Reïncarnatie
sept 2004
Het woord betekent terugkeer in het vlees (carne). In grote lijnen de terugkeer in een fysiek lichaam na het sterven. Voor de nuchtere mens, opgegroeid in de westerse cultuur van de 20e /21e eeuw, blijft dit een controversieel thema. Desondanks is er een groeiende acceptatie in de westerse wereld van het idee reïncarnatie.
Het thema is meeromvattend dan een simpele theorie die interessant kan zijn. De implicaties van de reïncarnatietheorie dwingen je een standpunt in te nemen of hiermee te wachten. Zekerheid over de mogelijkheid van reïncarnatie moet verkregen worden uit innerlijk weten of je kunt zekerheid creëren door hierover een standpunt in te nemen vanuit ‘moeten geloven’;, eventueel op basis van analogieën en argumenten van esoterische aard.
Dit artikel behandelt eerst redelijke argumenten voor
de mogelijkheid van reïncarnatie. Dan volgt een omschrijving van de
mechanismen die ten grondslag liggen aan reïncarnatie, waarin ook
vervat is de mogelijkheid niet te reïncarneren door onsterfelijk
te worden in een andere wereld (ook dat nog?).
Ten slotte wordt het aspect reincarnatie behandeld vanuit de verschillende religies.
Redelijke argumenten
Een eekhoorn die in het najaar een voorraad noten aanlegt, weet niet bewust dat de winter in aantocht is. Maar toch is hij er druk mee bezig. Het schijnt zelfs zo, dat de voorraad groter is naarmate de winter strenger wordt. Hoe kan een eekhoorn dat nu weten? De eekhoorn is eenvoudig in respons met alle signalen die er zijn. Ook in ons eigen handelen kunnen wij elementen waarnemen die iets laten zien over een toekomst.
We kunnen waarnemen dat een mens bezig is zich te ontwikkelen. We maken veel bewuste waarnemingen en doen veel bewuste keuzes, maar ook overvallen dingen ons en de grote lijn in ons leven is een onbewuste lijn. Grote gebeurtenissen als de pubertijd en de mid-life fase (crisis) zijn perioden waarin we overvallen worden door allerlei gevoelens en wat we eerst als passend zagen in ons leven voldoet dan niet meer. Achteraf kun je ontwikkelingen aanwijzen en zien dat bepaalde perioden een transformatie hebben teweeggebracht naar een andere rijpheid. LA en AC hebben beiden, elk vanuit een ander uitgangspunt, aangetoond dat het leren voor de moderne mens wel tot ongeveer het 70e of 80e jaar kan voortduren, onderverdeeld in drie fasen (levensfasenII). Er is ook een 7-voudig model te zien in de menselijke ontwikkeling (Levensfasen I) [JS;2]. Een gevoel van rechtvaardigheid geeft me in dat een leerperiode die een leven lang duurt ergens goed voor is. De ontwikkeling gaat niet alleen over het leren overleven op aarde, dat zou je met je 16e al heel goed kunnen; persoonlijke ontwikkeling is een rijpingsproces van een heel leven.
De bestudering van de levensfasen leert dat er een bepaalde logische
opbouw plaatsvindt. In grote lijnen is de eerste fase de exploratie van
diverse (geïncarneerde) potenties, gevolgd door een proces van
identificatie met één of meerdere van deze potenties. De laatste fase is er een van verdieping en
uitkristallisatie van de identiteit. Dit proces is te vergelijken met het rijpen van een vrucht,
die in zich zaden herbergt voor een volgend leven.
Met het inzicht dat de mens uit meerdere wezensdelen bestaat,
is het eenvoudig te accepteren dat er diverse kandidaten in een
mensenlichaam aanwezig zijn, die het stoffelijke lichaam als
gasthuis gebruiken. Bijvoorbeeld de
ziel,
astraal lichaam,
(of maar niet te spreken van astrale lichamen)
geest(mind),
geest(spirit) , nog afgezien van de vele deva’s die de organen
belevendigen.
