essay
november 2009
De vrije wil is al lang een onderwerp van verhitte debatten. Zowel tussen wetenschappers en religieuzen als tussen gelovigen onderling. Er is in het algemeen een gevoel dat een mens een vrije wil heeft. In de 17e eeuw groeide de wetenschappelijke benadering van de fysieke wereld en met de ontdekking van allerlei natuurwetten daagde het inzicht dat het universum geheel geregeerd wordt door de mechanische wetten, dus de gebeurtenissen in de toekomst moesten wel geheel uit te rekenen zijn. Ook onder gelovigen ontstond deterministisch standpunt omdat God uitgroeide als de enige veroorzaker van alle gebeurtenissen en als alwetend en almachtig God. De volgende verzen uit de koran zijn veelzeggend:
57:22 “No misfortune can happen on earth or in your souls but is recorded in a decree before We bring it into existence. That is truly easy for Allah.”
42:12 “To Him belong the keys of the heavens and the earth. He enlarges the provisions for whomsoever He pleases and straitens it for whomsoever He pleases.
Surely He knows all things full well…”
18:22-24 “And say not of anything, ‘I shall do it tomorrow’, unless Allah wills...”
De wetenschap heeft niet stil gezeten en vooral de laatste decennia is er veel wetenschappelijke vooruitgang geboekt op het onderwerp vrije-wil door de neurobiologie en de wiskunde. Mijn uitgangspunt is dat hoewel de rationele benadering van de werkelijkheid niet het mysterie kunnen verklaren en tot spiritueel heil zal leiden (dat is ook niet een doel van wetenschap), het niet zo kan zijn dat religieuze claims over de werkelijkheid in tegenspraak kunnen zijn met de wetenschap. Omdat kennelijk de religieuze bronnen zelf in tegenspraak zijn over het aspect vrije-wil, is het interessant te bekijken wat de wetenschap hierover te zeggen heeft.
In het vervolg van dit artikel zal worden ingegaan op de laatste onderzoeken naar de fysieke mogelijkheid van vrije wil en verkenningen naar spirituele verbanden. We beginnen met een samenvatting van enkele termen en argumenten met betrekking tot determinisme en vrije wil.
Het uitgangspunt dat alles is voorbeschikt, hetzij door de wetten van de natuur, hetzij door goddelijk decreet. Hierin kan nog onderscheid gemaakt worden tussen: bottom-up determinisme en top-down determinisme.
Bottom-up determinisme: een materialistisch uitgangspunt. Grotere en complexere systemen worden samengesteld uit kleinere delen en ten slotte uit atomaire deeltjes. Als we de snelheid en positie van alle deeltjes zouden weten, dan zouden met de mechanische wetten alle botsingen (gebeurtenissen) in de toekomst voorspeld kunnen worden (Laplace ). Moderne quantum mechanica heeft dit argument onderuit gehaald. Op het niveau van de kleinste deeltjes blijken snelheid en positie niet gelijktijdig bepaald te kunnen worden. Een ander tegenargument komt uit de systeemtheorie en de wiskundige grondslagen daarvan. In complexe systemen (zoals biologische) wordt de uitkomst van een bepaald proces praktisch onvoorspelbaar, hoewel de interne mechanismen wel deterministisch zijn. Er kan eenvoudig genoeg geen afdoende nauwkeurigheid bereikt worden in het vaststellen van de uitgangspositie. Een kleine afwijking in de begin positie kan potentieel totaal verschillende uitkomsten creëren. Deze systemen worden “chaotisch” genoemd. We ervaren echter dat onze werkelijkheid redelijk stabiel is. Er is echter een overweldigende hoeveelheid bewijs dat elk systeem (ook) onderhevig is aan top-down dwang.
