Essay
Essay; augustus 2006, januari 2008
Vrije wil is het idee dat de keuzen die we maken uitsluitend door de beslisser zelf worden gemaakt. Als hier verder
over wordt nagedacht, blijkt het al gauw dat het niet zo eenvoudig is. Sommige wetenschappers betwijfelen
zelfs of er wel van een vrije wil sprake kan zijn. Gebeurtenissen worden uitsluitend bepaald door de daaraan
voorafgaand gebeurtenissen. Een keus die iemand maakt is meestal zeer voorspelbaar en afhankelijk van opvoeding en ervaring.
Toch is het idee van vrije wil hecht verankerd in het westerse wereldbeeld en is terug te leiden naar
het verhaal in Genesis, waar de mens at van de boom van goed en kwaad, en sindsdien keus heeft om het goede en het kwade
te kennen en daaruit een keus te doen. Onze rechtsstaat en rechtsstelsel is gebaseerd op het hebben van vrije keus, anders
hebben boetes en straffen beperkte zin.
In het navolgende artikel wordt een verkenning gemaakt van de vrije wil in het menselijk systeem en
gespeculeerd over de rol van de vrije wil in spirituele ontwikkeling.
Onder invloed van de 17e eeuwse perceptie dat alle substanties uiteindelijk verklaard zouden kunnen worden door het causale verband van opelkaar botsende deeltjes is het idee van determinisme (verwijst naar wikipedia-pagina) ontstaan. Hier is geen ruimte voor de vrije wil. Alles is van te voren vastgelegd door de positie en snelheid van alle deeltjes in het universum op enig gegeven moment in het verleden. Ontdekkingen in de quantummechanica en de onzekerheidsrelatie van Heisenberg laten zien dat er ook niet te bepalen elementen aanwezig zijn in onze werkelijkheid, dus de toekomst is daarmee ook niet volledig vastgelegd. Dit opent weer perspectieven voor een vrije menselijke geest.
Zie ook: De vrije wil, een essay, uit november 2009, met een neurologische benadering.
Vrije wil lijkt een eigenschap te zijn van de mens. Omdat het het pentagram het werkend principe is in de mens, kan de eigenschap 'de vrije wil' in het menselijk systeem onderverdeeld worden in vijf bepalende factoren voor verdere beschouwing. Dit levert een interessante opstap. De vijf factoren zijn:
Deze factoren blijken zowel met een bevrijdende als een vastleggende invloed te hebben.
Kennis vergroot het aantal opties waaruit keus gemaakt kan worden. Wat niet geweten wordt kan ook niet overwogen worden. Maar, kennis sluit ook de deuren voor keuzes, door de vooroordelen die kennis schept.
Het bloed is een begrip dat het geheel van gewoonten en herhaalde patronen omvat (zie: bloed. Ook en juist ook gedachtenpatronen. Hier kristaliseert zich opvoeding en ervaring uit als een entiteit met een eigen wil: het herhalen van de patronen. Dit is niet zondermeer nadelig, in momenten van gevaar kan direct gereageerd worden, zonder het (langzame) denken. En gedurende de dag zijn er onnoemelijk veel automatische handelingen te verrichten, zonder dat daarvoor gelukkig het bewustzijn nodig is. Gewoonten zijn per definitie geen uitingen van de vrije wil, wel zou het kunnen zijn dat automatische patronen besloten en getraint kunnen zijn door de vrije wil.
Het sociaal netwerk (zie ook: cultuur) is een bepalende factor voor welzijn en veiligheid, maar tegelijk is het een grote belemmerende factot voor enige uiting van vrije wil. Probeer maar eens als man over straat te lopen in een rok. Ook al zou je er prettiger in voelen, of er een willen dragen om beter geaard te zijn, er is een zeer overheersende belemmering om dat niet te doen. Actueel is de discussie rond de geheel of gedeeltelijke hoofdbedekkende sluier voor vrouwen met een islamitische achtergrond. Cultuur en de sociale omgeving bakenen de grenzen van de vrijheid af.
Met connecties wordt hier bedoeld de verbindingen met essenties of entiteiten,
die aangegaan en onderhouden worden door het emotionele centrum. Essenties en entiteiten willen
zeer bepaalde dingen en deze zijn gefixeerd. Essenties en entiteiten hebben geen keus.