Dan zijn er de getuigenverslagen van mensen die zich andere levens herinneren. Michael Newton [M.N.] gebruikte regressietherapie om middels de herinneringen van patienten het bestaan tussen verschillende levens op aarde in kaart te brengen. Ian Stevenson[1] heeft systematisch onerzoek gedaan naar verhalen van vorige levens, deze gedocumenteerd en de waarachtigheid ervan onderzocht door details daarvan na te gaan. Er waren vaak verbazingwekkende gedetailleerde overeenkomsten tussen het verhaal over een vorig leven van een kind en wat de familie van een overleden persoon wist te vertellen. Stevenson vond de bewijzen voor reïncarnatie wel overtuigend.
Recent (2007) is het boek verschenen van Pim van Lommel [P.L], naar aanleiding van zijn promotieonderzoek naar bijna dood ervaringen. Daarin kan hij niet anders concluderen dat er bewustzijn mogelijk is naast of buiten het fysieke bestaan. Het hoe kan hij niet verklaren en hij geeft enkele mogelijke suggesties, maar het feit dat het zo is , is naar zijn onderzoek, de enige verklaring voor de vele consistente bijna-dood ervaringen.
Na het verkennen van de mogelijkheden, of bewijzen zo je wilt, blijft er niet veel over dan een bewuste keuze te maken. Waarschijnlijk is dit het voorbeeld dat van toepassing is op de ‘techniek’ van het ‘moeten geloven’;. Als deze stap eenmaal gezet is, kunnen we verder gaan met het hoe en waarom van reïncarnatie.
De mechanismen
In
overeenstemming met de wet van drie,
zijn er drie soorten van leven na het overlijden. Deze niveaus kunnen vergeleken worden met
het drievoudige stelsel Zon-Planeet-Maan.
Reïncarnatie zoals daar in het algemeen over gesproken wordt, is een
planetair proces. Het kenmerk van planetaire zaken is herhaling,
cyclische processen in het algemeen. De waterstromen, de seizoenen,
groei en sterven, alles op de planeet komt en gaat en keert weer in
één of andere gedaante terug. De toevoeging "re" van
reïncarnatie duidt op de herhaling, het weer terugkeren in het vlees.
Het is ook mogelijk aan het rad van reïncarnatie te ontsnappen. Spirituele ontwikkeling kan er toe leiden dat de
geest elders kan verblijven (zon-aspect).
Een andere mogelijkheid is vergaan. Dit is een maan-aspect, vandaar de uitdrukking "naar de maan gaan".
Hier wordt in onze cultuur veel vanuit gegaan (Je leeft maar één keer!).
Het mechanisme achter deze mogelijkheden is resonantie. Gelijke frequenties trekken elkaar aan of versterken elkaar. Gelijkgestemde zielen zoeken elkaar op. Binnen het tijdsbestek van een leven, in de verdichting van de materie, komen subtiele entiteiten samen. In interactie kunnen zij elkaar beïnvloeden en zo een nieuwe frequentie verkrijgen om daarna weer verder te reizen naar het zijnsveld van de verworven frequentie.
Laten we de verschillende wezensdelen die deel uitmaken van wat we mens noemen eens onder de loep nemen:
Het stoffelijk lichaam
Zonder enige twijfel is dit een planetair ding. Uit het stof wordt het samengesteld en tot stof zal het weer vergaan. De materie verdwijnt niet, maar neemt telkens andere gedaanten aan in andere samenstellingen. De onderdelen van een menselijk lichaam, de organen, kunnen gezien worden als kleine entiteiten op zich en kennen elk ook een eigen essentie of deva (vorm, functie en essentie zijn een drie-eenheid). Elk orgaan, ook elke cel in dat orgaan, kent een soort zieleleven dat de stoffelijke vorm belevendigt. Van wat we zouden kunnen noemen een essentie-bank incarneert een deva in een stoffelijke vorm. Ook hiervoor is het mechanisme resonantie. De vorm, de functie en de deva zijn in resonantie met elkaar en vinden elkaar om een eenheid te vormen. Na het overlijden van een mens, verliezen de organen hun functie, en de vorm en de deva kunnen niet langer samen zijn en raken uit elkaar. Vervolgens raken de afzonderlijke cellen in verval. Een cel verliest haar functie en ook de deva van de cel en de vorm raken uit elkaar.