Top-down determinisme: Een determinisme veroorzaakt door invloed of het dicteren door een groter systeem. Een voorbeeld: In een groot complex van cellen, zal het geheel van het systeem gaan bepalen welke stam-cel een spier cel wordt en welke een zenuwcel. In een systeem van een mensen gemeenschap is er een invloed vanuit het systeem voor de ontwikkeling van bepaalde rollen met samenhangende persoonlijke ontwikkeling in die gemeenschap. De dwang van een lichaam op een cel zal groter zijn dan de dwang van een gemeenschap op een individu. Voor het bepalen van de mate van dwang, biedt de wiskunde hierin uitkomst. De mate van dwang op een element in een systeem blijkt afhankelijk van het aantal elementen (neurons, cellen, individuen) en onderlinge verbanden. Er is dus overduidelijk een top-down determinisme, maar dit ontkracht niet het bestaan van vrije wil. Het blijkt niet het een of het ander te zijn, maar glijdende schaal. Het is daarom beter te spreken van dwang dan determinisme.
Wat is vrije wil eigenlijk? Dit blijkt niet zo eenvoudig te beantwoorden. Zonder ellenlange discussies en argumenten te herhalen, benoem ik hier drie componenten, die meestal worden aangehaald als kenmerk van vrije wil [Seebass; uit: H.W. blz.6]. Een persoon heeft vrije wil als er voldaan wordt aan drie essentiële kenmerken:
Al deze drie componenten zijn niet erg bevredigend als ze kritisch onder de loep worden genomen. Het eerste argument kan nooit getoetst worden. Een gelijkwaardige situatie kan nooit herschapen worden. “Je kan niet twee keer in dezelfde rivier stappen”. En indien de omstandigheden misschien hetzelfde zijn, is er altijd de ervaring van de eerste beslissing. We kunnen eenvoudig niet weten of iemand anders heeft kunnen besluiten. Het tweede argument wordt dubieus in het licht van modern onderzoek. Dit argument komt voort uit typisch een 18e /19e eeuws uitgangspunt dat mensen rationele wezens zijn. Het onbewuste was nog niet ontdekt. De experimenten van Libid [A.D. blz. 195] laten zien dat er onbekende onbewuste processen gaande zijn, voorafgaande aan een bewust besluit. Onbewuste processen zijn moeilijk te scharen onder vrije wil, we kunnen niet weten in hoeverre zij “vrij” zijn van invloeden van buiten af of rationeel. De derde component bevat een logisch conflict; elke handeling is altijd een gevolg van externe omstandigheden. Handelingen zijn altijd een component in actie-effect-feedback en evaluatie loops. Oorspronkelijk handelen bestaat eenvoudig niet. Besluiten en gedrag zijn het resultaat van de interactie tussen de persoon en de omgeving.
Uit het voorgaande blijft er wellicht weinig hoop over dat vrije wil überhaupt mogelijk is. We worden echter gered door de neurobiologie en systeemtheorie.
Een systeem wordt omschreven door componenten (= andere systemen), hun onderlinge relaties en met een omvattende organisatie en functie (zie ook: holisme/holon). Een systeem wordt altijd begrensd. Een open systeem kent grensoverschrijdende relaties. Input en output moeten dan nader omschreven worden en het kan bestaan uit materie, energie of informatie [M&B blz. 72]. Er zijn drie soorten van systemen naar gelang de complexiteit:
Lineaire systemen: de som van twee oorzaken veroorzaken een effect, die de som is van de effecten die elke oorzaak afzonderlijk zou veroorzaken. Mechanische systemen zijn lineaire systemen. De doorbuiging van plank waarop een baksteen rust wordt verdubbeld als er een baksteen wordt bijgevoegd.
