Zonde
januari 2009
In het algemeen: overtreding van een door God gegeven wet. In christelijke zin wordt daarbij gedacht aan het overtreden van een van de tien geboden, door calvinistische invloed soms nog uitgebreid met verspilling of overdaad. Anagrammen van ZONDE zijn "DE ZON" en "Z-DOEN"; dit doet vermoeden dat er nog wat anders aan de hand kan zijn.
Een speciale vorm van zonde is de erfzonde. De zonde die ieder mens heeft geërfd van de eerste twee mensen: Adam en Eva. Zij zijn het geweest die van de door God verboden vruchten hebben gegeten. Daardoor werden ze uit het Paradijs gestoten en hebben ze al hun nakomelingen met deze zonde belast. Vooral in het Christendom heeft deze opvatting veel aanhang en invloed gekregen.
De Zon
In de Gnostiek heerst in sommige opvattingen een ander idee over dit moment van de joodse scheppingsmythe. De aarde werd geschapen door de lagere godheid Jaldabaoth en de mensen daarin werden gevangen in het aardse Paradijs, zodat het Licht van God in de vorm van de Geest in de mensen niet meer ontsnappen kon uit de duistere onderwereld Aarde. Maar God de Vader greep in. Via de preëxistente Christus die zich incarneerde in de slang, werden de mensen verleid toch te eten van de vruchten van de boom van kennis, om zo te ontsnappen aan de aardse gevangenis en deel te kunnen nemen aan de heerlijkheid van God (voetnoot 1). De erfzonde is dus hier een "erf-bevrijding". Gnostici (voetnoot 2) trokken een vergelijking met Jezus Christus die aan het "hout" (ichnus=hout en kruis) hing, en waarvan de mensen verleid werden te eten (=geloven) opdat de mensheid bevrijd zou worden uit de duisternis. Het anagram DE ZON komt hier in dit perspectief goed tot zijn recht.
Z-Doen

De religieuze gemeenschap de Amish in Noord Amerika proberen tegen de modernisering in hun oorspronkelijke wijze van leven te handhaven, omdat dit de manier van samenleven is waarin hun religieuze regels ingebed zijn
Zonde wordt opgevat als het overtreden van de geboden van God. Bij deze wetten van God moeten we eens stilstaan. In ieder geval de tweede serie van 5 geboden uit Genesis kunnen niet anders dan begrepen worden dan wetten die goed thuishoren bij een stamcultuur. Zij zijn goede regels die passen binnen nomadische culturen waarin een man verantwoordelijk clanhoofd is. Hij is verantwoordelijk voor vrouwen, slaven en vee. Deze regels organiseren de relaties tussen de familiehoofden onderling en voorkomen conflicten. Daarmee worden de eerste vijf geboden, die de relatie tussen God en mensen beschrijven ook verdacht. Zijn deze nog wel relevant voor een samenleving van deze tijd? Hillel, een joodse denker uit de eerste eeuw voor Christus, vatte de wet van God aldus samen: "Wat gij niet wil dat u geschiedt doe dat ook een ander niet." Deze eenvoudige regel is eigenlijk een humanistische regel. God is hierbij niet nodig als gebieder. Zij zou in welke tijd dan ook van toepassing kunnen zijn. Een zonde wordt dan een daad tegen de goede orde van de samenleving. Maar welke samenleving? Samenlevingen bestaan uit belangengroepen; wat voor de een een orde is is voor de andere groep misschien onderdrukking. In welk aspect van de samenleving is "God" aanwezig ? Hier schuilt het gevaar dat God met de overwinnaars is. "God zij met ons" en dus niet met de ander.
Wat gebeurt er als stamculturen evolueren tot moderne staten? Veel van de oude wetten die gelden voor stamhoofden in overzichtelijke groepen voldoen niet meer. De wetten die dan een bijna totemistische status hebben (in ieder geval in de joodse situatie) evolueren in moderne naties tot complexere stelsels van regels, die van toepassing zijn op individuen en waarin ieder individu zoveel als mogelijk is rechtvaardig behandeld wordt. Door "God" gegeven wetten zijn te eenvoudig en te statisch. Het vraagt om een interactief proces, niet om openbaring om de regels van een maatschappij op te stellen. De door openbaring verkregen regels van God worden dan opzij gezet. Is dit dan een zonde?
Een fenomeen dat hiermee samenhangt is het gegeven dat traditionele religieuze groepen zich plachten te verzetten tegen modernisering en hebben de nijging moderne praktijken als "zondig" te bestempelen. De "wetten van God' zijn waarschijnlijk echter altijd culturele interpretaties van mogelijke wetten van God, een observatie waar ik deze paragraaf mee ben begonnen. Elke stap in een evolutionaire ontwikkeling vraagt om opwaardering van de dan geldende wetten. En een opwaardering van een regel kan op het eerste gezicht een schending van een bestaande regel zijn, dus "zondig" zijn. We komen zo bij het tweede anagram: "Z-DOEN". Z is een letter die de betekenis heeft van "springplank naar de volgende evolutionaire stap". Dus Z-DOEN kan begrepen worden als het binnenstappen in een nieuw stelsel van regels en daarmee worden oude regels losgelaten om een nieuw stadium in de evolutie binnen te gaan.