De Ziel
De ziel is de deva van het menselijk lichaam als geheel en is planetair van aard. De ziel incarneert van een essentie-bank en keert daarnaar weer terug. De ziel is niet persoonlijk (niets is persoonlijk, we hebben de optie iets persoonlijk te maken). Soms [L.A.] wordt het proces van incarnatie van de ziel voorgesteld als een soeplepel ziel uit de pot. Na het overlijden keert de ziel weer terug naar de essentie-bank. Iets anders is het gesteld met het astraal lichaam.
Astraal lichaam
Het blijft een kwestie van definities. Astraal lichaam en ziel worden veel door elkaar gehaald en soms als synoniemen beschouwd. De verschillende meningen van de diverse stromingen zijn niet goed of fout, zolang we maar consequent zijn. Het Astraal lichaam is een subtiel lichaam, planetair van aard, dat voldoende cohesie heeft gekregen gedurende de vormingsperiode in een stoffelijk lichaam. Na het uittreden uit een stoffelijk lichaam, kan het weer de kans krijgen te incarneren en zich verder te ontwikkelen. Ontwikkeling is waarschijnlijk niet mogelijk wanneer het niet in de stof is geïncarneerd, hoewel hier ook andere meningen over worden verkondigd. Wel bestaat het gevaar van desintegratie als de cohesie (kristallisatie) niet goed is. Aandacht vanuit de wereld der levenden helpt een astraal lichaam in de subtiele wereld te voeden. Dit is de reden achter voorouderverering, Allerzielen, of de legaat aan het ziekenhuis met plaquette in de hal.
Het proces van kristallisatie van een astraal lichaam wordt
gestimuleerd door herhaling en betrokkenheid. (emotie)
Dagelijkse handelingen vormen de basis voor de ontwikkeling van een
astraal lichaam. (zie ook Karma) Het andere ingrediënt is motivatie. “Religieuze”
motieven zijn sterke smeders van een astraal lichaam. Achter religieuze
motieven steekt bewustzijn over het grotere doel van de schepping. Er
wordt hiermee naar een verbinding gezocht, maar een verbinding gaat
twee kanten op. Er wordt met de verbinding een potentere kracht in huis
gehaald. De potente niet-planetaire verbindingen zijn logischerwijs van
minder direct nut. Zij komen
ten goede aan de vorming van de mind(geest).
Fakirisme en zelfkastijding, zijn semi-religieuze handelingen (religie) die niets met werkelijke religie te maken hebben,
maar wel door de motivatie en herhaling een sterk astraal lichaam
opleveren. Waarin een mens groot kan worden...
Er zijn geen belemmeringen voor meerdere astraal lichamen om te incarneren
in één stoffelijk lichaam. De uitdrukking “mijn vorig
leven” kon wel eens misleidend zijn; het geeft een identificatie aan
met een geïncarneerd astraal lichaam, maar waarschijnlijk niet het
enige astraal lichaam. Wie is wat? Een astraal lichaam kan ook
incarneren in het stoffelijk lichaam van een dier. Alles werkt via de
wegen van resonantie. Gelijke trillingen trekken elkaar aan. Zo heeft een astraal
lichaam een kwaliteit die kan resoneren met het fysieke lichaam van een ongeboren kind op een
bepaalde plaats en tijd, waardoor
er een opening ontstaat om te reïncarneren voor verdere
ontwikkeling. Ook tijd lijkt geen rol te spelen. Er zijn mededelingen
dat incarnatie terug in de tijd mogelijk is.
Geest(spirit)
Voor de achtergrond van de omschrijving verwijs ik naar geest(spirit) Dit is een subtiel lichaam dat niet planetair is. Na het overlijden gaat de samenhang lichaam-ziel-geest verloren. De geest(spirit) wordt uitgestoten uit het aardse domein, met meenemen van de ervaring (als het al een voor de geest herkenbare ervaring heeft opgedaan). De geest keert terug naar zijn oorsprong en de ervaring wordt onderdeel van het geheel. Het kan in deze omschrijving en definitie niet persoonlijk gemaakt worden.