Door de connectie wordt de wil tot uiting overgedragen op een mens. Wat iemand wil, is dat de vrije eigen
wil, of de wil van een essentie die zich manifesteert door iemand heen? Iets als 'bezetenheid'
is een duidelijke manifestatie van de wil van een entiteit door iemand heen. Het begrip 'bezeten' zijn
zou uitgebreid kunnen worden; je zou kunnen stellen
dat iedereen wel bezeten is, alleen het gedrag is binnen de aanvaardbare grenzen van wat we als 'normaal' hebben bestempeld.
Een mens is een slaaf van een essentie. Hebben we er echter voor gekozen (vrije wil), of is het ons overkomen?
De uidrukking 'hij is geroepen' duidt op een essentie buiten iemand om die 'roept' om zekere daden. Met 'roeping' wordt
een uitoefening van de vrije wil al twijfelachtig.
Een doel, is net als kennis, een tweesnijdig zwaard. Een doel is een bewust gekozen richting in het leven, misschien wel uit 'vrije wil'. Maar eenmaal gekozen, is men niet meer vrij. Een doel schept wel een framewerk, waarin kennis, connecties, het sociale netwerk en het bloed zich kunnen ordenen en niet meer zomaar 'hun eigen ding' kunnen gaan doen.
Zoals al uit de omschrijvingen blijkt, zijn elk van de factoren met elkaar verbonden en beďnvloeden elkaar. Het pentagram is een dynamisch systeem. Een goed werkend pentagram is een zelf-lerend en ontwikkelend systeem. Is in dit systeem 'vrije wil' mogelijk? of is de richting van ontwikkeling automatisch? Vijf betekent bewustzijn, gewaarwording. Het getal 'vier' duidt op automatische systemen, dus waar vrije wil afwezig is. Het vijfde element hierin (hier: doel) creërt momenten van gewaarwording waar het mogelijk is een keus te doen. Voor verder inzicht in de betekenis en eigenschappen van getallen wordt verwezen naar 'numerologie'.
Een doel veronderstelt een reden. Een doel zonder reden is onwaarschijnlijk of anders is het niet waarschijnlijk dat deze het resultaat is van de 'vrije wil'. De reden maakt het mogelijk een afstemming te maken met een niveau van ontwikkeling. Met ontwikkeling wordt hier bedoeld spirituele ontwikkeling. Hierin zijn verschillende niveau's mogelijk en te onderscheiden. Voor inzicht in mogelijke ontwikkelingen kunnen we kijken naar 7-voudige systemen, als het spectrum, de 7 chakra's of de 7 niveaus van bewustzijn van L.A. We raken hier aan het onderwerp morele oordeelsvorming als instrument om de vrije wil te praktiseren. Het gaat om niet wat je doet, maar de reden waarom.
De vrije wil speelt bij Descartes en Augustinus een belangrijke rol in het vinden van de waarheid, hoewel hun methodes zeer tegenstrijdig lijken. Bij Descartes is de methodische twijfel en het denken de sleutel tot de waarheid, bij Augustinus is dat het opheffen van de twijfel door een gekozen geloof.
Het vinden van de Waarheid is voor beide filosofen het ultieme doel. Ook zij kunnen gezien worden als speelbal van de krachten van de tijd. Deze denkers bevonden zich namelijk in een tegengesteld tijdsgewricht. Augustinus leefde in een tijd van grote onzekerheden, het Romeinse rijk was aan het in storten en daarmee kwam aan alle ogenschijnlijke zekerheden een eind. In deze onzekere tijd lijkt het geloof in zekerheden een logische stap. Descartes daarentegen leefde net na de middeleeuwen, waarin de heilige Rooms Katholieke kerk de eeuwige universele zekerheid vertegenwoordigde. Juist dit klimaat van geloof (dat scheuren vertoonde) noopte tot een kritische twijfelende houding. Overal zag hij ongefundeerde vooroordelen.