Non-lineaire systemen zijn systemen waar de output geen lineair verband heeft met de input. Dit is het geval wanneer de output van een bepaald proces tevens weer een input is. Dit wordt wiskundig omschreven door: xn+1=k.xn(1-xn) [M&B blz. 73]. Een bijzondere vorm van niet lineaire systemen zijn chaotische systemen, wanneer de factor k valt tussen 3,57 en 4. Kleine verschillen in aanvangscondities resulteren dan in extreem verschillende uitkomsten. Deze systemen zijn intrinsiek onvoorspelbaar. Biologische systemen zijn chaotische systemen. Dit betekend praktisch dat een mogelijk determinisme voor dergelijke systemen niet getest kan worden, hoewel alle relaties tussen de componenten wel beschreven kunnen worden. Als ook nog kwantum effecten meegenomen moeten worden, kunnen we stellen dat determinisme een metafysische hypothese is [M&B blz. 74]. Moderne systeemtheorie heeft de argumenten en termen van de tegenstelling vrije-will versus determinisme vervangen door de termen mogelijkheid (probability), neiging (propensity) en externe dwang (constraint), factoren die een multi dimensionaal landschap vormen, afhankelijk van cultuur, individu, tijd en plaats [M&B].
In de aantoonbare top-down dwang (dit is niet gelijk aan determinisme) kunnen we de contouren van Goddelijke schepping waarnemen. Seculiere systeem theoretici en biologen hebben dan ook de mechanismen proberen te ontdekken waardoor complexere hogere systemen kunnen ontstaan. De evolutietheorie biedt genoeg aanknopingspunten. Het samengaan van kleinere componenten tot een groter complex component betekent weliswaar een beperking van de individuele vrijheid van die componenten, maar ze verkrijgen in het algemeen een stabielere en levensvatbaardere omstandigheid en het geheel, het ontstane grotere systeem, verkrijgt meer mogelijkheden en vrijheden! Complexere systemen zijn symbiotische systemen met een grotere vrijheid. In het ontstaan van de EU zien we dat praktische voordelen aangaande economie en veiligheid het mogelijk maken dat staten individuele soevereiniteit opgeven ten gunste van het grotere geheel met meer macht in de wereld. De evolutionaire ontwikkeling naar complexe organismen is geen scheppingswonder, maar kan begrepen worden als economisch onvermijdelijk. Het kind van het spirituele wonder, hoeven we nu nog niet met het rationele badwater weg te gooien. Het een sluit het ander niet uit. Integendeel, zonder wanhopig te zoeken naar een spiritueel doel bevat deze evolutie op zich al een wonder; we hebben het over de groei van de vrijheid. De basale materie, zelfs sterren en zwarte gaten zijn niet vrij, maar planten, dieren en tenslotte de mens hebben een individuele vrijheid verkregen die ongekend is (lees: een Scheppingsverhaal).
Het begrip systeem is in feite een virtueel concept. Waar zit “het systeem” als bewuste eenheid in die verzameling componenten? Een kolonie termieten kan herkend worden als een systeem. Het systeem bepaalt hoeveel werksters er op een bepaald moment geboren moet worden of hoeveel voedsel er vergaard moet worden en wanneer. Het gedrag van een mieren kolonie verandert met de jaren (het wordt minder agressief), terwijl de mieren zelf na een aantal maanden totaal vervangen zijn. Het systeem “mierenkolonie” kent dus een zeker geheugen en besluitpatroon dat leert of zich ontwikkelt (voetnoot 1). Systeem is in feite een term met betrekking tot de ongeziene wereld. Als we de eigenschappen van “systeem”, “ziel” of “deva” naast elkaar zetten, dan is er in feite niet erg veel verschil in functie. Bij ziel hebben we met een religieuze achtergrond te maken, er wordt in Christelijke/Joods/Islamitische context gedacht aan een zekere relatie met een God. Een een deva is een god. Omdat de term “systeem” uit de wiskunde is ontstaan, staat deze term open voor rationeel onderzoek. Hoewel een systeem aantoonbaar is in het functioneren en de onderdelen waarop het betrekking heeft, is de locatie niet aanwijsbaar en het is meer dan de som der delen. De wiskunde heeft aangetoond dat het ontstaan van complexe systemen economisch onvermijdelijk is; het is echter niet noodzakelijk in strijd met een goddelijk emanatieproces (voetnoot 2), alsof het goddelijke per definitie irrationeel en onbegrijpelijk moet zijn. Het is misschien een belediging naar wetenschappers en gelovigen, maar systeem en ziel kunnen heel goed synoniemen zijn. Als God wordt beschreven als een wiskundige formule, dan hoeft God niet te verdwijnen, we staren Hem misschien wel in het gezicht.
