid verleende. Het gevoel dat bij het voorjaar hoort wordt zo gekoppeld aan die belangrijke gebeurtenis.

Met de jaarvieringen (en de dagvieringen) wordt de geschiedenis gekoppeld aan een tijdscyclus. Een jaarcyclus kan gekoppeld worden aan een dagcyclus (voorjaar=ochtend etc.) en de dagcyclus kan via de omloop van de zon gekoppeld worden aan een richting in de ruimte. Het tijdsbesef wordt dan ook een ruimte besef. Het oosten is de ochtend en het voorjaar, het westen de avond en het najaar etcetera.

In megalithische steencirkels wordt de relatie met de cyclische gebeurtenissen op aarde gemarkeerd door rechtop geplaatste stenen, soms ook in samenhang met markante kenmerken van nabij gelegen heuvels. De steencirkel is een plaats waar tijd en ruimte, kosmos en aarde bij elkaar komen. Stenen geven de plaats van zonnewendes weer, zodat niet alleen een dagcyclus maar ook een jaarcyclus gemarkeerd wordt. We weten weinig concreets van wat men in deze steencirkels gedaan heeft, maar het is niet ondenkbaar dat dit rituelen geweest zijn die tijd, ruimte en de geschiedenis van een volk bij elkaar hebben gebracht.

De orientatie naar een bepaalde zonnestand, zoals midwinter-zonsopgang, is een orientatie in de ruimte, die werkelijk wordt op een bepaald moment; in dit geval rond 21 december. Het is eigenlijk een orientatie naar een bepaalde invloed die aanwezig is op of rond 21 december. Ondanks dat de werkelijke invloed slechts een paar dagen per jaar echt aanwezig is, wordt de fysieke vorm die die orientatie aangeeft, het permanente levende anker voor die invloed. Een jaarlijks ritueel wordt de devote viering naar die invloed, die doordoor zich kan verbinden met het heiligdom.

Een bekend megalitisch heiligdom is de gereconstrueerde grafheuvel te Newgrange in Ierland. Jaarlijks rond 21 december dringt het licht van de zon juist in het diepste door van de grafheuvel en belicht zij het inwendige achterste.

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.