Geest(mind)
Geest, mind en spirit zijn in de christelijke traditie en in het Nederlandse taalgebied verwarrende zaken. Niet iedereen is consequent in het gebruik van deze begrippen, vaak ook wordt een onderscheid niet erkend (zie ook: lichaam). Daarom wordt onderscheid gemaakt met de woorden geest(mind) en geest(spirit). Voor de omschrijving en achtergrond van de mind verwijs ik naar geest(mind). Dit subtiele lichaam is het meest interessant. Het wordt gevormd tijdens een leven, is niet planetair in substantie, maar is wel verbonden met de identiteit van de levende mens. Het Hogere Zelf of Het Zelf zijn andere benamingen in andere tradities. Deze geest(mind) is niet gebonden aan het aardse en zal zich te verplaatsen naar een domein buiten de aarde, dat in resonantie overeenkomt met de gevormde geest(mind). M.N. omschrijft een kosmologie als een groot opleidingsinstituut van "zielen"[2] De geest(mind) ontwikkelt zich volgens zijn bevindingen via vele verschillende levens.
Reïncarnatie in religies
Hindoeïsme
Reïncarnatie is een vast gegeven in het Hindoeïsme. De religieuse praktijk van het Hindoeïsme is gericht op het scheppen van een goed karma, zodat de uitgangspositie in een volgend leven gunstig is, bij voorkeur met een hoger spiritueel bewustzijn. In grote lijnen doorloopt de Hindoe de vier sociale kasten van Sudra, de laagste kaste der dienaren, tot die van de Brahmanen, de hoogste kaste. De Veda's geven aan dat de mens uit drie delen bestaat; het stoffelijke lichaam sthula sarira, een subtiel lichaam suksma sarira, en ãtman-brahman [K.K. blz 214,215]. Het subtiele ichaam hecht zich bij het overlijden aan de ãtman en dit samen richt zich op een nieuwe incarnatie, waarvan de kwaliteit afhankelijk is van het opgebouwde karma. Bevrijding uit de kring van wedergeboorte is mogelijk door de binding tussen het subtiele lichaam en de ãtman te doorbreken. De Upanisads, de esoterische kennis, schrijven hierover.
Christendom
In voorbereiding
Boeddhisme
Reïncarnatie in het Boeddhisme neemt een belangrijke plaats in. Leven impliceert automatisch lijden. Uit het Hindoeïsme is het idee van Karma overgenomen, hetgeen inhoud dat de wijze van leven de uitgangspunten en omstandigheden van een volgend leven gaat bepalen. Het Boeddhisme wijst de weg naar verlossing uit de kring van wedergeboorte door de staat van het Nibbana te bereiken. Echter de leer (Dhamma) geeft niet aan wat er reïncarmeert, het is zelfs zo dat niets permanents is dat kán reïncarneren. Het zichtbare bestaan wordt opgebouwd gedacht uit deeltjes (dhamma's) die zelf wel permanent zijn (hierover bestaan verschillende opvattingen), maar de fenomenen zijn dat niet. Boeddha ontkende het bestaan van een permanente ziel of geest. Latere Boeddhisten (de stroming van het Yogachara) ontwikelen inzichten over het bewustzijn die wel antwoord bieden op vragen over de technische kant van reïncarnatie. Er worden diepere lagen van het bewustzijn aangewezen, waaronder een laag die de Karmische zaden herbergt. De Boddhi-natuur die in ieder mens aanwezig is is óók een karmisch zaad, die ondermeer aanzet geeft tot de drang tot spirituele groei. Het is niet al te moeilijk een paralel te trekken met astrale lichamen respectievelijk de Goddelijke spirit.
Judaïsme
In het Judaïsme is er geen duidelijke inzicht over enig leven na de dood en vorm dat dit aanneemt. De Farizeen en het latere Rabbijnse jodendom accepteerden een vorm van herrijzenis dat ooit zal plaats vinden en een vorm van onsterfelijkheid in een paradijs. De kabbalisten gaan uit van een migratie van de ziel naar een ander lichaam.