Radiësthesie

2006

De term radiësthesie komt uit het Latijn en betekent "gevoelig voor straling". Het is de wetenschap om informatie te krijgen uit energieniveaus die niet direkt toegankelijk zijn voor de vijf fysieke zintuigen (horen, zien, voelen, proeven en ruiken). Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gevoeligheid van de mens voor trillingen. Door gebruik te maken van instrumenten kunnen minieme wisselwerkingen tussen de vibraties van het energieveld van de persoon die de metingen doet en dat van het te onderzoeken object, zichtbaar gemaakt worden.

Er zijn in de loop der tijden verschillende instrumenten voor de radiëstesie ontwikkeld. De bekendsten zijn de pendel en de wichelroede. Van deze instrumenten zijn diverse varianten ontwikkeld, al dan niet met schaalverdeling en voor verschillende doeleinden. Er zijn twee soorten van radiësthesie te onderscheiden, hier de subjectieve en de objectieve methode genoemd. Voor beide methoden geldt dat de persoon samen met het instrument het meetinstrument is. Er blijft een hoge mate van subjectiviteit gelden. De uitslag is ook manipuleerbaar. Mentale en emotionele discipline is daarom onontbeerlijk. Pogingen om "double-blind" testen te doen, waarbij de persoon die meet niet weet wat hij meet, loopt daarom vaak op niets uit. Een zo intensief mogelijk contact met het te meten object is noodzakelijk.

subjectieve metingen

Eén methode is te omschrijven als "praten" met behulp van een pendel met je onderbewuste. Je neemt een pendel (elke vorm van gewicht voldoet, hangend aan een koord, bijvoorbeeld een schoen aan een veter), beweegt het en maakt een afspraak met jezelf. Bijvoorbeeld een beweging met de wijzers van de klok is bevestigend. Bij dit systeem moet je vragen stellen. De betekenis van wat je op die manier waarneemt kan een probleem zijn omdat het subjectief gekleurd is. Duidelijke waarnemingen worden met deze methode bepaald door de helderheid van de vraag en de mate waarin de vragensteller onbevooroordeeld is. Andere instrumenten die voor deze methode geschikt zijn is de L-vormige haakroede of de Y-vormige wichelroede. Het voordeel van deze methode is dat de eigen waarneming getraind wordt door de visuele bevestiging van het instrument.
Het gebruik van tarotkaarten, runenstokjes of I-tjing kan ook onder deze methode geschaard worden.

objectieve metingen

Er is een ander type van radiësthesie waarbij de metingen gebruik maken van een kwalitatieve of kwantitatieve schaal of van pendels die afgestemd (zie resonantie)zijn doormiddel van de vorm of het materiaal. Deze waarnemingen zijn minder gevoelig voor persoonlijke inkleuring; metingen van verschillende waarnemers kunnen beter vergeleken worden en resultaten zijn beter te communiceren. Wat blijft is dat de beoefenaar in feite het instrument is en het instrument de wijzer met schaalverdeling.

Indeling naar instrument

    diverse pendels
  1. De pendel. Dit kan zijn een willekeurig voorwerp aan een koord. Pendels met een kwalitatieve schaalverdeling zijn de "cone fictive" ontwikkeld door Chaumerie en Belizal (I.K.; ). Andere afgestemde pendels zijn vervaardigd van een uitgekozen materiaal. Bijvoorbeeld goud, zilver of platinum voor het meten van energie van deze kwaliteit. Andere te gebruiken materialen zijn de (half)edelstenen. Er bestaan ook "vulpendels", die met het te zoeken materiaal gevuld kunnen worden.
    cone fictive

    bij de foto: De cone fictive, hiernaast afgebeeld heeft een schijf die vertikaal langs een gemerkte as verschoven kan worden. Hierdoor ontstaan een reeks (tien) fictieve kegels, die elk in resonantie zijn met de spectrumkleuren, wit, zwart en "negatief groen".

    De toepassing van het pendelen met een kwantitatieve schaal is ontwikkeld door de bioloog Bovis (1930), zie hiervoor: Boviswaarde.






  2. De L-vormige haakroede. Deze is eenvoudig zelf te maken. Neem twee stuks metaaldraad van 25 cm. van circa 2 mm. diam. (lasdraad leent zich uitstekend hiervoor). Buig deze op 1/3 van de lengte haaks om. Hou in elke hand de haak met de korte zijde vast op zodanige manier dat deze stabiel vooruit "hangt", maar makkelijk op zij kan bewegen. In respons op een waarneming zullen de uiteinden naar binnen of naar buiten bewegen.


  3. De Y-vormige tak of vorkwichelroede. Een moeilijk instrument om mee te werken, maar minder gevoelig voor wind en schokken. Deze kan makkelijk buiten al lopend gebruikt worden. Traditioneel wordt deze gebruikt bij het opsporen van water.


  4. wichelroede

    Aan het werk met de wichelroede.










  5. Lus- of boog-roede. Van metaaldraad een lusvormige roede. Deze functioneert ongeveer gelijk aan de Y-vormige roede.




  6. biotensor Biotensor In het algemeen een flexibele roede, met aan de ene zijde een handvat en aan de andere zijde een bol of een andere vorm van gewicht. De werking is min of meer gelijk aan die van de gewone pendel. Een voordeel is de pendel te gebruiken als een aanwijsstok naar het uit te pendelen object.




  7. lecherantenne Lecherantenne. Een instrument ontwikkeld uit de vorkwichelroede met schaalverdeling. Dit instrument is ontwikkeld door de Duitse fysicus Reinhard Schneider en genoemd naar de Duitse fysicus Ernst Lecher (1856-1926 ), die in 1890, voor het eerst de snelheid van elektromagnetische golven onderzocht. Dankzij de aanwezigheid van een begeleidende meetlat, die verbonden is met beide greeparmen, en het inbrengen van een gemagnetiseerd staafje kan men er allerlei gekwantificeerde en redelijk reproduceerbare metingen mee uitvoeren. De uitkomsten zijn in principe niet voor iedere waarnemer helemaal gelijk, het principe van de werking blijft gebaseerd op de onbewuste spierbewegingen van de waarnemer. De kwantitatieve uitkomsten maken het mogelijk waarnemingen met elkaar te vergelijken.

Toepassingen

Het gebruik van radiëstesie kan op vele terreinen ingezet worden. Geomantie, architectuur, archeologie, historisch onderzoek, geneeskunde, psychologisch onderzoek, persoonlijke ontwikkeling, psychometrie.

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.