Descartes laat de wil (als verlangen naar waarheid) zien als kracht om vooringenomenheden in twijfel te trekken. Het weten wordt tot niet-weten verklaard en vervolgens op basis van onbetwijfelbare zekerheden tracht te twijfelaar met het verstand tot zekerheden te komen. Zijn doel, het kennen van de waarheid, gaat dus zijn vooringenomen kennis aan de kaak stellen.
Augustinus laat de wil zien als kracht om de waarheid te geloven. Het niet-weten wordt vervangen door een bewust aangegaan geloven het te weten en vervolgens tracht de gelovige op basis van schouwen (contemplatio) en het-zich-verheugen-in (dilectio) de zekerheid van de waarheid te ervaren, waarna geloven opgaat in weten. Voor Augustinus was de waarheid synoniem met God. Zijn doel, zijn met de liefde voor de waarheid, stelt zijn connecties bij. Dit houdt voor Augustinus in overgave en devotie naar de Katholieke Kerk en haar leerstellingen.
Beide filosofen ervaren de wil als een kracht om eigenschappen in hunzelf die automatisch zijn te evalueren en bij te sturen aan de hand van een geformuleerd doel. Dit viel ze niet makkelijk. Descartes was bang voor de publieke opinie (de Kerk) en Augustinus had moeite met zijn bloed: het losbandige sexuele leven. In hoeverre was de keus voor het levensdoel een vrije keus in deze filosofen? Het lijkt er eerder op dat ze niet anders konden. In de geest van deze Tafelen zou je kunnen zeggen dat de Geest(spirit) deze mensen hebben eengespoord om voorbij de automatische patronen te streven naar een persoonlijke (spirituele) ontwikkeling.
In het Boeddhisme is iets als de 'vrije wil' afwezig. Alle fenomenen worden gezien als dhamma configuraties, een stroom komende en gaande ietsjes (quantum toestanden ?) in een patroon, als de pixels van een televisiescherm, die samen de wereld samenstellen. Alle fenomenen, dingen, gebeurtenissen zijn zelf-loos (anattă), want zij ontstaan vanuit de keten van oorzaak en gevolg. In het leerstuk: 'Keten van onderling afhankelijke oorzaken en gevolgen' beschrijft Boeddha hoe dit in zijn werk gaat en wijst hij hierin twee zwakke schakels aan: (spirituele) onwetendheid en verlangen. Kennis is een middel om de keten van oorzaak en gevolg bij te sturen, net als verlangen, dat voorafgaat aan connectie.
Later wordt in het Mahayana-Boeddhisme het bewustzijn verder uitgewerkt, waarin ook het onderbewuste een rol speelt. In dit onderbewuste is een domein waarin zich de karmische zaden bevinden, waaronder ook spirituele zaden, de 'Boeddha natuur', die een permanente invloed zijn in een mens om zichzelf spiritueel te ontwikkelen en het Nirwana te bereiken.
Ook in de Islam wordt sinds het ontstaan van de Koran gediscussieerd over "de vrije wil". In de Koran wordt uitgebreid de almacht van God beschreven en de verantwoordelijkheid voor de mens van zijn daden. Door diverse stromingen wordt er anders met deze tegenstrijdigheid omgegaan. Het hanbalisme neemt de tekst van de Koran zoals die is, en zoekt niet naar verklaringen. De filosofen (falasifa) stellen de menselijke rede als maatgevend en dientengevolge ook de menselijke autonomie. Het is al-Asjari(873-935) die tot een moeilijk te begrijpen en veel bekritiseerde overbruggende theologie kwam, die van de kasb (verwerving): het is de almacht van God die de de daden van de mens schept, maar de mens heeft de vrijheid deze tot zijn eigen daad te maken en er verantwoordelijk voor te worden. Deze gedachte is interessant in het licht van verdere inzichten die voortvloeien uit de morele ladder die in de Agatentafelen genoemd wordt. Een gezegde in dit verband luidt: "Het is niet wat je doet, maar waarom je doet wat je doet dat maakt wie je bent". De daden of gebeurtenissen zijn er, een mens heeft daar soms verassend weinig in te brengen, maar de motieven voor die daden kunnen ingezien en ook ontwikkeld worden. Zelfs achteraf!
