verhaal

Het ENE

Een Scheppingsverhaal

oktober 2007

Lang, lang geleden leefde er EEN. EEN was bijzonder. Zolang als EEN zich kon herinneren was EEN er. Maar of dit nu een eeuwigheid was of een enkele seconde, dat kon EEN niet weten. EEN had geen zintuigen, enkel bewustzijn. Geen prikkeling was ooit tot het doorgedrongen. Stel je jezelf eens voor in een donkere stille isoleercel in gewichtloosheid. Tijd heeft geen betekenis Plotseling daagde Iets in zichzelf, tot zichzelf . EEN besloot te kennen, te ervaren. Dit besluit is daad en woord gelijk en betekende een scheiding tussen toekomst en verleden. Een eerste wonder en waarschijnlijk de onbegrijpelijkste. Dit besluit na een ongekende tijd transformeerde al het niet-bestaan in een te kennen bestaan. De energie die dat veroorzaakte was ongekend. EEN explodeerde in een cascade van energiestromen die elkaar verkenden en op elkaar inwerkten met een nietswetend verlangen dan die ENE wens:

WAT BEN IK?

De energieën werkten op elkaar in schijnbaar eindeloos, schijnbaar doelloos en uit die ziedende wateren en het ongebreidelde licht, dat zich tot in de einders van het weten wilde vullen, ontstonden er nieuwe scheidingen: dichte en donkere delen, verdichte en ijle delen. Met krachten die ons voorstellingsvermogen te boven gaan, in tijdsbestekken die we niet begrijpen, werkte dit donkere in op het lichte, het verdichte op het ijle en uit dit bijkans tijdloze proces ontstond er een wonder: uit energie ontstond er een steen: donker en dicht. Het grote lichte ijle had een kleine dichte donkere punt voortgebracht. En het ENE verblijdde zich zeer en dit punt was haar lieveling. Nu eindelijk, waar eerst niets was, was er nu voor het eerst een referentiepunt. “Kijk daar” zou je kunnen zeggen. “Van daar tot hier” “Ik wil dat”, “Ik ga weg” Waar eerst niets was, zijn deze voor ons eenvoudige relaties gigantisch. Alsof de isoleercel uit het begin van het verhaal plotseling zwaartekracht krijgt en een deur. Het ENE was buitenzinnig van blijdschap en was met de steen Door de steen kon het ENE het universum schouwen.

Maar de energieën die vanaf het begin op elkaar inwerkten met het alomvattende verlangen TE KENNEN stonden niet stil bij dit tweede wonder. Het kolkte en bruiste het pruttelde het wachtte, maar het ging door en na een eeuwige tijd, maar sneller dan eerste stap kwam er een derde wonder, leven in de vorm van…….. een plant. Behalve hier en daar, donker en licht, was er zacht en hard, was er klein en groot, wortel, blad, bloei en zaad. Het kon reageren op licht en donker, het was bewust van warmte en licht en de nabijheid van andere planten. Het kon zich zelf voortbrengen, de ruimte ontdekken in hoogte, breedte en diepte. En in zich zelf kon het licht, water, lucht en aarde vermengen en aan elkaar binden. Het ENE was buitenzinnig van blijdschap en was van toen af met en in de plant. Door deze plant kon het ENE dichter bij het antwoord komen op de ENE vraag:

WAT BEN IK?

Maar de energieën die vanaf het begin op elkaar inwerkten met het alomvattende verlangen TE KENNEN stonden niet stil bij dit laatste wonder. Het kolkte en bruiste het pruttelde het wachtte, maar het ging door en na een eeuwige tijd, maar weer sneller kwam er een vierde wonder, leven in de vorm van……. een kat. Behalve hier en daar, donker en licht, zacht en hard, klein en groot, wortel, blad, bloei en zaad, was er snel en langzaam, geur, geluid en BEELD! Honger en een volle buik, de spanning van de jacht, pijn en geluk, de spanning van de andere sekse, spelen, de beest uit hangen, genieten van de zon. De hemel vulde zich met geluiden, beelden en relaties met anderen. Ook kon deze kat zich zelf schoonhouden, zich telkens weer ontdoen van de willekeurige smetten die het leven opbrengt. Het ENE was buitenzinnig van blijdschap en was van toen af met en in deze kat. Door deze kat kon het ENE dichter bij het antwoord komen op de ENE vraag:

WAT BEN IK?

Maar de energieën die vanaf het begin op elkaar inwerkten met het alomvattende verlangen TE KENNEN stonden niet stil bij dit laatste wonder. Het kolkte en bruiste het pruttelde het wachtte, maar het ging door en na een eeuwige tijd, maar alweer sneller kwam er een vijfde wonder, leven in de vorm van……. een mens. Behalve hier en daar, donker en licht, zacht en hard, klein en groot, snel en langzaam, geur, geluid en beeld, honger en een volle buik, de spanning van de jacht, de spanning van de andere sekse, spelen, de beest uit hangen, genieten van de zon, vuilworden en schoonmaken, was er een drager dat nu zelf de vraag kon stellen WAT BEN IK? Ook was deze mens het eerste wezen dat geïnteresseerd kon zijn in de ander, vanwege de ander. Het kon meeleven, meevoelen met alles waar het aandacht aan schonk. Het kennen van deze mens was ongehoord. Het droeg de potentie het Al de kennen, precies zoals dat de wens was van het ENE. Ook kon de mens uiting geven aan alle antwoorden die het vond en zo de schepping opnieuw scheppen telkens weer met een ander bewustzijn, een ander kennen. Het ENE was buitenzinnig van blijdschap en was van toen af met en in deze mens. Door deze mens kon het ENE dichter bij het antwoord komen op de ENE vraag:

WAT BEN IK?

Op dit punt zin we nu in het hier en nu beland. We zijn allen met de vraag bezig, zeker jullie, de lezer/aanhoorders van dit verhaal, Wat ben ik?, wie ben ik? De “Wat ben ik?” van de ENE krijgt meer en meer antwoorden in de vele expressies in kunst, muziek, de verhalen. Elk andere mens is weer een reflectie van de ENE. Maar het ENE zal zich verheugen als we onze ogen, ons gehoor en bewustzijn openstellen om het te laten weten

WAT HET IS.

Naar een verhaal van vermoedelijk Leo Armin
Vertaling/bewerking Job van Splunter

© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.