Bewustzijn is onlosmakelijk verbonden met vrije keus of vrije wil. Het blijkt erg moeilijk bewustzijn vanuit filosofisch of neurologisch standpunt te definiëren [ H.W.]. Het is een staat van besef over.. of “weten dat je weet” deze laatste omschrijving staat dicht bij de neurologische structuur van ons brein. Neurologische weefsels zijn genest, een omvattend weefsel neemt als het ware waar wat een bevat weefsel “doet”. In het kort: een neurologische kern reguleert lichamelijk reacties; een tweede laag controleert dit proces en vergelijkt het met voorgaande processen. Een derde laag monitort dit controlerend weefsel en vergelijkt dit met lange termijn projecties en een “mentale kaart” van de werkelijkheid. Dit laatste weefsel, met name de frontale kwabben, is een neurologisch weefsel dat bewust is van de “gedachten” van de andere centra. Is bewustzijn dan de gezamenlijke neurologische activiteit in het brein? Veel medici zulle hier ja tegen zeggen. Het proefschrift van Pim van Lommel 2007 [P.L.] brengt ons weer bij een mysterie. Zijn onderzoek naar Bijna Dood Ervaringen toont aan dat er bewustzijn mogelijk moet zijn voorbij of naast neurologische activiteit. Het brein is volgens de conclusie van Pim van Lommel niet de oorzaak van bewustzijn, maar meer een ontvanger en doet een oproep om naar baanbrekende theorieën op zoek te gaan, die het bewustzijn te verklaren buiten het lichamelijke om. Top-down dwang van buiten het fysieke lichaam wordt dan een serieuze mogelijkheid.
Een belangrijk aspect aan vrije wil is het persoonlijk karakter en de diepste motieven. Wat een mens zou willen komt voort uit de samenstelling van iets dat we maar omschrijven met innerlijk zelf. Vrijheid, een van de termen uit het concept vrije wil, kan dan op een manier opgevat worden als vrijheid van externe dwang. Op een andere manier het vrij zijn van interne dwang (de dwang van het zelf). Dit laatste is misschien niet relevant, waarom zou je iets willen doen dat tegen de eigen natuur indruist?. Maar de eigen natuur wordt in ieder geval ook gevormd door externe invloeden (dwang). Robert Kane (voetnoot 3) heeft deze twee soorten van vrijheid (freedom from.. en freedom to…) bestudeerd en heeft gewezen op het gegeven dat als er sprake is van vrijheid van wil, de persoon ook een mate van mogelijkheid moet hebben invloed uit te oefenen op het eigen karakter. Dit betekent dat de mogelijkheid voor zelf-reflectie aanwezig moet zijn en dit als gewoonte moet hebben geincorpereerd. Morele dilemma’s zijn hiervoor de prikkel [M&B blz. 285, uit McClendon: Etics]. Een zekere keus van een persoon is de eigen keus als de persoon in kwestie de (hogere) motieven, waarvan de betreffende keus een weerslag vormt, kan onderschrijven (voetnoot 2). Wat we willen is het resultaat van een interactief proces, dat al begint in de baarmoeder. De ontwikkeling van het karakter is een continu proces in de context van een sociaal verband, maar net zo goed kunnen we hier een spiritueel verband aan toe voegen. We komen (alweer) aan bij een holistisch wereldbeeld, waarin alle elementen een deel zijn van een groter geheel. Vrije wil is een holistische eigenschap van een volwassen mens met eigenschap tot zelf-reflectie en het vermogen hogere motieven te overwegen. En dan komen we weer aan het begin van de regenboog: op zijn best is wat ik wil, wat God wil of dan net zo goed: God wil wat ik wil.
© J.H. van Splunter 2009. Overnemen is toegestaan; bronvermelding wordt op prijs gesteld.