Bron: J.A. van der Ven: Hermeneutics and Empirical Research in Practical Theology; Leiden/Boston 2004. (Hfst.14)
Prof. Johannes A. van de Ven formuleert in dit boek op basis van veel andere literatuur en onderzoeken (Damasio, Winston, LeDoux, Libet, Ricoeur, e.a) een algemene theorie van het handelen. Waarschijnlijk niet bewust van enig bestaan van een vijf-voudig systeem, (pentagram) volgt hij wel dit systeem en komt daarbij tot een omschrijving van wat de 'vrije wil' zou kunnen zijn, die dat van al-Asjari benadert, zo niet onderstreept. Om de aansluiting met het pentagram inzichtelijk te maken, is het goed om het pentagram in het schema van de kathedraal voor ogen te houden. Geel is daarin het centrum (quintessence) die twee keer gepasseerd wordt bij het doorlopen van het schema: wit-rood-(geel)-blauw-geel-groen.

Initiërende rol van de zintuigen(wit)
De zintuigen nemen de informatie op van de omgeving; herkenning van betekenis onstaat door de interactie van informatie met het geheugen. We ‘zien’ hierdoor ook veranderingen. Er is een bewust aspect (aandacht) en onbewust aspect aan de werking van de zintuigen.
Automatisch respons
Op basis van externe prikkels reageert het neurologisch systeem in de reacties: fight, flight, freeze of zoeken naar iets aangenaams (Damasio) Deze reacties vertalen zich naar voorbereidende processen in het systeem (adrenaline in het bloed, hartslag wordt aangepast, etc.)
Voelen van emoties
Als gevolg van de eerste reactie worden er emoties veroorzaakt. We kunnen primaire emoties onderscheiden: angst boosheid, droefheid e.d en secundaire sociale emoties: schuld, schaamte, sympathie, jaloersheid e.d Er zijn ook persoonlijke emoties te onderscheiden: geluk, depressieve gevoelens en welwillendheid. Emoties vatten complexe actie-reactie systemen samen fungeren als verkeers signaal voor verdere actie. Emoties hebben dus een belangrijke rol in het overleven. Er wordt ook ingezien dat emotie de gebeurtenis verbindt met het zelf. Door de emotie ontstaat de gewaarwording dat: "het gaat om mij" in een situatie. Uit de secundaire en tertiaire emotionele reacties blijkt al dat het leer proces en de cultuur elkaar beďnvloeden.
Verwerken van emoties
De emoties worden verwerkt en veroorzaken ‘hogere’ functies als verbeelding, overpeinzen, planning, diverse artistieke en creatieve handelingen (schilderen, dichten, muciseren etc). Er zijn twee functies waarop dit gefundeerd is: herinnering ('witte functie') en verbeelding ('groene functie').
Uit deze twee functies verschijnt de ervaring van het zelf. In dit verband wordt gesproken over het autobiografische zelf (Damasio 2000). Het verbindt veleden heden en toekomst aan elkaar. We vertellen erover en construeren en reconstrueren ons zelf daarin.
Genereren van keuzes en intentionaliteit (‘planning’)
Uit het scala aan herinneringen, verbeeldingen en deze gecombineerd met culturele beelden, wijsheidslessen en tradities komen mogelijkheden tevoorschijn, die op hun beurt ook emoties oproepen. Hierover wordt een besluit genomen:
(wit)Mindful action als hermeneutisch proces
Dit besluit nemen noemt J.A. van der Ven een mindful action. Te omschrijven als: Uit het gegenereerde scala aan mogelijkheden, dat gedeeltelijk bewust, maar zeer veel onbewust plaatsvindt, wordt een handelingswijze geselecteerd waarmee je jezelf wilt verbinden. Door een mindful action wordt je de auteur door eigen keuze van de handeling. (commentaar: Dit is een bijzondere vaststelling en woordgebruik. Zie ook: (geest)mind. Mindful action kan logischer wijs in verband worden gebracht met het groeien van de 'mind'(geest)). In hoeverre een mindful action gedaan wordt uit vrije wil wordt irrelevant. Er is een beleving van vrije wil door de ervaring van het besluit je te verbinden (verantwoordelijk op te stellen) met een bepaald besluit (A.D., Libet).
Vormgeving van het besluit
Na het besluit volgt de vormgeving van het besluit; de praktische reeks handelingen.
© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.